Hoofdprodukt: vuurkracht

VIJF JAAR GELEDEN deed het probleemgestuurd onderwijs zijn intrede aan de Bredase Koninklijke Militaire Academie, het instituut waar sinds 1828 legerofficieren worden opgeleid. Daarmee was het meteen ook afgelopen met het ‘apengedrag’ dat de traditionele hoorcolleges opleverden. Maar goed ook, want in deze tijd moeten officieren meer dan ooit zelf nadenken en beslissingen nemen in conflicten waar ‘de’ vijand steeds moeilijker te herkennen is.

Terwijl het Nederlandse leger tijdens humanitaire missies in toenemende mate te maken krijgt met onvermoede vijanden - Srebrenica behoort inmiddels tot het standaard lesmateriaal op de KMA - lijken het draagvlak en de waardering voor ‘onze jongens’ bijna net zo snel te slinken. Volgens prof. dr. H.P.M. Jägers, decaan van de faculteit Militaire Bedrijfskunde, is de status van officier vergelijkbaar met die van gemeentelijk ambtenaar. Het abrupte einde van de dienstplicht heeft daar volgens hem een belangrijke bijdrage aan geleverd. Jägers: 'Vroeger kende bijna ieder gezin nog wel iemand die gediend had, nu leeft defensie niet meer in de samenleving.’ Jägers vindt dat oud-minister Ter Beek handig gebruik heeft gemaakt van de euforie toen in 1989 de Muur viel. 'Er is toen ongegeneerd gegraaid in de defensiepot. Maar we weten nu inmiddels dat de dreiging groter is dan in het verleden omdat die nu minder herkenbaar is. Zie Joegoslavië, zie de onvoorstelbare genocides in Afrika.’
Of het Nederlandse leger zich wel zo nodig met buitenlandse conflicten moet bemoeien vindt Jägers een keuze die door de politiek moet worden gemaakt. Maar: 'De grens houdt niet op bij Roodeschool en Maastricht. Je bent niet alleen Nederlander maar ook wereldburger.’
Maar de vaderlandse neiging tot wereldburgerschap wordt bedreigd door de bezuinigingen die al zijn doorgevoerd en die - naar Jägers vreest - misschien nog gaan komen. Vraag is alleen of Nederland zonodig èn in Irak èn in Bosnië èn in Zuidoost-Azië tegelijkertijd aanwezig moet zijn. De politiek, de VVD voorop, heeft sterke twijfels. Volgens Jägers moeten er duidelijke afwegingen moeten worden gemaakt: 'Anders denk ik niet dat je nog serieus zult worden genomen als internationale partner.’
DEFENSIE GEEFT op dit moment ruim 13,5 miljard per jaar uit. Een niet gering budget, dat pakweg drie keer zo groot is als dat van de Belgische strijdkrachten. Maar cijfers alleen zeggen niks volgens Jägers. Gezien de staat waarin de F16’s van onze zuiderburen verkeren, zou hij niet graag zonder meer operaties met hen willen uitvoeren. 'Veel te riskant. Daar kun je zien waar een laag budget toe leidt: ze hebben niet eens een detectiesysteem om hun vliegtuigen mee te signaleren.’
In Ter Beeks memoires, 'Manoeuvreren’, beweerde de oud-minister echter opgewekt dat bij elke bezuiniging steeds weer een potje kon worden gevonden.
'De politiek beweert dat nog steeds! Al die kreten, het zijn net natte winden. Dat hij het maar eens komt bewijzen vanuit zijn makkelijke stoel als commissaris van de koningin!’
Weliswaar zijn er volgens Jägers nog mogelijkheden voor intensievere samenwerking tussen de verschillende krijgsmachtonderdelen - de luchtmobiele brigade is daar een geslaagd voorbeeld van - maar een 'paarse’ krijgsmacht waarin luchtmacht, marine en landmacht samengaan is volgens hem gedoemd te mislukken. Verdere bezuinigingen acht hij dan ook onrealistisch. 'Je moet geen dingen in stand gaan houden die niks meer voorstellen. COKL, het Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht, schreeuwt moord en brand omdat ze het niet aankunnen. Er is gewoon te weinig capaciteit.’
