Hoofdcommentaar: Melkert

Hoofdcommentaar: Melkert

Tijdens de verkiezingsstrijd in 1981 werd het campagneteam van de PvdA benaderd door Huib Schreurs, de toenmalige directeur van Paradiso, met de vraag of Joop den Uyl niet een «Fidel Castro-toespraak» kon houden, van een uur of negen. Den Uyls verhaal «Tegen de stroom in» duurde uiteindelijk «slechts» tweeënhalf uur. Met brede streken schilderde hij een uiterst somber panorama, waaruit bleek dat na de progressieve golf van de jaren zeventig de opmars van «Nieuw Rechts» angstwekkende vormen aannam. Het werd hoog tijd dat links het initiatief weer nam, dat het met een realistisch maar tegelijkertijd inspirerend alternatief kwam.
In de mythologie van de PvdA heeft deze redevoering enorme proporties aangenomen, net zoals Joop den Uyl tegenwoordig vaak wordt afgeschilderd als het toonbeeld van de bevlogen, inspirerende leider. Dat Ad Melkert zondagavond eveneens in Paradiso een lezing hield, is dus beslist geen toeval. Aan de titel van dit verhaal, «Progressie als traditie», was toegevoegd: «21 jaar na Den Uyl». Het was kennelijk uitdrukkelijk de bedoeling dat de huidige partijleider in de voetsporen zou treden van Den Uyl, en niet in die van zijn onmiddellijke voorganger, de tot voor kort nog door vriend en vijand geprezen Wim Kok. Als Paars al ooit zoiets als magie heeft bezeten, dan is die inmiddels wel uitgewerkt, moet de organisatie gedacht hebben. Of in de woorden van Melkert: «Dat de SEVEN year itch eraan kwam, was voor de kenners van het echte leven nog wel voorspelbaar. Dat het op buikkrampen met braakneigingen zou uitlopen is ernstiger dan verwacht.»
Den Uyl dus. Plus hoogst moderne videokunst en, voor de wat oudere toehoorders, Hot Stuff van de Stones. De voordracht van Melkert is echter weinig uyliaans. Geen gezwaai met de bril, het voorhoofd wordt niet gebet met een grote witte zakdoek en de spreker verliest zich niet in zijn eigen verhaal. In plaats daarvan een zorgvuldig uitgesproken collage van one liners, statements en voorbeelden. Sociaal-democratisch is het verhaal echter wel, want na een schets van de huidige problemen gaat de partijleider uitgebreid in op een aantal onderwerpen waaraan nodig «vorm gegeven» moet worden. Melkert zegt dat het hem gaat om een nieuwe, ontluikende politieke cultuur; een nieuwe, dienstbare overheid; de randvoorwaarden voor economische groei; oplossingen voor nieuwe sociale kwesties; het blijvende internationale engagement.
Aan ambitie geen gebrek. En hoewel zijn verhaal over de nieuwe politieke cultuur en de dienstbare overheid nogal vaag blijft, is Melkert af en toe verrassend duidelijk. Zeker waar het gaat om het vraagstuk van de integratie van migranten. Hoewel hij Fortuyn niet noemt in het lijstje met xenofobe demagogen die in Europa schaamteloos inspelen op het eigenbelang en de onderbuikgevoelens, laat Melkert er geen misverstand over bestaan dat met onze eigen volksmenner geen compromis mogelijk is. De parallel met Den Uyls verhaal uit 1981 is hier heel sterk: Nederland staat weer op de tweesprong, er moet weer duidelijk worden gekozen tussen enerzijds hebzucht, eigenbelang en nationalisme, en anderzijds de idealen van gerechtigheid en solidariteit.
Hoewel de redevoering duidelijk de bezieling mist die altijd wordt toegeschreven aan Joop den Uyl heeft het campagneteam het nodig gevonden het geheel nog wat verder te laten relativeren. Voor dat doel is een drietal columnisten ingehuurd. Stephan Sanders mag uithalen naar het belerende, paternalistische toontje dat sociaal-democraten nog altijd eigen is en Elsbeth Etty constateert dat geen sprake is van enige zelfreflectie, laat staan van zelfkritiek. Vervolgens krijgt Felix Rottenberg het woord. Hij gaat volledig los in een onnavolgbaar betoog, waarin Melkert eerst wordt geprezen omdat hij heeft gepleit voor «het doorbreken van de routine», waarna de oud-partijvoorzitter stelt dat het onmogelijk is dat hier ook maar iets van terecht zal komen. De partij mag geen illusies wekken die zij toch niet kan waarmaken, zegt hij. In Rotterdam zou de partij volgens Rottenberg tegen de mensen in wijken met veel Fortuyn-stemmers moeten zeggen dat het zeker nog zo’n vijftien à twintig jaar gaat duren eer er iets verbetert.
Koud kunstje voor Melkert om deze kritiek te smoren. Het is toch belachelijk om vóór de verkiezingen met een dergelijke boodschap te komen, of met zelfkritiek? Hier is de man van de praktijk aan het woord, die de stuurlui aan de wal op hun nummer zet.
Maar spreekt hier ook de erfgenaam van Joop den Uyl? In zijn openingswoord merkt Eberhard van der Laan, die het PvdA-verkiezingsprogramma schreef, al op dat Den Uyls lezing elk jaar mooier wordt, maar dat men hem indertijd vooral heel erg lang vond. In 1981 maakte het verhaal niet zo veel los. Bovendien werd Den Uyl toen niet door iederéén ervaren als inspirerend leidsman. Op het partijcongres in februari van dat jaar was hij nog uitgekreten voor «Joop Atoom». De toen nog talrijke linkse critici verdachten hem ervan bereid te zijn omwille van nieuwe regeermacht een pact met de duivel c.q. Dries van Agt te willen sluiten. Toen dat na de verkiezingen ook werkelijk gebeurde, joeg Den Uyl als minister van Sociale Zaken de gehele vakbeweging en vrijwel zijn gehele partij tegen zich in het harnas. Wellicht heeft die vermaledijde Paradisolezing achteraf zo’n enorme status gekregen om deze pijnlijke herinneringen waar mogelijk te verdringen.
Het is voor Melkert al met al te hopen dat zijn toespraak spoedig in de vergetelheid raakt.