Na Trump: Twee partijen terug bij af

Hoog tijd voor een doorstart

De Amerikanen hebben gegokt op Donald Trump, die bood tenminste een vergezicht. Zowel de Republikeinen als de Democraten moeten nu het contact met de gewone Amerikaan zien te herstellen.

Medium gettyimages 621870926

Zoals bekend is een week een lange tijd in de politiek. Vier weken zijn een eeuwigheid. Vier weken geleden verkeerde de Republikeinse Partij in een existentiële crisis. Niet alleen leek hun presidentskandidaat hopeloos achter te liggen, er was vrees voor het verlies van de Senaat en zelfs van de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. De paniek sloeg toe. Grafschriften werden geschreven, beren verkocht voordat ze waren geschoten.

Zelfs een dag blijkt behoorlijk lang in de Amerikaanse politiek. Op 7 november was de Republikeinse Partij nog een problematische verzameling van belangengroepen die slecht bij elkaar pasten en nog slechter bij hun kandidaat. Op 9 november had de partij alle onderdelen van het Amerikaanse politieke systeem in handen: het presidentschap, het Congres en voor de komende generatie ook het Supreme Court. Nu is het crisis in de Democratische Partij, die na het struikelen van haar kandidaat met lege handen staat.

Deze achtbaan van verwachtingen wijst erop dat beide partijen serieuze problemen kennen. Beide partijen, met de nadruk op beide, hadden het contact met de gewone Amerikaan verloren. Beide partijen onderschatten het diepe ongenoegen in Amerika, beide toonden een gevaarlijk gebrek aan worteling. Partijloos in zijn boodschap verdient Donald Trump krediet voor het onthullen van de leegte van de politiek. Mensen stemden in woede en frustratie, en Trump bood hun die kans. Zijn partij had er weinig mee te maken. De crisis komt pas ten einde als een of beide partijen het schild van gestold eigenbelang weet open te breken.

Eerst de Republikeinen. Hun wacht de macht, en niets werkt beter om interne tegenstellingen te verhullen. De aanhang van Trump bestaat uit een aantal groepen. Er is de afdeling Ku Klux Klan, neonazi’s, racisten, antisemieten en andere extremisten die een Trump hoorden die hun taal sprak. Hun invloed zal beperkt zijn, al is hun toon vergiftig.

Er zijn de evangelische christenen die, meer dan wie ook, verantwoordelijk waren voor Trumps overwinning. Dat was te danken aan Trumps beste beslissing: zijn keuze voor de bijbelvaste Mike Pence als vice-president. Zij gaan geen problemen veroorzaken.

Dan is er de inmiddels mythische groep van boze blanke arbeiders die Trump groot hebben gemaakt. Hij heeft beloofd hen te helpen, maar moet daarvoor rekenen op een partij die de afgelopen dertig jaar niets heeft gedaan voor deze mensen. De groep gewone kleine overheidsconservatieven houdt haar hart vast.

De belangrijkste poot van het Republikeinse bouwwerk is de Congrespartij, de beroepspolitici. Speaker Paul Ryan muntte uit in zijn labbekakkerige houding tegenover Trumps excessen, nu moet hij Trumps beleid uitvoeren of proberen bij te buigen naar zijn traditionele conservatieve agenda. Ryan ging vorige week al diep door het stof voor Trump. Ryans partij is voor een kleine overheid, voor vrijhandel, immigratiewetgeving, voor hervorming van de basale sociale voorzieningen waar Trump niets aan wil doen en voor de Navo. Ryan is tegen begrotingstekorten en infrastructuurplannen. Zijn eigen Tea Party-afgevaardigden willen hem kwijt.

Zoals het er nu uitziet zal het Congres zijn spierballen laten rollen. Hoewel Trump een stevig eigen mandaat heeft, loopt alle wetgeving via het Congres. De Amerikaanse grondwet voorziet in een grotere rol voor het Congres dan voor de president, al heeft de uitvoerende macht in de loop van de tijd zijn macht vergroot. Het Congres besluit over belastingverlagingen, verlaging van de aow en het lot van Obamacare. Het was dit Congres dat Obama’s presidentschap kortwiekte, dat kan het ook met president Trump doen.

