Hongaarse overheidssteun gaat vooral naar Fidesz-gemeenten

Boedapest – Een paar maanden voordat de coronacrisis losbarstte, richtte de 31-jarige Tamás Sáfrány een bedrijf op: hij zou hotels gaan opzetten. Een dag na de oprichting van zijn bedrijf werd de aanmeldingsprocedure voor een ronde overheidsinvesteringen in de Hongaarse toerisme-industrie geopend. Sáfrány besloot direct hoog in te zetten en diende een aanvraag in voor 22 miljoen euro. Het geluk leek aan zijn kant te staan: zijn aanvraag werd goedgekeurd. In mei 2020, toen het toerisme in Hongarije vanwege corona in één klap stil was komen te liggen – de eerste hotels vielen al om – ontving Sáfrány net zijn startpakket van 22 miljoen.

Lang niet iedereen had zoveel geluk als hij. Het was de onafhankelijke media in Hongarije al opgevallen dat de investeringen vooral naar ’s lands rijkste zakenmagnaten gingen: mensen gelieerd aan de regering, die in het afgelopen decennium tot de rijkste mensen van het land zijn gaan behoren. Premier Orbáns jeugdvriend en voormalig gasinstallateur Lorinc Mészáros ontving bijna vijftig miljoen euro voor zijn hotelketen Hunguest. En bij nader inzien leek ook het beginnersgeluk van Sáfrány minder te maken te hebben met mazzel en meer met zijn band met zakenman László Szíj, die onder de regering-Orbán miljardair werd.

Onderzoeksjournalist Bálint Fabók besloot wat dieper in de cijfers te duiken. Voor zover die beschikbaar waren, in elk geval: de precieze verdeling van het geld blijkt in de praktijk moeilijk te volgen. De miljoenen van Mészáros verdwenen bijvoorbeeld plotseling uit het jaarlijks overzicht op de website, volgens de Hongaarse nieuwssite 24. ‘Alle informatie wordt bovendien op ingescande pdf’s gepubliceerd, dus je kunt er niet digitaal in zoeken’, zegt Fabók. ‘Ik moest eerst alle informatie zelf digitaliseren. 193 pagina’s aan pdf-documenten. Dat duurt wel even.’

Vorige week publiceerde Fabók de resultaten van zijn onderzoek, waarin hij zich richtte op investeringen die naar gemeenten waren gegaan en bedrijfsinvesteringen buiten beschouwing liet. Zijn ontdekking: gemeenten die geleid worden door politici van regeringspartij Fidesz kregen gemiddeld vijfhonderd keer meer toerisme-investeringen dan gemeenten onder oppositiebestuur. Hoewel een gedeelte van het geld dus al voor de crisis werd verdeeld, is dat extra pijnlijk in een tijd waarin de toerisme-industrie vecht voor het leven. De Hongaarse grenzen zijn al sinds vorig jaar september gesloten voor toeristen, en zelfs binnenlandse reizen zijn alleen toegestaan met een zakelijk motief. Een duidelijke boodschap voor de industrie: volgende keer dus toch maar weer op Fidesz stemmen.