Hoofdsteun

Zulke koele beginzinnetjes waar iets vreemds mee is: ‘Mijn naam is Frank Bacombe. Ik ben sportjournalist.’ Ik weet dan dat ik moet doorlezen. Richard Ford doet net alsof hij een traditionele vertelling begint. Maar waar gaat die vertelling nu eigenlijk over? En begint hij wel bij A en eindigt hij wel bij B? Je zou dat soort vragen natuurlijk niet stellen als het helemaal niet zo zou zijn. Het is namelijk ongeveer zo. Maar net als in het schitterende Wildlife, is het al lezende in The Sportswriter pas achteraf duidelijk dat ergens een recht pad verlaten is, om een richting in te slaan die… hoewel, echt verdwalen doe je niet…

Je zou Richard Ford een realistisch schrijver kunnen noemen, als dit niet zo'n vervuilde term was. Misschien moet je hem vooral als typisch Amerikaans schrijver omschrijven. Een schrijver als Raymond Carver, maar ook als John Updike. Schrijvers over weemoed en angst voor de dood en vervreemding, en dat in de setting van het alledaagse, nietige bestaan. Literatuur van de voorsteden.
Het verhaal van De sportschrijver gaat over een weekend. Nou ja. Speelt erin. Een gescheiden man. Zijn ex, zijn twee nog levende kinderen, zijn ene dode, zijn nieuwe vriendin, een werktripje naar Detroit, een etentje bij aanstaande schoonouders, die dat bij nader inzien toch niet blijken te zijn. Onoverbrugbare klasseverschillen in een zogenaamd klasseloze maatschappij. Een mysterieus ongeluk met een vrachtwagen. De zelfmoord van een andere gescheiden man, die de hoofdpersoon Frank Bacombe zag als zijn beste vriend, maar andersom was dat niet zo. Vage schuld. De verwarring die in wanhoop kan omslaan als je de leeftijd van Frank Bacombe hebt bereikt en je leven aan richtingloosheid ten onder dreigt te gaan. De angst voor verantwoordelijkheid. De opgegeven ambities om schrijver te worden. Over die dingen gaat De sportschrijver en ze krijgen binnen de roman een betoverend verband.
Richard Ford is een precies schrijver. Heel knap weet hij rare details aan te leveren die sterk visualiserend werken, maar daarbij is het soms alsof de mensen niet meer van de dingen te onderscheiden zijn. Zo begint hij met de beschrijving van een geparkeerde auto, het wegrollende gedruis van regenvlagen, een zware chemische lucht en dan ineens, heel terloops, blijkt Franks vriendin Vicky bijna verscholen achter een enorme hoofdsteun in een geparkeerde auto te zitten. Waarop een beschrijving van haar kapsel volgt. Geweldig.