BEROEPSOFFICIER zijn is volgens de decaan nog steeds een honorabel beroep. Al hebben de cadetten af en toe hun twijfels, vooral na de humanitaire ramp in Srebrenica. 'Srebrenica is een schrijnend geval, dat weten we allemaal. Maar de soldaten zijn daarheen gestuurd met een opdracht die je eigenlijk niet zou mogen geven. “Als er iets aan de hand is, mag je niet met wapens tussenbeide komen”, was de boodschap. Problemen zijn dan onvermijdelijk.
Maar over Srebrenica is vooraf een uitvoerige kamerdiscussie geweest. De regering besloot uiteindelijk toch mee te doen. Het leger heeft dus slechts te luisteren. En ik ben ook blij dat die relatie er nog altijd is.’
Had u het een goede beslissing gevonden als Dutchbat ertoe was overgegaan de bussen waarin de later vermoorde moslims werden afgevoerd met geweld te stoppen?
'Nee. Omdat de opdracht was om zich niet in het conflict te mengen. De gevolgen zouden anders niet te overzien zijn geweest. Al weet ik niet wat ik zelf gedaan zou hebben.’
Machteloos toekijken mag dus een opdracht zijn die de politiek geeft aan het leger?
'Nee. Maar een van de dingen die ik in mijn leven heb geleerd, is dat dingen nooit in absoluten liggen. Je kunt makkelijk op afstand een oordeel hebben, maar belangrijker is een groot inlevingsvermogen. Dan zou je meer dan eens je oordeel moeten herzien. Soms zijn er geen goede antwoorden te geven, maar moet er desalniettemin een beslissing worden genomen.
Ik geef op de faculteit wel eens dit voorbeeld: Je staat daar in Bosnië met de beschaving in je klauwen, een Uzi. De opdracht luidt: niet schieten, anders ontstaat er een internationaal conflict. De tegenpartij weet dat, maar begaat op twee meter afstand van jou een verkrachting. Je bent militair, maar ook mens. Wat doe je?’
Wat is het goede antwoord?
'Dat laat ik over aan de discussie met de cadetten. Dat is een leerproces.’
Een KMA-officier mag zelf beslissen?
'Er zijn geen goede antwoorden. Dat is onzin. Het goede antwoord van vandaag kan morgen anders zijn. Dat zijn de imponderabilia van het slagveld, de dingen kunnen zich net anders voordoen dan je vooraf gedacht had.’
Jägers ergert zich daarom ook groen en geel aan al die bd’s (officieren buiten dienst) die bij Nova kwamen vertellen hoe de zaken in Srebrenica wèl aangepakt hadden moeten worden. 'Dat is zo laf. Je zult er zelf maar staan en die beslissing moeten nemen.’
Maar een bevel was ooit een bevel, is dat nu helemaal overboord gezet?
'Een bevel blijft nog steeds een bevel, steeds binnen bepaalde grenzen.’
Mogen militairen publiekelijk kritiek uiten op de politiek als die grenzen overschreden dreigen te worden?
'Dan moet je eerst met je hoogste baas gesproken hebben. Ik vind het onjuist publiekelijk kritiek te uiten, als het over vastgelegd beleid gaat. Overigens vind ik dat er een absolute loyaliteit moet zijn ten aanzien van hetgeen er in de Staten-Generaal wordt bepaald. Ben je het daar niet mee eens, dan moet je opstappen.’
DAARNAAST IS Jägers voorstander van het 'Zweedse model’: ambtenaren moeten rechtstreeks ter verantwoording kunnen worden geroepen. En niet via de minister. Bij het onderzoek van de Tweede Kamer naar de toedracht van de tragedie bij Srebrenica wilde de Kamer praten met de verantwoordelijke commandanten, maar minister Voorhoeve gooide zijn volle politieke gewicht in de strijd om dat tegen te houden. 'In het bedrijfsleven wordt de manager van een business unit toch ook ter verantwoording geroepen als het misgaat?’
