Televisie

Honkbalpetjes

Televisie: Wereldkampioenschap honkbal

The Sopranos: Tony bezoekt sjiek restaurant. Hij kan zich niet concentreren op het gesprek: verderop zit een stel waarvan de jongen een honkbalpetje draagt. Tony loopt erheen en deelt mee dat het hier al een tijdje geen stadion meer is: pet af! Een beetje respect graag. De jongen overweegt de middelvinger: dat petje is heilig (een beetje respect, graag). Toch gaat er van die veertiger een zo onmiskenbare dreiging uit (laat dat aan James Gandolfini over) dat de pet af gaat. De jongen denkt dat hij een klap misliep, de kijker weet dat zijn leven is gered. Tony loopt terug en laat de ober het stel een dure fles wijn brengen – een gebaar dat zowel zijn klasse als die van de scenaristen verraadt. Tony S. hier geestverwant van Balkenende (een aflevering eerder wurgde hij eigenhandig een onderkruiper).

Ik kan niet wachten op de volgende reeks, maar word getroost door ontelbare van die petjes uit Canada, Zuid-Korea, Nicaragua: het WK honkbal in Nederland. Bij Nederland-Cuba vroeg zwelbast Smeets een paar van de duizenden petdragers in het publiek (van New York Yankees tot Almere) naar betekenis en belang van hun hoofddeksel. Dat leverde weinig op, maar even wilde ik zijn baan hebben: de mooiste plek bij uitverkochte wedstrijden en salaris toe. Toen nam de camera een oudere zwarte man-met-pet in beeld. Gênant langdurig, alsof het een curiositeit betrof. Bleek het Hudson John te zijn, de Antilliaanse nachtmerrie van Italië bij elk Europees Kampioenschap. Ik had, bij wijze van spreken, Pietje Keizer niet herkend.

Altijd brengt honkbal me terug in de tijd. Mijn vader had weinig op met de Amerikanen en hun cultuur – of liever, de afwezigheid daarvan in zijn ogen. Omdat consequentie naar de duivel voert maakte hij één uitzondering: honkbal. «Kleine» sport in Europa. Honkbal was georganiseerd in nauwelijks gedoogde aanhangsels van voetbalclubs en werd gespeeld op voetbalvelden. Volkssport, door rijken wel «slagers cricket» genoemd. De beoefenaren vormden een sekte waarvan ook ons gezin deel uitmaakte. Al was het maar omdat wij het heilig boek der spelregels kenden, vergeleken waarbij voetbalregels Ot-en-Sien-niveau hebben.

Het is een prachtige tv-sport, al kun je geen camera’s genoeg hebben. Elke keer staan regie, verslaggever (Frank Snoeks – doet het goed) en sidekick (voortreffelijke ex-pitcher Charles Urbanus, zoon van werper Han, neef van korte stop, wijlen Charles senior – ik zei al: familiesport) voor de keus het spel vanaf de bodem uit te leggen of, als bij voetbal, te registreren. Meestal kiest men voor ergens daar tussenin. Onvermijdelijk. Wie eenmaal de regels kent is verkocht. Elke gegooide bal kan een keerpunt in de wedstrijd betekenen. De schoonheid van Van der Vaarts Andorra-goal wordt per honkbalwedstrijd meermalen ge evenaard: Ivanon Coffie die op de grond zittend vanaf het derde honk de snelle Cubaanse loper uitgooit. Eindelijk kan de NOS zich noodgedwongen op andere sport concentreren. Maar woensdag is de kwartfinale met Nederland – ik vrees dat we het weer met een nachtelijke samenvatting moeten doen vanwege Sparta Praag – Ajax. Ondanks die prachtige rituelen, pakken en petjes. U weet in middels of ik gelijk heb.