In het begin zal Trump wel vrijheid van handelen krijgen, maar wat als hij én één triljard aan infrastructuur wil uitgeven én de defensie-uitgaven wil verhogen én een muur bouwen en tegelijkertijd de belastingen verlagen? Zal het Congres de enorme tekorten accepteren waartoe een dergelijk keynesiaans investeringsprogramma zal leiden? De vraag stellen is hem antwoorden. Heibel gegarandeerd.

De Senaat zit vol met politici die weinig waardering hadden voor Trump. Een paar verzetten zich vanaf het begin. Anderen schurkten tegen Trump aan. Stuitende voorbeelden van politiek opportunisme waren Marco Rubio, Ted Cruz en de door Trump diep beledigde John McCain. Meerderheidsleider Mitch McConnell verstopte zich in een kolenmijn in Kentucky. Ze zitten nu in een oncomfortabele positie: ze hebben geen respect voor Trump, maar danken hun pluchen voorzitterschappen en hun macht aan de man. Maar zijn agenda is niet de hunne.

Voor Mike Pence en voor de Republikeinse elite is Trump een obstakel op weg naar hun ideale samenleving

De liaison met het Congres wordt vice-president Mike Pence, volgens eigen zeggen een ‘born again, evangelische katholiek’. Als gouverneur van Indiana toonde Pence zich een conservatieve kruisvaarder tegen abortus, geboortebeperking en het homohuwelijk. Hij dreef een wet door die bedrijven toestond niet-hetero’s te discrimineren als ze dat op geloofsbasis nodig vonden. De bekeerde katholiek Pence toonde in de campagne de jezuïtische lenigheid van geest die nodig is om een kandidaat te steunen die alles heeft gedaan wat God verboden heeft. Macht vergoedt veel, Pence staat vooraan om de 46ste president te worden, hij mag al meteen het overgangsteam gaan leiden.

De 57-jarige vice-president-elect is in alles het tegendeel van Donald Trump, behalve in politiek opportunisme. Pence is rustig, beschaafd, ideologisch coherent, bidt dagelijks en oogt als de ideaaltypische gouverneur uit het Midden Westen, van zijn spierwitte haar tot zijn samengeknepen oogjes, van zijn Colgate-tanden tot zijn scheve glimlach. Belastingen verlagen, de overheid uitkleden, abortus verbieden en gays dwarszitten: Pence is de klassieke Republikeinse conservatief. Voor hem en voor de Republikeinse elite is Trump een obstakel op weg naar hun ideale samenleving.

Als Pence ooit president wordt, is dat voor evangelische christenen een luxe die ze op een directe wijze nooit hadden kunnen bereiken. Maar zolang Trump er zit, is Pence zijn uitvoerder, de manus ministra van de man die hem de lift naar de macht gaf. Hij zat zes termijnen, twaalf jaar, in het Huis van Afgevaardigden en kent de gang van zaken op Capitol Hill. Hij kan Trump vertellen wat wel en niet mogelijk is en wellicht diens mening veranderen. Hij kan speaker Ryan overhalen te doen wat een president met een sterk mandaat wenst.

Er wordt nu al gespeculeerd dat Pence een van de machtigste vice-presidenten ooit zal worden, maar dat onderschat Trump en de politieke wijsheid van Pence. Het uitventen van eigen politieke opvattingen lijkt niet bij Pence te passen, niet bij zijn rol, niet bij zijn persoonlijkheid. Als ‘echte verandering’ de boodschap was van deze verkiezingen, dan moeten de kiezers Trump een goede gezondheid toewensen, want Mike Pence is deel van het vaste meublement in Washington. Hij staat met twee benen in het Washingtonse moeras. Van hem zal verandering niet komen.

