Hooggesloten

Fietsend over de Veluwe stuitte ik op de boekenmarkt van Elspeet. Ha, dacht ik, een luilekkerland van de heilige letteren!

Dat viel tegen.
Kraam na kraam na kraam lagen ze daar: de donderpreken van dominee A, de bijbeluitleggingen van dominee B, de levenswijsheden van dominee C, de wereldverklaringen van dominee D, en de maanwoorden van dominee E.
Maar letteren?
Uiteindelijk verliet ik de markt met een voordeelpakketje van uitgeverij De Schatkamer, dit jaar uitgebracht. Vijf stichtelijke verhalen in afzonderlijke deeltjes voor zeventien gulden vijftig tezamen. Gekocht van een dame die zo weggelopen leek uit de Amerikaanse Bible Belt: lange blauwe rok tot aan de enkels, hooggesloten kanten blouse en hoog opgestoken grijzend haar.
Wee het volk voor wie deze verhalen geschreven zijn. Het wordt afgescheept met de meest armetierige lectuur die men zich kan voorstellen. Zo'n verhaal als Vurige kolen op ’s vijands hoofd van P.J. Kloppers. Over de kantoorklerk Willem van Marle die ontslag krijgt omdat hij weigert op zondag te werken. Aan het slot verzoent Van Marle zich met de goddeloze snoodaard die hem de laan uit stuurde. En doet hem een bijbel cadeau.
Een schier onleesbaar verhaal, dat ik heftig zwetend uitlas. Zo verstikkend is de hooggesloten atmosfeer van de wereld die erin verbeeld wordt.
De andere verhalen wilde ik meteen bij het oud papier doen. Tot ik enkele regels las in De Deense edelman, geschreven door een anonymus, waarschijnlijk in het begin van de vorige eeuw. ‘Zodra de jonge Frederik lezen kon, gaf zijn vader hem de werken van de geestigste en vernuftigste vrijdenkers in handen en zag met genoegen hoe de schrandere knaap behagen vond in hun spotredenen en weldra dit smakelijke gif met volle teugen indronk.’
Da’s andere koek. Absoluut niet slecht, die zin. Maar waar kende ik die stijl toch van?
Het loopt slecht met Frederik af. Hij belandt in de gevangenis. In afwachting van zijn doodstraf voert hij ingenieuze disputen met een gevangenispredikant. De gespreksgenoten spreken elkaar toe in lange, meanderende zinnen, elegant van toon, volmaakt van bouw. Ze hebben het over goed en kwaad, de rol van God in de wereld, de marges van het menselijk handelen, de tegenstelling tussen geloof en rede, het conflict tussen vrijheid en voorbeschikking, en alles wat dies nog meer zij.
Waar kende ik die stijl van redetwisten toch van? Dat balanceren op het scherp van de theologische snede? De dominee die in de huid van het kwaad, de misdadiger die in de huid van het geloof kruipt?
Ineens wist ik het.
Ik pakte het boek erbij. Vergeleek de retoriek, de argumenten, de thema’s. De toon, de stijl, de opbouw. Onmiskenbaar dezelfde signatuur.
Het boek dat ik gepakt had was Justine, of de tegenspoed der deugdzaamheid van D.A.F. de Sade.
Die hooggesloten, hoog opgestoken dame daar in Elspeet moest eens weten.