Wij willen openheid

Hoofdcommentaar

Er had, óók voor de ex-wethouder en de ex-burgemeester, veel ellende kunnen worden voorkomen als er in Nederland sprake was geweest van een opener bestuurscultuur.


Die is er helaas niet. Nederland wordt van achter gesloten deuren geregeerd, waarna de veelal onduidelijke besluiten in orakeltaal onder het publiek worden gebracht. In de Trèveszaal is een spreekverbod voorgeschreven, er is sprake van Het Geheim van Paleis Noordeinde en wat de minister van Grotestedenbeleid tijdens de lunch heeft genuttigd gaat ons niets aan, ook al is zijn broodje kroket met gemeenschapsgelden gefinancierd.


Het gaat de laatste jaren, zo moet worden geconstateerd, wel wat beter. Je mag tegenwoordig je eigen BVD-dossier inzien, en er bestaat iets als de WOB, de Wet Openbaarheid Bestuur, waarvan men wijzer kan worden, als de aanvrager althans de kapitale advocatenkosten kan financieren.


Het blijft marginaal gekrabbel in een bestuurlijk proces dat nog steeds in belangrijke mate door rookgordijnen wordt omgeven.


De schrijfster Karin Spaink heeft een vergelijking getrokken met de situatie in Zweden. Daarin is in de Grondwet een vergaand recht op openbaarheid verankerd. In dat land is, althans in bestuurlijke zin, niets geheim. De burger is baas over de overheid — en niet andersom. Daar kan de geïnteresseerde kennisnemen van alle communicatie tussen burger en bestuur. Het geldt voor andermans belastingaanslag, voor het dossier van de rechtbank en voor alle ambtelijke correspondentie.


Geen beter instrument om corruptie of ambtelijk misbruik te voorkomen. Als je, als bestuurder, weet dat je declaratie de volgende dag op het bureau van de Afterposten ligt, zal je het niet in je hoofd halen om een al te uitbundige onkostennota te laten uitschrijven.


Niemand verwacht in alle redelijkheid dat in het vervolg het wekelijks gesprek tussen Wim Kok en koningin Beatrix live door de lokale televisie zal worden uitgezonden. Maar waarom zouden wij niet precies mogen weten wat er in het Rotterdamse college van Burgemeester en Wethouders is besproken? Of wat zich werkelijk in de ministerraad heeft afgespeeld, gebeurtenissen waarnaar wij veelal hoogstens kunnen raden?


De betrokkenen opperen tegenspartelend dat ook zij recht hebben op hun privacy. Hoezo privacy? Het publieke verkeer kent geen privacy, behalve in de huiskamer en in het slaapvertrek.


Die verrichtingen in de privésfeer zijn een verhaal apart. Er is een tijd geweest dat de vraag of men wel of niet over een toilet met waterspoeling beschikte werd ervaren als een kwestie waar de overheid niets mee te schaften had. Er zijn hele oorlogen uitgevochten om onze eigen, burgerlijke vierkante meter te beschermen tegen de nieuwsgierigheid van derden. Die oorlog is verloren. Mede dankzij de elektronisering van de samenleving ligt alles op straat, ons salaris, de auto waarin wij ons verplaatsen, onze seksuele voorkeur en de auto waarin wij ons zouden willen verplaatsen.


De telefoon wordt door internationale inlichtingendiensten afgetapt en via infrarode richtcamera’s registreert de lokale politiepost of wij gisteravond spruitjes, ofwel andijviestamppot op ons bord hebben gehad.


Dit proces is niet meer terug te draaien, constateren wij met spijt en enige bitterheid. Het minste wat de burger kan terugverlangen is dat het gedrag van onze bestuurders navenant transparant wordt gemaakt.


Ideaal zal het nooit worden. Het alternatief van publiekelijk te raadplegen notulen zijn notulen die inhoudelijk zijn uitgehold, terwijl de echte notulen inmiddels in een kluis liggen te wachten op de man die, vijftig jaar na dato, gemachtigd is de sleutel om te draaien.


Ondertussen wegen de voordelen van het Zweedse offentlighetsprincip ruimschoots tegen de nadelen op. Karin Spaink noemde het geval van de commissaris der Koning in Örebro die zo stom was om zijn eigen echtgenote in dienst te nemen, zonder dat dit feit in de declaraties was terug te vinden.


Er geschiedde wat er in dit soort gevallen dient te geschieden: de man werd volgens Zweeds model vervolgd wegens fraude. Waarachtig, dat Zweeds model is in meerdere opzichten de moeite waard om nader te worden bestudeerd.