Hoe de relatie tussen president en Congres ook uitpakt, de twee poten van het politieke systeem hebben elkaar nodig. De obstructie die president Obama ondervond van een Congres met een andere politieke kleur is nu voorbij. Maar dat geldt niet voor de verdeeldheid in het land en binnen de Republikeinse Partij zelf. Het was een van Trumps kwaliteiten dat hij de holheid van de partij aan de kaak stelde en het blijft een open vraag hoe zijn partij uit een regering-Trump komt. Maar eerlijk is eerlijk: dat is een luxe probleem als je alle macht hebt.

De Democraten zijn nu de partij in crisis. Hun problemen zijn niet nieuw, ze werden verhuld door de dominante aanwezigheid van Hillary Clinton, al wist Bernie Sanders daar bijna doorheen te breken. De aantrekkingskracht van de Democraten is gereduceerd tot staten aan de oost- en de westkust. De groeiende greep op de Hispanics bleek vooralsnog een illusie. De blanke arbeidende klasse, de mensen voor wie de verzorgingsstaat was bedoeld, verwerpen de partij en Hillary Clinton deed niets om hun ook maar enig zicht te bieden op een beter leven. Ze toerde een keer met een bus door de Appalachen en dat was het dan. Ze negeerde Wisconsin en Michigan. De analisten van haar eigen campagne adviseerden haar zich te richten op andere groepen dan boze blanken, hoewel de oude Bill nog een trillende waarschuwende vinger opstak.

Eén probleem van de Democraten is nu opgelost: de Clintons en hun coterie zijn ze voorgoed kwijt. Het interne ongenoegen over de oude dame die maar niet weg wilde gaan bleek samenlevingsbreed te bestaan. Maar het gaat verder dan het afserveren van Clinton. Met haar heeft de elitaire, goed opgeleide, met-ons-gaat-het-goed-partij de deksel op de neus gekregen. Dat establishment verdient zijn ondergang, inclusief peilers, adviseurs en andere grootverdieners.

Ook de media staan in hun hemd, niet omdat de klassieke journalistiek haar werk niet goed heeft gedaan, maar omdat ze praat in een echokamer van de weldenkende Amerikaan. Journalisten konden niet over de evidente ongeschiktheid van Trump heen kijken, en Hillary versterkte dat door zich daarop te concentreren. Er is een structureel probleem: de kiezers die de Democraten willen bereiken lezen geen kranten. Ze moeten iets anders bedenken.

In het Democratisch establishment waren outsiders niet welkom. Bernie Sanders was helemaal geen Democraat, maar hij zag scherp dat de partij enkel eenheidsworst bood. Zijn doorbraak was een verrassing die niet goed genoeg doordrong en bovendien te laat kwam. Democraten die de illusie koesteren dat hij (of Elizabeth Warren) had kunnen winnen, leven in een droomwereld. De establishmentskandidaat zelf was altijd het grootste probleem: Hillary in 2016 was net zo slecht als Hillary in 2008, slechter zelfs, want acht jaar meer belegen en nog steeds omringd door kritiekloze slippendragers en acolieten. Een weinig onderkende kwaal van Clinton was haar hardleersheid. De kiezers zagen dat, ze hadden geen zin in vier jaar gedoe.

De enige keer dat een doorbraak lonkte naar een Democratisch paradijs van dikke meerderheden was net na de _pussy-_tape. Maar typerend genoeg was het een doorbraak die niets met het Democratische alternatief had te maken en de opleving was dan ook snel verdwenen. De kiezers hadden met het Witte Huis in Democratische handen en een vijandig Congres niets beters te verwachten dan opnieuw vier jaar stagnatie.

