MUZIEKTHEATERGranida

Hoofts ‘opera’

Stichting Ipermestra is een sympathieke onderneming die interessante initiatieven ontplooit. Drie jaar geleden dook de opera Ipermestra van de Italiaanse componist Cavalli op onder vier eeuwen stof. Nu wordt vol trots een vroeg-Nederlandse ‘opera’ uit 1605 gepresenteerd: Granida van P.C. Hooft (1581-1647). Dat Hooft niet alleen een dure Amsterdamse winkelstraat naar zich vernoemd kreeg, maar ook een dichter en geschiedschrijver was, wist u wel, maar een operacomponist? Dat was hij niet, toch zou het kunnen dat hij in het allereerste begin van de zeventiende eeuw het genre opera in Nederland heeft geïntroduceerd. De vader van Pieter Cornelisz. was een rijke Amsterdamse regent die zijn zoon al op zijn zeventiende op reis liet gaan naar Frankrijk en Italië. In 1600 was hij in Florence, net toen daar de tweede opera uit de muziekgeschiedenis (het woord bestond nog niet eens) Euridice van Jacopo Peri werd opgevoerd. Misschien heeft hij er een repetitie van gezien, zeker heeft hij erover horen praten. In elk geval schreef hij thuis in Amsterdam zelf een herdersspel met muziek: Granida is het verhaal van een Perzische prinses die verliefd wordt op de knappe herdersjongen Daifilo. Na de meest onwaarschijnlijke gebeurtenissen krijgen ze elkaar op het einde. Het is in veel opzichten een ongewone variatie op een oud thema.
Granida was een eeuwlang geweldig populair, maar in onze tijd geheel vergeten. Tien jaar geleden werd ontdekt dat Hooft eigenlijk een zangspel heeft gemaakt en dat veel van zijn teksten geschreven zijn op in die tijd bekende, Nederlandse en Franse, muziekjes, zoals dat ook nu op bruiloften en partijen wel gebeurt. De reconstructie van het muzikale materiaal door de teksten via de computer te vergelijken met de verzameling liedjes van het Meertens Instituut is fascinerend. Dirigent Mike Fentross heeft het materiaal aangevuld en voor een klein ensemble geïnstrumenteerd. Toch, het is jammer, vond ik er niet veel aan.
Dat ligt in de allereerste plaats aan P.C. Hooft. Zijn verzen zijn gekunsteld en knap, maar missen elk gevoel, er is geen regel die je zou willen citeren. Is het toeval dat ik veel houd van de warmbloediger toneelstukken van zijn tijdgenoot Vondel en nog altijd plezier kan beleven aan de geestige en volkse Amsterdamse stukken van Breero, maar nog nooit een regel van Hooft had gehoord of gelezen? Hoe beroemd hij ook was en misschien nog is, voor ons is zijn dichtkunst onverstaanbaar geworden, niet eens omdat zijn taal zo overdreven moeilijk is (een vertaling in modern Nederlands wordt in het tekstboekje bijgeleverd), maar omdat zijn pretentieuze maniërisme ons niets meer te vertellen heeft. De muziek blijft grotendeels steken in aardig aangeklede wijsjes. Zelfs sopraan Tania Kross kan daar, al voorziet zij Granida van een vrolijke erotiek, niet meer van maken. Soms zijn er even mooie duetten van sopranen. In een travestierol als voedster weet tenor Marcel Beekman een volslagen gelogen bodeverhaal zo overtuigend te brengen dat koning Carol Linssen hem voetstoots gelooft. Maar het komt nooit tot leven.
P.C. Hooft noch regisseur Wim Trompert laat het onderliggende drama zien. De dood in 1605, waarschijnlijk door zelfmoord, van Brechje Spiegel, op wie Hooft verliefd was maar met wie hij vanwege een zeker standsverschil niet mocht trouwen, staat zeker op de achtergrond van dit blijspel. De dichter overberedeneert zijn verdriet en schuldgevoel en drukt het weg door dit sprookje een al te onwaarschijnlijk happy end te geven. Hooft heeft geen opera geschreven, zijn herdersspel lijkt terecht vergeten. Nederland was in het begin van de zeventiende eeuw waarschijnlijk toch geen muzikaal Italië, maar wie weet wat Ipermestra nog aan vergeten meesterwerken uit de klei gaat graven.
MAX ARIAN
Granida van P.C. Hooft, te zien t/m 24 mei, www.ipermestra.nl

