Verdelende rechtvaardigheid

Hoofdcommentaar


Natuurlijk was het een nederlaag, maar zelfvoldaan merkte Paul Rosenmöller na afloop van het GroenLinks-partijcongres op dat hij uitspraken van de leden natuurlijk niet, zoals Wim Kok dat bij de PvdA placht te doen, in de wind zal slaan. Het was een wat gemakkelijke uithaal van een teleurgestelde fractiechef. Maar de vergelijking was veelzeggend. Dat Wim Kok, als leider van de grootste regeringspartij een motie over afschaffing van de voor regeringspartner VVD zo heilige hypotheekrenteaftrek naast zich neerlegt, is immers, hoe curieus ook, wel even iets begrijpelijker dan wanneer de fractievoorzitter van een oppositiepartij een interne partijvisie op de Navo afkeurt. Wim Kok was premier toen hij zijn capriolen uithaalde, Paul Rosenmöller is nog altijd slechts de fractievoorzitter van een oppositiepartij - niet eens de grootste.


Op het congres, afgelopen zaterdag in Zwolle, stond voor Rosenmöller een aantal gevoelige en voor de toekomst bepalende kwesties op de agenda. De stemgerechtigde leden moesten zich, zoals te doen gebruikelijk, uitspreken over het functioneren van de verschillende fracties. Met name de Tweede-Kamerfractie lag sinds vorig jaar binnen radicalere kringen in de partij scherp onder vuur na de veelbesproken steun voor de Navo-bombardementen in de oorlog om Kosovo. Tijdens de debatten die de partij hierover vorig jaar in een Utrechtse discotheek belegde, liepen de gemoederen hoog op. Voor het eerst in tien jaar GroenLinks diende zich een soort scheiding aan. De Tweede-Kamerfractie wrong zich, voor het grootste deel niet gebonden aan oude dogma’s, in alle mogelijke bochten om haar pro-bommenstandpunt aan de man te brengen, terwijl een omvangrijk deel van de achterban zich opeens weer bewust was van een oorspronkelijke ‘bloedgroep’. Voormalige CPN’ers waarschuwden in Utrecht pardoes voor zoiets als wat ooit het ‘Amerikaans imperialisme’ heette, en EVP’ers hadden, net als eerder in de jaren tachtig tijdens de kernwapendiscussie, waarachtig van God vernomen dat het bombarderen van Belgrado niet de juiste weg was. De pacifisten, die in 1991 met de (wél op VN-mandaat ontketende) Golfoorlog nog de meeste macht binnen de partij hadden en indertijd de Nederlandse inbreng afkeurden, hadden vorig jaar bij de bommen op Joegoslavië het nakijken. De meeste landelijke afgevaardigden en de leden van het partijbestuur betoonden zich op de debatten in Utrecht vooral GroenLinksers en hadden weinig op met diegenen die zich in deze tijd opeens weer achter PSP-, EVP-, PPR- of CPN-idealen verscholen.


Het leek een herhaling van zetten. Toch werd het fractiebeleid met een bescheiden meerderheid goedgekeurd en kon Paul Rosenmöller voor even opgelucht ademhalen. Anders was het laat in de middag, toen over het nieuwe Navo-standpunt van de partij moest worden gestemd. De variant die de voorkeur van de fractie had, een hervormde Navo als partner in een nieuw Europees veiligheidssysteem, legde het af tegen een iets radicalere visie die het bestaan van de Navo wel erkent maar niet accepteert. De Navo moet worden vervangen door een nieuwe vredesmacht van de Verenigde Naties en nationale legers moeten worden afgeschaft, vond een (wederom bescheiden) meerderheid onder aanvoering van de eeuwig tegendraadse Groningse senator Tom Pitstra (oud-PSP) en de onverbeterlijke querulant Hans Feddema (oud-EVP), die in het gemeen slechts door de journalistiek serieus wordt genomen en te pas en te onpas, ten onrechte, als ‘invloedrijk partijlid’ wordt opgevoerd.


Het Navo-standpunt haalt de partij uit een onrealistische spagaat, ook al gaat de nieuwe visie iets minder ver dan de fractie graag had gezien. Maar de stemmingen in Zwolle laten zien dat GroenLinks een sterk verdeelde partij is. Het in Den Haag vertegenwoordigde deel wil meer realistisch zijn en schuwt eventuele regeringsverantwoordelijkheid niet. Een groot deel van de achterban, dat deel dat zich slechts op congressen kan laten horen, lijkt een meer principiële koers te willen varen of in ieder geval op dit moment serieus over de avances van Rosenmöller bij PvdA en CDA te willen discussiëren. Terwijl de stropdas en het Armani-pak van Paul Rosenmöller symbool is geworden voor de pragmatische koers van de partij, vrezen de hardliners voor hun idealisme.


‘Het gaat niet om het regeren, het gaat niet om het pluche. Het gaat om absoluut principiële standpunten’, fulmineerde Kamerlid Marijke Vos. Dat kan Marijke Vos wel zeggen, maar het is tamelijk reactief. En de realistische koers doet toch ook anders vermoeden, al heeft de partijtop nog nooit onomwonden toegegeven regeringsdeelname te ambiëren. Wie regeren wil, moet zich daarover uitspreken. Dat GroenLinks dat nog niet heeft gedaan is niet zo flink. Wanneer pas tijdens de volgende verkiezingscampagnes bij Rosenmöller c.s. het hoge woord eruit komt, is het te laat. GroenLinks kan zich op dat moment geen interne partijcrisis meer permitteren.



PETER VERMAAS