Also sprach Jägers, die zijn sporen onder meer verdiende als organisatiesocioloog en -strateeg in het bedrijfsleven.
CDA-senator Van Gennip vond het enkele maanden geleden in het defensiedebat in de Eerste Kamer 'morbide’ dat er in het leger wordt geïnvesteerd terwijl het engagement bij publiek en politiek voor vredesacties drastisch verminderd lijkt. De Nederlandse burger zou geen verliezen meer kunnen verdragen, zo lijkt de boodschap. Maar Jägers is het daar absoluut niet mee eens: 'Wat voor verliezen hebben wij tot nog toe moeten dragen? Aan de Eerste Wereldoorlog hebben we niet deelgenomen, de Tweede Wereldoorlog was binnen een paar dagen bekeken, en in Nieuw Guinea, Korea en Indonesië hebben we betrekkelijk weinig slachtoffers gekend. Als je soldaten inzet, weet je dat het soms om kwesties van leven of dood gaat.’
Voelt deze krijgsmacht zich wel voldoende serieus genomen door de politiek?
'Ik denk dat ze het af en toe moeilijk hebben, en niet ten onrechte. Veel hangt toch af van het draagvlak in de samenleving. Een paar jaar geleden hebben we die watersnood gehad. Dan is het natuurlijk prachtig dat we oude mensjes in boten zetten en overvaren. Maar daar gaat het niet om. De core business blijft natuurlijk het grootschalige conflict, met daarnáást humanitaire operaties. Bij humanitaire operaties komen ook organisaties als het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen te hulp. Heb je daar als defensie dan nog wel wat te zoeken? Het wordt tijd dat de politiek daar eens goed over gaat discussiëren.’
De bij het gesprek aanwezige voorlichter, kapitein Geert Jansen, vult nog aan: 'Het hoofdprodukt van de krijgsmacht is vuurkracht. Humanitaire steunverlening is daar een afgeleide van, en niet andersom.’
Is het niet een beetje achterhaald om je voor te bereiden op een ouderwetse oorlog?
Jägers: 'Je moet je blijven voorbereiden op een grootschalig conflict voor het geval dat iemand de kolder in zijn kop krijgt. Wie geeft de garantie dat als er iets met Jeltsin gebeurt, er niet iemand opstaat die alsnog een oorlog begint? Wie wéét hoe het met China gaat?’
Over Rusland gesproken, is het wel zo verstandig om dat land zo aan het schrikken te maken door de Navo uit te breiden?
'Uitbreiding van de Navo vind ik heel verstandig. Wil je veiligheid creëren, dan moet je een platform hebben waar veiligheid wordt bediscussieerd, een platform waar niemand van uitgesloten wordt. Zo gauw je mensen gaat uitsluiten, gaan die hun eigen beelden en eigen werkelijkheid vormen, waardoor ze rare dingen kunnen doen.’
Uiteindelijk lijkt het Jägers verstandig dat ook Rusland meedoet aan de Navo. Sterker nog: er zou een mondiaal platform moeten komen voor defensiezaken. Al moet ervoor worden gewaakt een onslagvaardig instituut als de Verenigde Naties te creëren.
Wordt de wereld dan veiliger?
'Niet per se. Wel transparanter. Er kan nog altijd iemand de kolder in zijn kop krijgen.’
Maar daar moet het gros van de Nederlandse bevolking wel nog van overtuigd worden, meent de professor. 'We hebben in Nederland altijd de neiging dingen te bagatelliseren. Het zal wel niet zo'n vaart lopen, denken we dan. Het bekende gebroken geweertje.’ Ook om dat gevaar voldoende onder ogen te zien wordt het volgens Jägers hoog tijd voor een goede maatschappelijke discussie. 'Wat willen we nou eigenlijk met onze defensie?’
