KUNST

Honderd vierkante meter

NHM

Minister Donner van Binnenlandse Zaken zei vorige week onomwonden dat hij geen geld heeft voor de verbouwing van Paleis Soestdijk tot Nationaal Historisch Museum. Daarmee blijft de toekomst van dat kwetsbare Paleis ongewis, en dat is jammer; tegelijkertijd raakt het Nationaal Historisch Museum door dat besluit steeds verder op dood spoor. Het lijkt een kwestie van weken voor de hellebaard van Halbe Zijlstra aan alle ijver een eind maakt. Is dat jammer? Of zullen we dat nooit weten?
Nu nog verblijft het Museum tijdelijk in de Zuiderkerk in Amsterdam, en daar opende het een kleine tentoonstelling, Nederland in 100 m2, die een beeld geeft van ‘wat het zou kunnen worden als…’ Als. Het is eigenlijk onheus om die beperkte presentatie te beoordelen als een afgerond concept voor een compleet museaal verhaal over de Nederlandse geschiedenis. Zoals bekend wijkt het Museum af van het canon-gebulder dat bij de stichting te horen was, dat wil zeggen de eis dat het programma gebaseerd zou moeten worden op de vijftig 'vensters op de geschiedenis’ die door de stichting entoen.nu worden uitgedragen, en ook opgenomen zijn in de kerndoelen voor het primair en voortgezet onderwijs. Het NHM houdt het bij zes thema’s (ik en wij, land en water, lichaam en geest, mens en macht, oorlog en vrede, rijk en arm), die meer flexibiliteit bieden. De vormgeving van de honderd vierkante meter is fraai, en de inhoud is in al zijn beperking lang niet slecht, met een mengeling van veelzeggende artefacten en vondsten (twee veenlijken, een zwaard, een Nehalennia-altaar) en voorwerpen die wat meer associatief werken, zoals een kast voor 'oud-Hollandse’ consumptieartikelen (Droste cacao, et cetera). Er zijn mooie filmpjes. Er is een tijdlijn gevormd door heel alledaagse tekeningetjes op het blanke hout van de wanden.
Is dit nu wat ons gekwelde land nodig heeft als antwoord op al die identiteitskwesties, die ontworteling, die weggezakte kennis over het verleden? Ik vind van niet, het spijt me. Het is goed gedaan, dat zeker, maar tegelijkertijd is het van een overdonderende overbodigheid. Nóg eens de hunebedden, nóg eens de Kantharos van Stevensweert, nóg eens de Opstand in begrijpelijke taal uitgelegd (’(…) na een tijdje begon Willem van Oranje zich te ergeren aan het beleid van Filips’). Er zijn zo vier musea te bedenken waar dat op z'n minst even goed gebeurt, met betere spullen en minder geld, en dan moet het vernieuwde Rijksmuseum nog opengaan. Het was en is een onzalig idee om daar met alle geweld nóg een Gebouw met Voorwerpen aan toe te voegen.
Een paar jaar geleden zei de voorzitter van het Nederlands Filmfonds: geef ons dat geld, van de rente maken we elk jaar twee grote historische speelfilms en een televisieserie. Dat was geen gek idee. Naar Oorlogswinter of De Troon kijken veel meer mensen dan er in een jaar in zo'n museum komen, en ze steken er meer van op, ook.
Maar er is nog een reden waarom Zijlstra’s bijl aan het uitzichtloos lijden een einde zou moeten maken. Het lijkt mij onrechtvaardig dat het NHM zou voortbestaan, terwijl andere musea die hun belang al lang bewezen hebben - Meermanno-Westreenianum, bijvoorbeeld - zomaar worden opgeheven. Daarvoor heeft het NHM domweg te weinig recht van bestaan.

100 m2. Nationaal Historisch Museum, Zuiderkerk Amsterdam, 20 mei t/m 9 september. www.innl.nl