Hoofts ‘opera’

MUZIEKTHEATER
Granida
Stichting Ipermestra is een sympathieke onderneming die interessante initiatieven ontplooit. Drie jaar geleden dook de opera Ipermestra van de Italiaanse componist Cavalli op onder vier eeuwen stof. Nu wordt vol trots een vroeg-Nederlandse ‘opera’ uit 1605 gepresenteerd: Granida van P.C. Hooft (1581-1647). Dat Hooft niet alleen een dure Amsterdamse winkelstraat naar zich vernoemd kreeg, maar ook een dichter en geschiedschrijver was, wist u wel, maar een operacomponist? Dat was hij niet, toch zou het kunnen dat hij in het allereerste begin van de zeventiende eeuw het genre opera in Nederland heeft geïntroduceerd. De vader van Pieter Cornelisz. was een rijke Amsterdamse regent die zijn zoon al op zijn zeventiende op reis liet gaan naar Frankrijk en Italië. In 1600 was hij in Florence, net toen daar de tweede opera uit de muziekgeschiedenis (het woord bestond nog niet eens) Euridice van Jacopo Peri werd opgevoerd. Misschien heeft hij er een repetitie van gezien, zeker heeft hij erover horen praten. In elk geval schreef hij thuis in Amsterdam zelf een herdersspel met muziek: Granida is het verhaal van een Perzische prinses die verliefd wordt op de knappe herdersjongen Daifilo. Na de meest onwaarschijnlijke gebeurtenissen krijgen ze elkaar op het einde. Het is in veel opzichten een ongewone variatie op een oud thema.
Granida was een eeuwlang geweldig populair, maar in onze tijd geheel vergeten. Tien jaar geleden werd ontdekt dat Hooft eigenlijk een zangspel heeft gemaakt en dat veel van zijn teksten geschreven zijn op in die tijd bekende, Nederlandse en Franse, muziekjes, zoals dat ook nu op bruiloften en partijen wel gebeurt. De reconstructie van het muzikale materiaal door de teksten via de computer te vergelijken met de verzameling liedjes van het Meertens Instituut is fascinerend. Dirigent Mike Fentross heeft het materiaal aangevuld en voor een klein ensemble geïnstrumenteerd. Toch, het is jammer, vond ik er niet veel aan.
Dat ligt in de allereerste plaats aan P.C. Hooft. Zijn verzen zijn gekunsteld en knap, maar missen elk gevoel, er is geen regel die je zou willen citeren. Is het toeval dat ik veel houd van de warmbloediger toneelstukken van zijn tijdgenoot Vondel en nog altijd plezier kan beleven aan de geestige en volkse Amsterdamse stukken van Breero, maar nog nooit een regel van Hooft had gehoord of gelezen? Hoe beroemd hij ook was en misschien nog is, voor ons is zijn dichtkunst onverstaanbaar geworden, niet eens omdat zijn taal zo overdreven moeilijk is (een vertaling in modern Nederlands wordt in het tekstboekje bijgeleverd), maar omdat zijn pretentieuze maniërisme ons niets meer te vertellen heeft. De muziek blijft grotendeels steken in aardig aangeklede wijsjes. Zelfs sopraan Tania Kross kan daar, al voorziet zij Granida van een vrolijke erotiek, niet meer van maken. Soms zijn er even mooie duetten van sopranen. In een travestierol als voedster weet tenor Marcel Beekman een volslagen gelogen bodeverhaal zo overtuigend te brengen dat koning Carol Linssen hem voetstoots gelooft. Maar het komt nooit tot leven.
P.C. Hooft noch regisseur Wim Trompert laat het onderliggende drama zien. De dood in 1605, waarschijnlijk door zelfmoord, van Brechje Spiegel, op wie Hooft verliefd was maar met wie hij vanwege een zeker standsverschil niet mocht trouwen, staat zeker op de achtergrond van dit blijspel. De dichter overberedeneert zijn verdriet en schuldgevoel en drukt het weg door dit sprookje een al te onwaarschijnlijk happy end te geven. Hooft heeft geen opera geschreven, zijn herdersspel lijkt terecht vergeten. Nederland was in het begin van de zeventiende eeuw waarschijnlijk toch geen muzikaal Italië, maar wie weet wat Ipermestra nog aan vergeten meesterwerken uit de klei gaat graven.

Granida van P.C. Hooft, te zien t/m 24 mei, www.ipermestra.nl