BINNEN DE STRIJDKRACHTEN is het in elk geval kraakhelder wat gewenst is: discipline. Het nieuwe Nederlandse beroepsleger was nog maar net een feit of luitenant-generaal Droste van de luchtmacht wist vorig jaar september de militaire bonden op te schrikken door strengere richtlijnen af te kondigen. 'De krijgsmacht behoort geen afspiegeling te zijn van de maatschappij. Wij hebben het geweldsmonopolie; dat betekent dat we bijzondere eisen einde van blok 14 mogen en moeten stellen’, aldus de bevelhebber. Een maand eerder waren twee luchtmachtmilitairen uit het Italiaanse Villafranca teruggestuurd omdat ze weigerden hun haar te knippen. De tijd dat Nederland over het meest 'relaxte’ leger beschikte, waarin salueren niet verplicht was en oorbellen en haarnetjes bon ton waren, lijkt alweer lang geleden.
'Wat wij in het leger eisen is een bepaalde vorm van discipline, aangepast aan deze tijd’, zo stelt de decaan, die zegt zich niet te storen aan lange haren. Maar op de vraag of de KMA het toestaat, moet hij het antwoord schuldig blijven. Kapitein Jansen schiet te hulp: 'De kracht van de KMA is dat de cadetten elkaar aanspreken op hun gedrag. Zelfregulering dus. Als wij hier iets moeten afdwingen, dan zit het fout.’
Jägers, een tikje getergd: 'U moet het mij niet kwalijk nemen, maar ik vind uw vraagstelling een beetje vreemd. Iedere keer opnieuw als het over defensie gaat komen er zulke vragen. Hou daar toch eens een keertje mee op, we leven in 1997!’
Daarom juist. Is dit niet de tijd waarin individuele vrijheden een groot goed worden geacht?
'Als een commandant vindt dat dat noodzakelijk is voor een professioneel optreden naar buiten, dan is dat zijn goed recht.’
Dat lijkt op willekeur.
'Nee! Dat is een visie.’
Maar vrouwen mogen weer wel lang haar…
'Die vraag is hier natuurlijk ook aan de orde geweest. Vrouwen laat je binnen bepaalde grenzen vrij. Maar misschien dat we, als we over twee jaar weer met elkaar praten, we er anders tegen aankijken dan nu.’
Worden de vrouwelijke bevelhebbers thuisgelaten als de situatie daar om vraagt?
'U weet hoe het de Amerikanen in de Golfoorlog is vergaan? Daar weigerden de Saoedi’s samen te werken met vrouwelijke officieren. Een vrouw die aan een man commando’s geeft, was voor hen uitgesloten. De Amerikanen hebben toen alle vrouwen uit de leidinggevende functies gehaald. Heel verstandig! Je moet je als militair weten aan te passen aan een situatie. Dat wordt hen hier ook geleerd, en dat begrijpt men ook.’
MAG EEN CADET in zijn vrije tijd een joint opsteken?
'Dat weet ik niet. Dat is een zaak voor de commandant, daar bemoei ik me niet mee. Maar op de KMA worden dergelijke dingen in geen geval gebruikt. Daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken.’
De voorlichter: 'Dan kun je het wel schudden.’
Maar in zijn of haar vrije tijd?
'Die verantwoordelijkheid kun je niet loskoppelen van wat je hier bent. Dat hoort niet. Je behoort toch ook niet te frauderen?’
Tussen fraude en een joint opsteken zit toch wel een heel groot verschil…
'Als het gaat om ethiek, zijn de grenzen soms heel vaag. Wat is goed of niet goed? Dat weet ik niet in absolute termen.’
Als u een cadet ergens een coffeeshop ziet binnengaan, wat doet u dan?
'Ik zou hem vragen of het nou wel verstandig is wat hij doet. De beslissing zou ik verder aan hem overlaten. Ik zou het afhankelijk van het gesprek de eerste keer waarschijnlijk niet melden aan de bataljonscommandant.’
Wat nu als softdrugs gelegaliseerd worden?
'Dat hangt af van wat de bevelhebber daarvan vindt. Stel dat hij tot het oordeel komt dat die dingen wel kunnen, dan zal dat ook zijn consequenties hebben voor de academie, uiteraard.’
Daar zou u mee kunnen leven?
'Met alle dingen die redelijk zijn, kan ik zeer goed leven.’