Anticlimax in kamp Zeist

Hoofdcommentaar

Na alles wat eraan te pas kwam om het mogelijk te maken – eindeloze diplomatieke touwtrekkerij, VN-sancties die voor ruim zeventig miljard gulden schade toebrachten, de inspiratie om in Nederland Schots grondgebied te vinden – dreigt het Lockerbie-proces een anticlimax te worden. Niet alleen zal de vraag of de beklaagden schuldig zijn wellicht geen definitief antwoord krijgen, de belangrijkere vraag wie deze massamoord liet uitvoeren, zal helemaal in de mist blijven hangen.

Het was opvallend hoe verschillend de media de opening van het proces versloegen. In de Arabische pers – de Libische uitgezonderd – werd er merkwaardig weinig over geschreven. De Amerikaanse pers richtte de schijnwerpers op de (Amerikaanse) familieleden van de slachtoffers en hun hoop dat er eindelijk iemand voor hun verlies zal opdraaien.

In de Europese pers werden de twijfels over de stelling van de aanklagers breed uitgesmeerd. Cruciale getuigen blijken onbetrouwbaar, bewijsstukken van bedenkelijk allooi. De hoofdaanklager had er zo weinig vertrouwen in dat hij zich in februari terugtrok. Het lezen van al die dossiers laat de onbevooroordeelde leek beduusd achter. Had Libië er niets mee te maken? Was Iran, Syrië of de Israelische Mossad de schuldige? Was het motief wraak voor een Amerikaans bombardement op Libië of voor het neerhalen van een Iraans vliegtuig, het dwarsbomen van de Pax Americana in het Midden-Oosten of het voorkomen van de onthulling van een drugsmokkeloperatie? Wat nodig lijkt, is niet een proces dat hoogstens een hypothese kan toetsen, maar een onpartijdig onderzoek dat alle mogelijkheden op tafel legt en grondig uitpluist.

De advocaten van de beklaagden verdedigen dezelfde theorie als de Amerikaanse en Britse onderzoekers na de aanslag in 1988: de explosie zou het werk zijn van door Syrië gecontroleerde Palestijnse terroristen. Die zouden gehandeld hebben in opdracht van Iran, dat zich wilde wreken omdat een Amerikaans fregat vijf maanden eerder een Iranees passagiersvliegtuig neerschoot. De Amerikaanse bewering dat dit een spijtige vergissing was, stuitte in Iran op ongeloof. Washington steunde immers Irak in diens oorlog met Iran en de pas verkozen president Bush weigerde Iran excuses aan te bieden.

Maar in 1990 lieten de onderzoekers die theorie vallen en werd Libië beschuldigd. De voornaamste reden zou zijn dat het minutieus uitkammen van half Schotland een smoking gun had opgeleverd: een fragmentje van de bom dat slechts van Libië afkomstig kon zijn. De Zwitserse producent van het onderdeeltje ontkende echter dat het louter aan Libië werd geleverd en beschuldigde de onderzoekers er zelfs van met het bewijsmateriaal geknoeid te hebben.

De verschuiving van de blaam van Syrië en Iran naar Libië gebeurde net toen Washington een coalitie smeedde om Irak uit Koeweit te verjagen. Dat Syrië zich bij die coalitie aansloot en Iran haar impliciet steunde, was daarbij van enorm politiek belang. Dat kon niet bereikt worden als die landen tezelfdertijd beschuldigd werden van de Lockerbie-ramp.

Het feit dat de ommezwaai in het onderzoek Washington politiek goed uitkwam, bewijst natuurlijk niet dat die ommezwaai fout was. Maar men kan de politieke context evenmin negeren, zeker niet nadat er zoveel twijfels over de Libië-hypothese zijn gerezen. Die context is breder dan alleen de Golfoorlog. Voor een duurzame Pax Americana in het Midden-Oosten zijn Syrië en Iran de essentiële ontbrekende schakels. In vergelijking met hen is het politiek geïsoleerde Libië een quantité négligeable. Het vermoeden rijst dan ook dat het zoeken naar de waarheid over Lockerbie geofferd is op het altaar van Amerika’s ‘nationale veiligheid’ of wat daarvoor doorgaat.

De enige risico’s voor Washington zijn dat de aanklacht in elkaar stuikt en de beklaagden worden vrijgesproken. Maar de bewijsvoering is zo complex dat het proces wellicht een uitputtingsslag wordt die dankzij het Schotse recht niet op een regelrechte vrijspraak hoeft uit te lopen. De rechters kunnen besluiten dat de aanklacht onbewezen is, zonder de beklaagden onschuldig te bevinden. Als dat het vonnis is, zoals velen verwachten, dan zijn er geen winnaars maar ook geen verliezers. Behalve de waarheid, natuurlijk.