De lafheid regeert

Hoofdcommentaar

Het was de wraak van Frits Wester geweest. De man die in 1994 in de val van Elco Brinkman werd meegesleept nadat Beatrix niet de CDA-voorman maar PvdA-leider Wim Kok tot informateur had benoemd. Brinkman sprak verbitterd over ‘de staatsgreep van Beatrix’ en week uit naar het bedrijfsleven, zoals Wester uiteindelijk uitweek naar de zender RTL4.

Het was diezelfde Frits Wester die D66-leider Thom de Graaf dat opzienbarende RTL4-interview afnam, waarin de D66-leider verklaarde dat het wat hem betreft uit was met Beatrix’ bemoeienissen met het landsbestuur, inclusief de kabinetsformatie.

De twee andere regeringspartijen VVD en PvdA schaarden zich onmiddellijk rond de troon, terwijl oppositieleider Jaap de Hoop Scheffer (CDA) voor nota bene vier verschillende zenders zijn D66-collega de mantel uitveegde, waarbij hij zo’n onbekookte toon aansloeg dat zelfs de Oranjegezinde Telegraaf hem inmiddels ‘Jaap een Hoop Geschetter’ heeft genoemd.

De Graaf noemde al die reacties ‘verbijsterend’. Het pleit voor hem dat hij niet voor de Oranjefurie is bezweken en niets van zijn staatkundige voorstellen heeft teruggenomen. Wél is het ondertussen tot hem doorgedrongen dat hij een overgevoelig onderwerp had aangesneden. Het is komisch om te lezen hoe de D66-politicus zich inmiddels, diepe buigingen makend in de richting van paleis Noordeinde, aan de zijde van het pluimstrijkend deel der natie heeft geschaard. Hij heeft, betoogde hij woordenrijk, wis en zeker groot respect voor de ‘persoonlijke en professionele’ inzet waarmee Beatrix haar werk doet, en de kritiek die op de vorstin ‘in media en boekjes’ wordt uitgeoefend ‘is altijd anoniem en tweedehands’. Hij is — dat daar geen misverstand over moge bestaan — zelf een voorstander van de monarchie! ‘Wat ik in overweging geef is niet revolutionair en ook niet anti-Oranje.’

Zo is het. Thom de Graaf is niet bezig de monarchie te ondergraven maar de monarchie boven water te houden. Het zijn allemaal wederzijds uitgewisselde stekeligheden van Oranjeklanten onder elkaar en er is slechts een enkeling die het democratische, eigentijdse alternatief, de republiek, op de agenda durft te plaatsen.

Andermaal is aangetoond dat een der schaduwzijden van de monarchie de sfeer van angsthazerij is die rond dit instituut hangt. De wenselijkheid van het aan banden leggen van het huidige staatshoofd, zo heeft De Graaf zelf geconstateerd, zoemt al maandenlang door Den Haag zonder dat iemand de moed had de betreffende voorstellen in de openbaarheid te brengen. Behalve De Graaf…

Ondertussen loopt zijn initiatief tot de laatste letter parallel met de mededeling in De Groene Amsterdammer (16 februari 2000) dat er van overheidszijde serieus wordt gestudeerd op het zogenoemde Zweedse model, een monarchie waarin de vorst slechts een symbolische functie heeft en in elk geval niet meer voor staatszaken verantwoordelijk is.

Het werd toen allemaal door premier Wim Kok ontkend. Dezelfde Kok die zich nu, ongetwijfeld tot zijn ongenoegen, niet alleen met het geval-De Graaf ziet geconfronteerd, maar bovenal met een werkstuk van een zware commissie die de Partij van de Arbeid adviseert ronduit voor de republiek te kiezen. Ambtelijke functies, constateren de schrijvers zonder omwegen, horen bij toerbeurt door burgers in opdracht van andere burgers te worden vervuld. En ‘er is geen reden om voor de functie van staatshoofd een uitzondering te maken’.

Het PvdA-bestuur heeft nog een halfhartige poging gedaan om de betreffende alinea te laten schrappen. Zoiets kan natuurlijk niet in het jaar 2000. Het is dus duidelijk dat het Oranjefront scheuren begint te vertonen. Zelfs in de VVD, waar de eerste dissident zich al heeft gemeld. De tegenstelling monarchie-republiek is, weten wij inmiddels, allang niet meer simpelweg rechts-links, maar veeleer irrationeel-rationeel, geheel geënt op de nieuwe zakelijkheid van het poldermodel.

Het interessantst blijft de positie van de PvdA, de partij die in theorie pro-republikeins is en in de praktijk plus royalist que le roi. Dat geldt althans voor fractie en partijtop, bestaande uit bevoorrechte personen die de koningin af en toe een handje mogen geven. Het zou interessant zijn te weten of de PvdA-achterban ook zo over deze kwestie denkt. Die mogelijkheid is er trouwens: op het PvdA-congres van 19 mei staat toevallig de tegenstelling monarchie-republiek op de agenda, aangevuurd door de bovengenoemde socialistische commissie en het door deze trojka vervaardigde discussiestuk.

Kok zal vermoedelijk flink met zijn portefeuille moeten zwaaien, wil hij nog bij Beatrix op de koffie kunnen komen.