Popmuziek: Nine Inch Nails

Hoofd als een gat

Toen David Bowie halverwege de jaren negentig zichzelf niet voor het eerst en niet voor het laatst opnieuw uitvond, vormde Trent Reznor van Nine Inch Nails een belangrijke invloed op hem. Bowie drenkte zijn muziek in de jungle, triphop en de industrial, en Reznor was de heer en meester van dat laatste genre. De beklemmende naargeestigheid van The Downward Spiral is onovertroffen; als iemand schoonheid kan optrekken uit kilte, is het Reznor.

© Corinne Schiavone

Dus liet Bowie Reznor een remix maken van I’m Afraid of Americans, dook Reznor op als een stalkende maniak in de clip ervan, en nam Bowie Nine Inch Nails mee op tournee. Na twee albums liet Bowie de industrial weer los, en toen het punt naderde waarop Trent Reznor zichzelf dreigde te gaan herhalen, stortte die zich op de filmmuziek. Samen met zijn schrijfpartner Atticus Ross werd Reznor een van de prominente filmmuziekcomponisten van de afgelopen jaren: van The Girl with the Dragon Tattoo tot Gone Girl, van The Social Network tot The Vietnam War.

Een paar weken geleden stond Reznor met Nine Inch Nails in een uitverkocht AFAS Live. Alles bleek samen te komen. Als Reznor meedogenloos wil klinken, kan hij dat nog steeds: Head Like a Hole bleek andermaal een van de meest onverbiddelijke onafhankelijkheidsverklaringen uit de popmuziek: ‘Head like a hole/ Black as your soul/ I’d rather die/ Than give you control.’

Maar in de Reznor van 2018 komt meer samen dan alleen de furieuze jongere versie van zichzelf. Het vele filmwerk is in zijn muziek geslopen, en de erfenis van Bowie. Het bleek tijdens de gloednieuwe nummers, die duidelijk maakten dat Reznor net als Bowie weigert een monumentaal verleden uit te laten groeien tot een molensteen, en zichzelf tot een wassen beeld.

Drie van de meest indrukwekkende nummers uit de show kwamen van zijn nieuwe EP Bad Witch. Ross schreef mee, en dat is te horen in de broeierige spanning van de openingsnummers, terwij Reznor opnieuw de vlag van desillusie hijst boven de mensheid (‘When we could have done anything/ We wound up building this we deserve/ With illusions of enlightenment/ With our snouts in the dirt’).

Maar dan moet God Break Down the Door, het onverwachte hoogtepunt van zijn liveshow, nog komen: een nummer waarin Reznor lager zingt dan hij ooit heeft gedaan, terwijl de muziek zich los van hem lijkt te maken in een opeenstapeling van tegenritmes, beats en het lage geluid van een altsaxofoon. ‘You won’t find the answers here’, croont, ja werkelijk: cróónt Reznor op een passief-agressieve rustige toon, terwijl in de muziek de onrust groeit. Hier klinkt de geest van Bowie. Specifieker: hier klinkt de geest van Blackstar, zijn zwanenzang. Via Bowie is na al die jaren de jazz het werk van Reznor binnengeslopen.