Hoofd en hart

De tiende Documenta in Kassel (tot en met 28 september) heeft een lawine van kritiek losgemaakt. Van de winkeliersvereniging ter plaatse tot Rudi Fuchs, er heerst een massieve anti-stemming, die zich concentreert op het intellectualistische concept van Cathérine David. Wee degene die met ‘intellectualisme’ gediskwalificeerd wordt. Haar worden alle denkbare schulden in de schoenen geschoven: het achterblijven van de te verwachten inkomsten of de vernietiging van de kunst. En met een beetje kwade wil wordt dat al snel hetzelfde, hetgeen gebeurde in een bezwaarschrift van een aantal kunstgaleries.

Voorzover de kritiek verder gaat dan wrevel over broodroof draait zij vooral om het onderscheid tussen hoofd en hart. In talloze artikelen en interviews wordt gal gespuwd over de cerebrale aanpak van David. Zij zou met haar keuze voor veel conceptuele kunstenaars voorbijgaan aan de natuurlijke behoefte van het kunstpubliek een ervaring te hebben, het liefst een esthetische ervaring.
Alle kunst die een appèl doet op het lichaam en het gevoel zou zij nauwgezet achterwege hebben gelaten, ten faveure van werken die uitgaan van de verstandelijke vermogens van het publiek. Kunst die het hart betreft, zou dan sensueler zijn, meer ‘kwaliteit’ hebben, kortom voorbij de rede zijn. Een van de grootste kunstmanifestaties organiseren en dàt inzicht niet inspecteren is een schandaal van de eerste orde.
Het grappige is dat het strikte onderscheid tussen gevoel en verstand een typisch produkt van de rede is. Ook al leidt dit onderscheid tot een keuze voor het gevoel, dan nog zal het daaruit voortvloeiende gevoelsleven dermate geforceerd zijn dat de rede het voor het zeggen heeft. Bovendien is een bozig beroep op het gevoel niet zelden een teken van frustratie over een gevoeld tekort: men voelt zich buitengesloten van een intellectuele gemeenschap, niet welkom in de salon. Juist voor hen voor wie salonfähigkeit zo ongeveer een eerste levensbehoefte is, een onuitstaanbare zaak. En dus wordt, onder leiding van criticus Fritz Raddatz, een intellectuele tentoonstelling intellectualistisch genoemd, en gaat men voorbij aan de vele kunstwerken die zo goed zijn dat ze op alle niveaus tegelijk actief zijn. Bij wijze van hoge uitzondering is een tentoonstelling gemaakt van kunst die, in de woorden van Michelangelo Pistoletto, moet worden gezien als 'sponsor van ideeën’, en men is meteen zo beledigd dat wordt gesproken over Kassel als het laboratorium van de ondergang der kunst. De vermeende animositeit tussen hoofd en hart heeft inmiddels de kritiek op de rede zelf naar de achtergrond gedrongen. Er is zoveel boosheid over de alomtegenwoordigheid van het Argument, dat er nauwelijks wordt gesproken over de kwaliteit der argumenten, in het bijzonder over hoe deze kwaliteit lijdt onder de spanning tussen de wens om een Bestandsaufnahme van onze hele cultuur te maken, en het feit dat je hoe dan ook onderdeel van deze cultuur bent. Het is een klassiek probleem dat zich echter in een tijd waarin het begrip 'complexiteit’ op veler lippen bestorven ligt, extra zwaar doet gelden.
In elk geval op de lippen van de vele auteurs in Das Buch zur Documenta. Geen catalogus, maar een parallelpublikatie, met een treffend omslag waarop honderden gevleugelde begrippen uit de hedendaagse cultuurtheorie in een taalwolk bijeengehouden worden.
Het is precies deze wolk die het probleem vormt, de wolk als landschappelijk element. Hij herinnert aan de talloze werken in de tentoonstelling waar op 'de problemen van deze tijd’ ook een afstandelijke, landschappelijke, ja toeristische blik wordt geworpen. De cultuur als een interessante wolkenformatie. Dit is de valkuil van een Documenta die expliciet tegen het cultuurtoerisme gepresenteerd wordt.