Hoofdcommentaar

Hoofdcommentaar: Asiel en straf

Het is opmerkelijk hoe een klein land als Nederland er periodiek in slaagt nog kleiner en enghartiger te lijken dan onze toch al bekrompen reputatie in het buitenland zou doen geloven. Afgelopen zondag werd het bewijs weer eens geleverd in het tv-programma Buitenhof waar de migratie-experts Altmaier (christen-democratisch lid van de Duitse Bonds dag) en Talhoui (kamerlid van Agalev, het Bel gische Groen Links) in debat gingen met onze minister voor Minderheden beleid Roger van Boxtel. De voor Neder landse begrippen zo progressief ogende Van Boxtel raakte de draad kwijt toen Talhoui opmerkte dat asielprocedures en migratieprocedures in Europa door elkaar lopen. Hij begreep eenvoudig niet dat die procedures gescheiden zijn en om goede rede nen gescheiden behoren te zijn.
Het onderscheid tussen het opvangen van vluchtelingen en het onthalen van buitenlandse werkkrachten dreigt in Neder land geheel te vervagen. Onze bestuurlijke elite is daar in niet geringe mate debet aan. In de ogen van Nederlandse bestuurders vallen de twee allang naadloos samen. Migratie is voor hen een technocratisch beheersprobleem; de morele verplichting om onderdak te verlenen aan vervolgden en ontheemden is ondergeschikt gemaakt aan economische overwegingen en politiek effectbejag. De walm van provinciale bekrompenheid die opstijgt uit het jongste asielzoekersdebat, ontketend door de Groningse burgemeester Jac ques Wallage, is een nieuw dieptepunt.
Hoe is dit onwaarschijnlijke «debat» tot stand gekomen? De burgemeester hoorde zijn recher cheurs mopperen over criminele asielzoekers. Hij vroeg om cijfers, en zijn recherche pro duceerde een rapport waaruit je kunt opmaken dat asielzoekers vijfmaal zoveel delicten plegen als andere inwoners van de stad Groningen. Wallage hield het rapport geheim, maar stuurde het wel op naar de staatssecretaris. Zelf wilde hij er zijn handen niet aan branden want «het is niet zo simpel op welk moment en in welke vorm je hierover een publiek debat moet aanzwengelen». Toen het debat uitbleef, zwengelde hij het toch maar aan, en wel op de meest onverkwikkelijke manier: «Er zijn mij te veel criminele asielzoekers.»
En het rapport blijkt nog niet te deugen ook. Het telt misdrijven en verdenkingen van misdrijven door asielzoekers bij elkaar op. En als de gegevens omtrent (vermoedelijke) misdrijven door asielzoekers al netjes geturfd zijn, blijft de vergelijking met de doorsnee-bevolking van de stad Groningen — inclusief dementerende bejaarden, kleuters en sociaal-democratische burgemeesters — onterecht. Het verschil in criminaliteit kan om te beginnen worden toegeschreven aan de aard van de asielprocedure die de aanvragers — niet zelden getraumatiseerd en volkomen onbekend met de Neder landse samenleving — veroordeelt tot jarenlang nietsdoen in een gekmakende omgeving. Komen onze politici dan nooit in die centra? Lezen ze geen serieu ze rapporten als Vreemde lingen in de strafrechtketen en Migratie, integratie en criminali teit?
En hoe zit het met de beëindiging van de asielprocedure in geval van crimineel gedrag? Krachtens de Vreemdelingenwet (art. 21) mag een vreemdeling worden uitgezet als hij een vergrijp pleegt waarop drie of meer jaren gevangenisstraf staat of als hij anderszins een bedreiging vormt voor de openbare orde en veiligheid. De grens van drie jaar gevangenisstraf is gekozen om aan te geven dat betrokkene een serieuze bedreiging voor de samenleving moet vormen. De uitzetting geschiedt in het belang van de veiligheid, niet om de asielzoeker te straffen.
Wallage vroeg zich af of dat allemaal zomaar kon — «Nu kan een asielzoeker die een jaar gevangenisstraf heeft gekregen, gewoon in de procedure blijven. Dat vind ik heel curieus» — en de specialisten van alle grote fracties zeiden het hem na. Maar het is helemaal niet curieus. De asielzoeker wordt voor zijn vergrijp bestraft door de Neder landse rechter. Moet hij dan nog eens extra gestraft worden omdat hij asielzoeker is? Wallage husselt vreemdelingenrecht en asielrecht door elkaar en voegt aan die kluts ook nog het strafrecht toe. Als een dergelijke rechtsopvatting in Nederland een gewoonte wordt, laten we dan vooral consequent zijn. Wordt het geen tijd dat we het falen van sociaal-democratische burgemeesters in Nederland eens turven (het resultaat kon weleens heel curieus zijn) en daar administratieve consequenties aan verbinden?