KUNST

Honger naar ernst

Thijs & Brans

De bebouwing langs het Zeeburgerpad in Amsterdam bestaat uit een onsamenhangende serie loodsen en bedrijfspanden, tussen schamel en minder schamel, en het is wel de laatste plek waar je een vroegchristelijk heiligdom verwacht aan te treffen. Dat is er toch, in het kunstcentrum P/////AKT, een omvangrijke en duistere constructie van de kustenaars Derk Thijs en Chris Brans, getiteld Dah osla Dothem / Where Time Has Lost Its Relevance I. De heren bouwden met zestig boomstammen een stemmig interieur, een kerk - want dat is het: met een kruisvormige plattegrond, zuilen met dobbelsteenkapitelen, een altaartafel met eierschalen en her en der zelfstandige kapelletjes. Het is er donker en het plafond is laag. Je waant je in een zeer oud gebouw, ondergronds als in de catacomben van Rome, de krochten van het Holenklooster in Kiev of de grotten van het klooster van Vardzia, Georgië (Wat? Bent u daar nog nooit geweest?!).
Zo verging het mij: een plotselinge onderdompeling in een eenvoudig heiligdom. De ogen moeten aan het donker wennen en dan word je geleidelijk grappige, kinderlijke en raadselachtige rituele voorwerpen in hoeken en gaten gewaar. Dingen die op een monstrans lijken, maar dan van hout, en met paardenkoppen versierd, of een blauw foetusfiguurtje, geprojecteerd op een deuropening. Op de wanden schilderingen van gestileerde olifanten en kreeften. Geen crucifixen, wel een quasi-menorah. Sfeervol, stemmig en - als de deur naar het tl-verlichte werkhok tenminste dicht is - compleet in zichzelf.
Derk Thijs (Amsterdam, 1977) is een getalenteerde Nederlandse kunstenaar, opgeleid aan de Christelijke Academie voor Beeldende Kunsten in Kampen, de Ateliers in Amsterdam en de Rijksacademie. Hij was genomineerd voor de Prix de Rome tekenen, de Koninklijke Subsidie voor Schilderkunst, en hij is een vaardige beeldhouwer. Thijs bouwde vorig jaar ook al zo'n houten kerkzaal in zijn studio in de Rijksacademie. Bij het zien daarvan refereerde ik hier aan Larkins vers Church Going, waarin de dichter een leeg kerkgebouw binnengaat (uit ‘ongemakkelijke eerbied’ de fietsclips van zijn broek halend) en zich afvraagt hoe lang ’t duren zal voordat niemand meer weet waar het allemaal voor diende, 'A shape less recognisable each week,/ A purpose more obscure’. Voor het te laat is, dus, laten Thijs en Brans hier de oude ervaring herleven, geïnspireerd (zegt de folder) door 'notions on humane and sacral spaces’. Het contrast met de buitenwereld is nadrukkelijk scherp, als een 'vriendelijk ontkennen van de werkelijkheid’.
Zeggen dat je uitgaat van 'notions on humane and sacral spaces’ is ergerlijk soft, en zegt au fond niks meer dan 'we doen iets wat een beetje lijkt op…’ Zijn Thijs en Brans hier lekker kerkje aan het spelen? Zo ja: dan is het het speelse, kinderlijke van het werk dat overtuigt, en het vakkundig geforceerde effect, en niet de 'notie van’ spiritualiteit, wat dat ook moge wezen. Ik ben te achterdochtig om op het Zeeburgerpad plotseling vroegchristelijke reverentie te ondergaan, om dit te herkennen als Larkins 'serious house on serious earth’.
Voor Derk Thijs ligt dat naar eigen zeggen heel anders: hij ervaart het binnenstappen van een oude kerk als het binnengaan van een andere dimensie, een verbinding met iets uit een voor-tijd. Zo kon ook Larkin het zich voorstellen: ’… someone will forever be surprising/ A hunger in himself to be more serious/ and gravitating with it to this ground/ which, he once heard, was proper to grow wise in’.

Derk Thijs & Chris Brans, Dah osla Dothem / Where Time Has Lost Its Relevance I. P/////AKT, Zeeburgerpad 53, Amsterdam, t/m 6 november. www.pakt.nu