Hongarije gaat op slot, maar niet voor voetbalfans

Boedapest – Viktor Orbáns stafchef kondigde het eind augustus plotseling aan: vanaf september geldt alleen in Hongarije nog code groen, de rest van de wereld krijgt code rood. Het gevolg: alleen Hongaren komen het land nog in. Aanleiding vormt de sterke stijging van het aantal nieuwe corona-infecties naar meer dan vijfhonderd per dag, op een bevolking van 9,7 miljoen inwoners.

Inmiddels is er echter ook een aantal uitzonderingen op de regel bekendgemaakt, en die blijken niet van strikt epidemiologisch-wetenschappelijke aard. Zo mogen er nog wel mensen naar binnen uit de andere V4-landen: Tsjechië, Slowakije, Polen. Volgens de Europese Commissie is dat discriminatie en dat mag niet zomaar binnen Schengengebied.

Een andere opvallende uitzondering valt toe te schrijven aan een persoonlijke obsessie van premier Orbán: drieduizend fans van Bayern München, en nog eens drieduizend fans van FC Sevilla, zullen, als de huidige situatie niet te veel verandert, op 24 september nog altijd welkom zijn in Hongarije. De fans zullen er de uefa Supercup-finale bijwonen, die deze keer plaatsvindt in de gerenoveerde Puskás Aréna.

Orbán staat bekend als een enorme voetbal-fanaat: hij steunt de sport royaal met publiek geld en hij bouwde een prachtig kathedraalachtig stadion in het dorp waar hij opgroeide. Zijn eerste reisje als premier: de finale van het Wereldkampioenschap in Parijs in 1998. Sindsdien miste hij geen enkele finale.

Hoewel er in Hongarije al maanden een verbod bestaat op bijeenkomsten van meer dan vijfhonderd mensen, werd er begin juni alweer een grote voetbalwedstrijd gespeeld; de eerste in Europa sinds het begin van de crisis. Er waren wel regels vastgesteld: er mochten maar tienduizend mensen het splinternieuwe Puskás-stadion in, waar eigenlijk 65.000 fans in passen. Tussen de verkochte stoelen zaten steeds vier lege stoelen, en mondkapjes waren officieel verplicht. Maar eenmaal binnen werden die regels door veel van de bierdrinkende fans al gauw vergeten.

De Hongaarse epidemioloog János Szlávik noemt het laten doorgaan van de uefa Supercup-finale met fans een ‘riskant plan’. In theorie kan het een goede test zijn van de effectiviteit van dit soort regels tijdens een massa-evenement, stelde hij in een interview. ‘Maar de grote vraag is of voetbalfans zich iets van die regels aantrekken.’