Vidosav Stevanovic: De sneeuw en de honden. Uit het Servokroatisch vertaald door Reina Dokter. Uitgeverij Bodoni, 291 blz., gebonden (nep) f49,-
‘Daar in de kelder had hij een vrouw die bij niemand hoorde, wat een grotere zonde is dan behoren tot de verkeerde partij; mensen worden geboren om ergens bij te horen, ze leven alleen als ze ergens bij horen, ze sterven om zich te voegen bij iets wat hoger is dan zijzelf. Mijn valse geestelijke zoon hield meer van haar dan van ons en van zijn plaats in de gemeenschap van gelijken.’

In een Postscriptum, ‘Lofzang na de dood’, geeft een geestelijk leider zijn trouwe volgeling het kruis na, wanneer hij in diens dagboek zijn zwakke plek heeft ontdekt: de man hield het met een vrouw die zich als een persoon beschouwde zonder volk, zonder geloof, zonder partij en daarom nergens bij wilde horen. Al eerder had haar vader, van afkomst orthodox, na drieenveertig jaar huwelijk ontdekt dat zijn vrouw katholieke voorouders had, een reden om vrouw en dochter te verstoten en zich bij de zijnen te voegen. De dochter leeft met haar oude moeder in een torenflat en ziet toe hoe de stad in het dal vanuit de bergen wordt 'gegranatiseerd’. De vader sterft de heldendood, maar er blijft genoeg van hem in leven om te zien hoe hij een legende wordt: 'Ik ben niet meer ik. Voortaan ben ik - wij.’
En dat is nu precies waartegen de dochter zich verzet: gedwongen te worden zich met een hogere eenheid te vereenzelvigen en daarin op te gaan. Zij mist de eenvoud van het wereldbeeld van haar vader, zoals die bijvoorbeeld een jongmaatje de techniek leert van het vergeten van moeilijke dingen: 'Wat je eigen mensen doen is zelfverdediging. Wat de anderen doen is genocide. Zij zijn in ieder geval fout…’ 'Als we al het moderne wegdenken, was het net als in vroegere oorlogen. (…) Ja, het was die oude, veelvuldig onderbroken oorlog, een oorlog in afleveringen, maar van deze wisten we dat het de laatste zou zijn. Na deze zullen wij of zij er niet meer zijn.’
In Het Balkan-eiland kijken de partijen naar elkaar als hun spiegelbeeld; daarbij is de andere helft ook nog eens de helft die hun ontbreekt. Stevanovic spaart geen enkele partij. De roman, waaruit ik hierboven enkele personages aanhaalde, wordt voorafgegaan door een andere korte roman, Sneeuw in Athene; het derde deel van deze trilogie, De sneeuw en de honden, moet kennelijk nog worden geschreven.
Stevanovic (1942), voorheen uitgever in Belgrado, leeft na een jaar in Athene momenteel in Parijs. Het zal duidelijk zijn dat hij geen Servische thuisschrijver is. Overigens worden de partijen nergens met naam en toenaam aangeduid: Balkan is de enige geografische specificatie, Athene de enige plaatsnaam. In de eerste roman is een man met zijn vrouw, haar zuster en de drie zonen van hen beiden daarheen gevlucht, waar hij in een exportbedrijf voor menselijke organen en lichaamsdelen werkzaam is; evengoed maakt hij zelf deel uit van een bende die in het vaderland voor de leverantie van de onderdelen zorgt. In elk geval loopt zijn zoon daar rond, het type vrijwilliger dat blind gelooft en al even blind moordt. Als zowat iedereen in de twee romans vergezeld gaat van een zwarte hond - het dier dat virussen van kwaad en dood overdraagt, tegelijk helper, bewaker en ander ik - is deze vrijwilliger al zelf een hond - hem ontkomt niemand.
Stevanovic heeft zich aan iets gewaagd dat ongeveer het moeilijkste is wat er bestaat: schrijven over een oorlog die nog volop gaande is, en zelfs in romanvorm. En het boek wordt er minder noch beter door wanneer je weet dat het over Joegoslavie en Sarajevo gaat. Aan de ene kant geeft de schrijver voldoende herkenningsmogelijkheden om het boek niet zomaar tot een roman over de oorlog te maken, aan de andere kant heeft hij de lokale feiten voldoende vervormd om de roman niet tot een aangekleed krantenbericht te reduceren.
Ook stilistisch heeft de trilogie veel gemeen met die van Agota Kristof. Volgens de uitgever vermengt de schrijver in zijn aanklacht tegen de oorlog werkelijkheid met fantasie om zijn visie uiteen te kunnen zetten. Stevanovic doet gelukkig iets veel beters: hij toont van binnenuit hoe deze oorlog - de zoveelste aflevering van een continuing story - eruit ziet in de hoofden van de betroffenen.