Bejaarden in het algemeen moeten een zetje krijgen naar de uitgang. Jong bloed helpt

Na drie verkiezingsnederlagen onder president Obama, in 2010, 2014 en 2016, is een hele generatie Democratisch talent in de strijd gesneuveld. Met de oogst van 8 november erbij staan nu 33 van de vijftig staten onder leiding van Republikeinen. Dat betekent niet alleen dat beleid op staatsniveau veelal buiten bereik is, maar ook dat er weinig gouverneurs zijn die de ervaring opdoen die nodig is voor een carrière hogerop. De meest succesvolle gouverneur is Jerry Brown in Californië, 78 jaar oud.

De uitdaging voor de Democraten is zich los te maken van hun identiteitspolitiek, het beleid om groepen aan te spreken op hun gezamenlijke kenmerk: Hispanics, zwarten, vrouwen, gays, noem maar op. Het homohuwelijk is geaccepteerd, maar iedere keer als Hillary de frase lgbt in de strijd gooide, haakten kiezers af die niets tegen homo’s hadden, maar die dat gezeur over transgender-toiletten zat waren. Iedere keer als zwarte burgers klaagden, zagen blanke kiezers dat niemand aan hún problemen aandacht besteedde.

De Democraten zullen mensen moeten verenigen op basis van een sociaal-economisch plan, niet op basis van een gezamenlijke achtergrond. Dat Trump meer Hispanics wist te bereiken dan Mitt Romney in 2012 is een waarschuwing. De eerste vrouwelijke president na de eerste zwarte president was geen toereikend motief. Clinton bood kiezers buiten die doelgroepen (en zelfs daarbinnen) nooit het idee dat ze iets voor hen zou betekenen. Ze sprak neerbuigend, het meest duidelijk toen ze het over deplorables had en daarmee op alle pijnpunten van de Trump-kiezer drukte. Het isolement waarin de Democraten zich gemanoeuvreerd hebben, is goed te vergelijken met de problemen van Europese sociaal-democraten. De Derde Weg bleek een doodlopende steeg of, even zo vaak, een oprijlaan voor rechts.

Een zichzelf serieus nemende progressieve partij kan niet zonder arbeiders, maar kan evenmin pleiten voor protectionisme. Democraten kunnen niet blijven hangen in een links-rechts-tegenstelling van do gooders, milieuactivisten, techies en vegetariërs die allemaal in grote steden wonen en goede banen hebben, tegenover inherent conservatieve vakbonden die de wereld van gisteren terug willen. Goed onderwijs, een cruciaal onderwerp, wordt geblokkeerd door de onderwijzersbond. Tijd om de confrontatie aan te gaan. Een progressieve partij moet haar bestuurders koesteren, maar ook openstaan voor anderen dan beroepspolitici, ambitieuze academici en apparatsjiks. En nee, dommeriken, Michelle Obama is niet de oplossing voor al uw problemen, en ze is gelukkig te verstandig om zich voor dat karretje te laten spannen.

De Democraten hebben één senator die welsprekend de Republikeinen aan kan: Elizabeth Warren. Aan Bernie Sanders, die de Democratische Partij slechts gebruikte als kiesmachine, zullen ze weinig hebben. Nancy Pelosi (76), een kwieke bejaarde van het belegen Hillary-type, moet als leidster vervangen worden. Bejaarden in het algemeen moeten een zetje krijgen naar de uitgang. Jong bloed helpt. Democraten moeten niet denken dat etniciteit of ras of sekse een voorsprong biedt als er geen inclusief programma bij zit. Daarom moet Cory Booker (47), de zwarte senator van New Jersey, toch maar even wachten tot er substantiële verbetering is opgetreden – en de werkelijkheid van de eerste zwarte president is bezonken. Anderzijds zou senator Kirsten Gillibrand (50) van New York misschien wat van zich moeten laten horen. De nieuwe senator van Californië, Kamala Harris (52), is een formidabel talent. Twee vrouwen die niet zeuren. Maar dit beperkte arsenaal geeft al aan hoe mager het aanbod is.

