Honderdjarige

Het aantal partijen dat geregistreerd staat voor de aankomende Kamerverkiezingen is het hoogste ooit. Is dat ‘zelf proberen’ meer dan een verlangen nummer 1 te zijn?

Het is dit jaar honderd jaar geleden dat Nederland het algemeen kiesrecht kreeg. Eerst alleen voor alle mannen, twee jaar later ook voor de vrouwen. Mag dit misschien wat breder bekend zijn, weinigen weten dat in 1917 ook het kiesstelsel veranderde, van een districtenstelsel waarin per district de nieuwe Kamerleden werden gekozen naar een stelsel van evenredige vertegenwoordiging waarin alle in het gehele land uitgebrachte stemmen bepalen wie er in het parlement komen.

Dat nieuwe kiesstelsel stelde andere eisen aan het tellen van de stemmen. Kon dat vóór 1917 per district, nu moesten alle uitgebrachte stemmen bij elkaar worden opgeteld, de kiesdeler bepaald, voorkeurstemmen geteld en dan de uiteindelijke uitslag opgemaakt met de aantallen zetels per partij en welke Kamerleden daarbij hoorden. Dat vergde een nieuw orgaan dat dit allemaal ging organiseren en in goede banen moest leiden. Inmiddels heet dat de Kiesraad, maar aanvankelijk was het heel toepasselijk het centraal stembureau genoemd. Ook die Kiesraad bestaat dit jaar dus honderd jaar. Ter gelegenheid daarvan is op de website van de raad een online te lezen boekje uitgebracht, met voor de liefhebber interessante informatie. Maar ook met leuke weetjes en illustratieve foto’s.

De eerste keer dat het centrale stembureau in actie moest komen, was in 1918. Als wij op 15 maart naar de stembus gaan, verwachten we kort na het sluiten van de stemlokalen eerst de exitpolls en dan toch ook al snel een inzicht in de werkelijke uitslagen, met zoals gebruikelijk de wedstrijd welke kleine gemeente, Schiermonnikoog, Vlieland of het Gelderse Rozendaal, het eerst de stemmen kan doorgeven aan de Kiesraad.

Die eerste keer dat er centraal stemmen moesten worden geteld, was er een deadline gesteld op twee uur in de middag van de dag na de verkiezingen. Die werd echter niet gehaald, ondanks een lange nacht doortellen. De tweede deadline, acht uur diezelfde avond wel, met toen een uren durende zitting waarin de Kiesraad de uitslag bekendmaakte. Het was allemaal zo nieuw dat erover in de krant werd geschreven. De Leeuwarder Courant noteerde over het werk van het centraal stembureau: ‘Een zo intense arbeid, dat de leden zich nauwelijks de tijd hebben kunnen gunnen om van kleeren te wisselen en een sober maal te gebruiken.’

Voor het aan het grote publiek bekendmaken van de uitslag hebben we tegenwoordig Herman-de-schermman die op tv al swipend uitslagen laat zien. In 1948 ging dat bij het toenmalige dagblad De Tijd nog op straat, voor het gebouw van de krant. Daar moest de toenmalige Herman met een ladder op een stellage klimmen om de uitslagen op een groot bord te bevestigen. Drommen geïnteresseerde mensen stonden ervoor.

‘De meesten komen omdat ze het Kamerlid zijn wel een leuke baan vinden’

Dat zou ook nu een interessante manier zijn, want het biedt de gelegenheid om de uitslag direct met derden te bespreken. Mensen die, anders dan op een verkiezingsavond bij een politieke partij, allemaal anders kunnen denken over het resultaat en wat dat voor gevolgen zou moeten hebben voor de kabinetsformatie. Het zou in deze tijd kunnen helpen ons uit onze eigen wereldjes te halen en ons te laten voelen dat democratie debat is, respect voor andere meningen en niet het gelijk van een simpele meerderheid.

Een oude foto laat ook zien dat in 1918 in de kieskring Tilburg er achttien partijen meededen aan de landelijke verkiezingen. Partijen die toen nog niet bij naam werden genoemd op de stembiljetten maar slechts een nummer hadden. Vlak voor de afgelopen Kerst maakte de Kiesraad bekend dat er inmiddels, houdt u vast, 81 politieke partijen zijn geregistreerd voor de komende Kamerverkiezingen. Uit een overzicht dat teruggaat tot 1994 blijkt dat die 81 het hoogste aantal geregistreerde partijen tot nu toe is. Een voormalige secretaris van de Kiesraad, de heer W. van Ommen Kloeke, zou zich omdraaien in zijn graf. Hij zei in 1966 in een interview: ‘Als ik het een heleboel mensen niet uit hun hoofd had gepraat, zouden we nu wel zestig partijen hebben.’

Nog niet zeker is of alle 81 partijen ook daadwerkelijk mee gaan doen aan de verkiezingen. Dat wordt pas eind deze maand bekendgemaakt. Ter vergelijking, in 1994 stonden er ‘slechts’ 38 partijen geregistreerd, daarvan deden er 26 daadwerkelijk mee. Dat is dan weer het hoogste aantal in de jaren sindsdien, terwijl je mogelijk zou verwachten dat dit in het woelige verkiezingsjaar 2002 was geweest, omdat je geneigd bent te denken dat onrust staat voor kansen voor nieuwkomers.

Dit jaar denken velen dat blijkbaar ook. Sinds kort weten we dat Sylvana Simons niet meer bij DENK zit, maar voor zichzelf is begonnen onder de naam Artikel 1. Jan Roos van het matrozenpakje en destijds GeenPeil zit niet bij de politieke partij van die naam, maar heeft zich aangesloten bij Voor Nederland (vnl). Ook Thierry Baudet wil het liever zelf proberen met zijn Forum voor Democratie, eveneens bang dat als hij niet nummer 1 op een lijst is hij niet in de Kamer komt.

Diezelfde secretaris Van Ommen Kloeke die mensen uit het hoofd praatte een partij te registeren, zei destijds: ‘De meesten, die hier komen met een nieuw partijtje, doen dat, omdat ze het Kamerlid zijn wel een leuke baan vinden en omdat ze graag iets willen verdienen.’ Als de huidige secretaris van de Kiesraad een dergelijke opmerking zou maken, zou Nederland te klein zijn. Maar veel kiezers denken het waarschijnlijk ook.