FILM

Honger in deze wereld

Africa in the Picture

Een mooi tweeluik op het altijd uitstekende filmfestival Africa in the Picture zou zijn: eerst naar de documentaire The End of Poverty?, waarin de Franse regisseur Philippe Diaz met eenvoudige, scherpe vragen het falen van het kapitalisme en het neoliberalisme blootlegt, en daarna naar Jerusalema van Ralph Ziman, een gangsterfilm gesitueerd in Hillbrow, Johannesburg, waarin de ideeën en stellingen en observaties in Diaz’ film op pijnlijke wijze, indirect, in fictieve vorm worden uitgewerkt. Eén zo’n Diaz-stelling luidt: geweld floreert niet het meest in arme landen, maar in landen waar de kloof tussen rijk en arm het grootst is. Dat blijkt eens te meer in Jerusalema.
The End of Poverty? gaat dieper dan bijvoorbeeld de antikapitalistische films van de Amerikaan Michael Moore, die juist deze dagen op het filmfestival van Venetië aantreedt met alweer een nieuw werk: Capitalism: A Love Story. Stelt Moore vermaak voorop als mechanisme om zijn boodschap aan de man te brengen, in The End of Poverty? schuwt regisseur Diaz geen enkel intellectueel middel om uit te leggen waarom het huidige, mondiale economische systeem corrupt is tot op het bot, van statistieken waar je van duizelt tot een reeks pratende hoofden die allemaal óf hoogleraar óf schrijver of allebei zijn. Gelukkig praat een vertrouwde stem de economische filosofen aan elkaar, en dat is niemand minder dan president Josiah Bartlett himself, inderdaad acteur Martin Sheen uit de politieke dramaserie The West Wing. Deze keuze is effectief: als de Amerikaanse president het zegt, dan zou er wel eens echt iets kunnen veranderen in de wereld.
Diaz brengt de feiten simpel in beeld met witte letters tegen een zwarte achtergrond, zoals: elke dag sterven er zestienduizend kinderen door uithongering en aan honger gerelateerde ziekten. Honger. Dat woord, in deze wereld, in deze tijd, hakt erin. Het is bekend, maar tegelijkertijd is het wrang dat er een film als The End of Poverty? voor nodig is om de kijker met de neus op de feiten te drukken. Dat is de grote waarde van dit werk: een documentaire die zich laat lezen als een verhandeling over de treurige staat van de wereld, met ruim aandacht voor het koloniale verleden, waarin Nederland er trouwens flink van langs krijgt over de ‘barbaarse wijze’ waarop het koloniën in Azië exploiteerde, en het heden, met een nauwgezette uitleg door intellectuelen over de perverse werking van ‘het systeem’, van de dubieuze rol van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds in het uitbuiten van arme landen in Afrika en elders tot de daden van wat een commentator treffend economic hit men noemt, lobbyisten die in opdracht van de genoemde instellingen en belangrijke westerse landen druk op zwakke zuidelijke leiders uitoefenen om naar de pijpen te dansen van de multinationals, de eigenlijke machthebbers van de wereld. Inderdaad, een adembenemend werk.
Dan naar de snelle gangsters in de gevaarlijke straten van Hillbrow, waar het kapitalisme na het einde van de apartheid welig tiert – en zo nog meer armoede creëert. Jerusalema gaat over de opkomst eind jaren negentig van de gangster Lucky Kunene, gespeeld door Rapulana Seiphemo, bekend van zijn rol als Thug in Gavin Hoods Oscar-winnende Tsotsi (2005). Jeruselama vond ik een betere film, authentieker, maar ondanks het ideologische engagement toch niet helemaal geslaagd. Er zijn bijvoorbeeld problemen met het narratieve ritme en ongeloofwaardige nevenplots, bijvoorbeeld Lucky’s relatie met een joods meisje uit de rijke, noordelijke voorsteden van Johannesburg. Wel boeiend is de wijze waarop deze magische stad in beeld is gebracht: een broeierige metropool aan de rand van de afgrond, waarin toch plaats is voor optimisme en hoop en liefde, wat een accurate afspiegeling van de werkelijkheid is.

Africa in the Picture, van 9 tot 14 september in Het Ketelhuis, Amsterdam, Lantaren, Rotterdam, Filmhuis Den Haag en Lux, Nijmegen, en daarna op diverse locaties in Tilburg, Den Bosch en Wageningen