Het is ook tijd voor de zich progressief noemende techies in weldenkend Californië om eens bij zichzelf te rade te gaan. Ze werken voor de grootste bedrijven van het land, met links pratende leiders, maar ze stallen honderden miljarden dollars in het buitenland om belasting te ontlopen. Ze zijn achterlijk in hun diversiteit, ze jagen gewone mensen weg uit San Francisco en andere steden, ze scheppen geen banen voor productiemedewerkers – in elk geval niet in Amerika. Tijd voor een reality check.

De pijnlijke ironie van deze verkiezingen is dat de uitslag niet spoort met de stemming in het land. De grote meerderheid van Amerikanen wil beschaafd milieubeleid, gun control, gemakkelijk beschikbare geboortebeperking, beter onderwijs, investeringen in infrastructuur, hogere minimumlonen en ga zo maar door. In referenda hebben ze daar op 8 november ook voor gestemd. De Republikeinen wonnen niet met een conservatief programma, maar met een agenda die in sommige opzichten reactionair was, in andere opzichten progressief (antiglobalisten aller landen, verenigt u).

Dat biedt mogelijkheden. Als Trump voorstellen doet die de Democraten bevallen, zoals mega-investeringen in infrastructuur, moeten ze er vooral voor stemmen. Als de Republikeinen steigeren, moeten ze het Trump-programma overnemen en het zelf indienen en de Republikeinen dwingen kleur te bekennen. Ze moeten de te benoemen medewerkers van Trump op een eerlijke en open manier ondervragen. Ze moeten laten zien dat ze geen obstructie plegen, dat ze slim meegaan met Trump als dat relevant is, en klagen, maar niet obsessief, als hij idiote plannen voorstelt. Republikeinen hebben een reputatie van overreach. Help hen.

Een belangrijk deel van de toch al beperkte erfenis van Barack Obama zal nu ontmanteld worden. Maar dat die erfenis zo beperkt was, is precies het probleem. De teleurstelling van niet nagekomen verwachtingen was vernietigend, en zoveel meer omdat de verwachtingen zo hoog waren. De Democratische kiezers die hem in 2008 en 2012 over de drempel hielpen, kwamen in tussenliggende verkiezingen niet opdagen (en evenmin in 2016) en verlamden zo zijn regering. De Republikeinen besloten tot een gedisciplineerde verschroeide-aarde-tactiek door alles te blokkeren en te frustreren. Een van de problemen met de Amerikaanse politiek is dat het werkte. Blokkeren is gemakkelijker dan iets uitvoeren. Slecht gedrag is beloond. Maar nu ligt de bal bij de Republikeinen. Ze zullen met beleid moeten komen voor de kiezers aan wie Trump een worst heeft voorgehouden.

Ze hebben daarvoor vier jaar de tijd. De Republikeinse meerderheid regeert. Tenzij Trump werkelijk alles verknalt, is de kans dat de Democraten in 2018 de Senaat winnen minimaal, het Huis biedt iets meer mogelijkheden. De Democraten moeten zich concentreren op 2020. Dan kan er worden afgerekend, en dan zijn er ook veel gouverneursraces in staten die na de volkstelling van dat jaar hun kiesdistricten herindelen. Totdat die gouverneursposten weer in haar handen zijn en het Congres Democratischer is, op basis van een coherent programma en niet alleen van afkeer van de zittende macht, verkeert de partij in diepe crisis.

Want de Amerikaanse kiezer heeft beslist. Hij wilde verandering. Change you can believe in, om met de campagneslogan van Barack Obama in 2008 te spreken. Versie 2.0 dan, want Obama heeft die verandering niet gebracht. De kiezer geloofde niet dat na twee termijnen Obama een derde Democratische termijn met Clinton daar wél voor kon zorgen. Met Trump namen de kiezers een gok, maar hij bood tenminste een vergezicht. Dat is meer dan de Democraten boden. Het onderkennen van dat probleem is de eerste stap op weg naar herstel.


Beeld: 8 november. In het New York Hilton geniet Donald Trump van zijn overwinning ( Neilson Barnard / Weireimage / Getty Images)