Hongarije pakt de rode draad weer op

DE Hongaren hebben alle waarschuwingen naast zich neergelegd en afgelopen zondag ruim 54 procent van de parlementszetels aan de socialistische MSZP toevertrouwd.

De negatieve campagne van de conservatieve nationale media heeft averechts gewerkt. Als deze regering de socialisten zo slecht vond, moesten ze wel goed zijn. De antipropaganda sterkte de Hongaren slechts in hun overtuiging dat het rechtse bewind behalve incompetent ook corrupt en contactgestoord was. De nationalistisch-conservatieve coalitie werd daarom in de eerste ronde al naar huis gestuurd.
Ook de liberalen hebben nu echter hun nederlaag moeten erkennen. De Vrije Democraten (SZDSZ) hoopten dat de kiezers gematigder zouden stemmen nu ze er na de eerste ronde zeker van konden zijn dat de conservatieve regering niet zou terugkeren en riepen de bevolking op in de tweede ronde massaal het SZDSZ te steunen om de socialisten zo tot een coalitie te dwingen.
De Hongaren lijken echter banger voor een liberale economische politiek dan voor een socialistisch eenpartijbestuur. In 1990 werden de communisten verslagen en in 1994 de conservatieven, maar in geen van beide gevallen wonnen de liberalen. In een stelsel van evenredige vertegenwoordiging zou het SZDSZ een comfortabele middenpositie innemen, maar in het Hongaarse systeem dreigen ze eeuwig tussen wal en schip te raken.
Een sociaal-liberale coalitie, die bijna drie kwart van het parlement achter zich zou weten, valt nog niet uit te sluiten. De nieuwe socialisten zijn de oude niet: de MSZP kan zich beroepen op de structurele veranderingen die haar huidige leiders zelf in 1989 in gang zetten. Was het niet MSZP-partijleider Gyula Horn zelf die destijds als minister van Buitenlandse Zaken het IJzeren Gordijn openknipte? Ook zij willen de privatisering voortzetten, toetreden tot de Europese Unie en wellicht zelfs tot de Navo.
De MSZP heeft bovendien een economisch programma dat door de liberalen is geprezen als basis voor samenwerking. Ook na hun zege hebben de socialisten benadrukt een brede coalitie te willen vormen, maar de liberalen zijn huiverig voor een coalitie waarin zij niet echt nodig zijn, en geirriteerd dat de bevolking hun advies nu toch in de wind heeft geslagen.
Vermoedelijk had geen enkele campagne een linkse overwinning kunnen tegenhouden. Velen zien de vakkunde van de socialisten als het enige wat Hongarije uit het dal kan halen; anderen verlangen gewoon terug naar de tijd dat Hongarije ‘de gelukkigste barak in het Oosteuropese kamp’ was. Toen was het bestaan saai maar zeker; nu leven twee miljoen gepensioneerden onder het bestaansminimum en overschrijdt in sommige regio’s de werkloosheid de dertig procent. Slechts een vijfde van de bevolking vindt de situatie beter dan onder het vorige systeem.
De nationalistische retoriek van de conservatieve coalitie probeerde de Hongaarse geschiedenis voort te zetten waar zij volgens haar was gestopt: in 1944, toen Hongarije haar soevereiniteit eerst aan de nazi’s en toen aan de Russen verloor. De socialisten hebben voortdurend benadrukt juni 1994 niet op mei 1990 te willen laten volgen. De Hongaren lijken de komende regering even de tijd te geven: volgens een recent onderzoek verwacht het merendeel van de bevolking geen verbetering van haar levensstandaard voor de eeuwwisseling.