Hoofdpijn

De Belastingdienst maakt het noch leuker, noch makkelijker en de politiek draagt schuld. Ministers en staatssecretarissen moeten niet enkel beleid formuleren, ze moeten het adequaat uitvoeren.

Toen ik vorige week keihard mijn hoofd stootte aan een ijzeren stang in de onbemande fietsenstalling van het NS-station Heemstede-Aerdenhout dacht ik: dit is net als bij de Belastingdienst. Daar schijnen ze ook systemen in te voeren die slecht werken, net als op dit station. Want wie bedenkt nu dat je het sleutelhangertje met een plaatje dat is uitgerust met een chip voor een scanner moet houden als je met je OV-fiets door die ijzeren draaideur moet? Daarvoor moet je de fiets namelijk op slot zetten, anders krijg je dat plaatje niet bij die scanner. Maar die zware fiets moet ook door dat poortje.

Ik heb er hoofdpijn van. Van het bedenken hoe organisaties werken. Om dat gehannes met die fiets te voorkomen kan de NS een simpele oplossing gebruiken. Het scannen bij dat ijzeren hek laat je eerst uitproberen, door meerdere proefpersonen die niet betrokken zijn bij de tekentafeloplossing en de discussies aan die tafel over de lonkende kostenbesparing die die kan opleveren – personeelskosten welteverstaan.

Bij de Belastingdienst is dat uitproberen wat ingewikkelder, dat geef ik toe. Maar de overeenkomst is toch dat ook daar de gebruikers van de systemen er niet mee uit de voeten kunnen. In dit geval zijn die gebruikers niet wij belastingbetalers, maar de lagere echelons belastingambtenaren. Naar hen werd niet geluisterd. Blijkbaar kunnen de bedenkers van al die nieuwe ict-programma’s het niet alleen niet leuker maken, maar ook niet makkelijker. De bekende slogan van de Belastingdienst kan maar beter met het schaamrood op de kaken in het archief worden opgeborgen.

Dat de Belastingdienst haar zaakjes niet op orde heeft, is niet nieuw. Daar is afgelopen jaren al menig Kamerdebat aan besteed. vvd-staatssecretaris Frans Weekers moest er in januari 2014 om aftreden. Inmiddels zijn we ruim drie jaar verder en is het onthutsend je te moeten realiseren dat de inning van het belastinggeld in gevaar blijkt te zijn. Dat het er nu ook naar uitziet dat het komende kabinet door die interne problemen het belastingsysteem niet kan vernieuwen is zowel begrijpelijk als onbestaanbaar. Begrijpelijk, omdat het bij de Belastingdienst anders als gevolg van nieuwe regels die weer nieuwe aanpassingen van de ict-systemen vergen helemaal een puinhoop zou worden. Maar onbestaanbaar, omdat geklooi met de huidige ict-systemen en een onverantwoord duur reorganisatieplan – dat het wel goed geschoolde en onmisbare personeel juist wegsluist – nu dicteren dat het hoognodig opschonen van het huidige belastingsysteem er niet in zit.

De bekende slogan van de Belastingdienst kan in het archief worden opgeborgen

Het belastingsysteem is als je eigen huis. Je begint met opgeruimde kasten, logisch ingedeeld, alles makkelijk te vinden. Maar gaandeweg de jaren komen er spullen bij, de kasten raken vol, met dingen die niet in de oorspronkelijke logica passen. Dan moet je er met de bezem doorheen: weggooien, andere logica bedenken, mogelijk een extra kast aanschaffen of de planken er op een andere hoogte in zetten. Continuïteit en vernieuwing zou je dat kunnen noemen.

Het huidige kabinet, sinds begin deze week het langst zittende sinds de Tweede Wereldoorlog, had daar eigenlijk al mee aan de slag gemoeten. Een rapport met die titel, Continuïteit en vernieuwing, van de studiecommissie-belastingstelsel lag al op tafel toen dit kabinet in 2012 van start ging. Maar het kwam er niet van. Politiek was het lastig om overeenstemming te bereiken over de hoogte van nieuwe tarieven, tot welk inkomen die nieuwe tarieven dan moeten gaan gelden, het samenvoegen van toeslagen, het invoeren van eventuele milieubelastingen, aangepaste regels voor zzp’ers en ga zo maar door. Was het voor de regeringspartijen vvd en pvda al moeilijk om daarover op één lijn te komen, ze hadden er ook steun voor nodig van oppositiepartijen, omdat het kabinet een nieuw belastingplan anders niet door de Eerste Kamer zou krijgen. Je zou achteraf kunnen zeggen dat de politiek door van een vernieuwd belastingstelsel af te zien zichzelf een dienst heeft bewezen, maar het blijft een gotspe.

De politiek is zelf schuldig aan de problemen bij de Belastingdienst. Steeds weer blijkt dat ministers en staatssecretarissen het interessanter vinden om nieuw beleid te maken dan om de vinger aan de pols te houden bij de invoering van dat beleid en de gevolgen daarvan. Dat bleek ook weer uit de bevindingen, in 2014, van de parlementaire commissie ‘ict-projecten bij de overheid’ onder leiding van vvd-Kamerlid Ton Elias. Die concludeerde dat het op dat terrein een chaos was bij de overheid: ict-projecten zijn niet onder controle, de besluitvorming is zeer gebrekkig, de ict-kennis schiet te kort, het contractmanagement is onprofessioneel en het projectmanagement is zwak. Ook de Tweede Kamer kreeg van de uit eigen leden bestaande commissie een slecht rapportcijfer: parlementariërs kunnen de projecten onvoldoende controleren, omdat ze zelf over onvoldoende ict-kennis beschikken.

Misschien dat de hoofdpijn over het belastingdossier de politiek nu eindelijk tot inzicht brengt. Al was het maar, o ironie, omdat een nieuw kabinet op dat dossier nu niet eens kán vernieuwen op straffe van het imploderen van de belastinginning. Een nieuwe staatssecretaris met de Belastingdienst in zijn portefeuille zal pas als succesvol de geschiedenis in gaan als de dienst weer op orde is, de ict-systemen werken, naar het uitvoerend personeel wordt geluisterd en de slogan weer uit het archief kan worden gehaald. Uitvoering van beleid zou aan de onderhandelingstafel tussen vvd, cda, d66 en ChristenUnie hoog op de agenda moeten staan. Omdat anders van idealen en vergezichten toch weinig terechtkomt.