In Den Haag Beeld Milo

Hoogmoed

Het is aan de politiek om het vertrouwen in de toekomst te herstellen, nu de Nederlander weinig vaste grond meer onder de voeten voelt. Maar de PVV moet dan wel een grote mentale draai maken.

Medium afbeelding 2

HET LAATSTE PVV-verkiezingsprogramma had als titel De agenda van hoop en optimisme. Na de kleine anderhalf jaar waarin de PVV als gedoogpartner van het minderheidskabinet van VVD en CDA heeft meegeregeerd, kenmerkt Nederland zich echter allerminst door hoop en optimisme. Het is juist onzekerheid die de Nederlanders in haar greep heeft.
Die onzekerheid knaagt inmiddels aan het bestaan van zo velen dat onze economie eronder lijdt. Meer dan in andere Noord-Europese landen. De milde recessie waarin Nederland is beland, komt vooral doordat consumenten hun hand op de knip houden omdat ze niet weten wat de toekomst hen brengen zal.
Die verminderde bestedingsdrift heeft op korte termijn weliswaar gunstige effecten, zoals kortere files en minder CO2-uitstoot, maar zolang de gevolgen ook zijn dat de werkloosheid stijgt en meer mensen in relatieve armoede leven, zal daarvoor geen groot gejuich opklinken. De vraag waar VVD, CDA en PVV voor staan nu het Centraal Planbureau met de langverwachte nieuwste cijfers over economische groei, begrotingstekort en staatsschuld is gekomen, is hoe Nederland te ontworstelen aan die vicieuze cirkel van onzekerheid die de recessie vergroot, die op haar beurt weer de onzekerheid vergroot, enzovoort.
Aan een van de oorzaken voor die onzekerheid onder Nederlanders is de politiek vaak mede debet. Mede door Den Haag weten we op terreinen die een grote rol (kunnen) spelen in ons leven niet meer waar we aan toe zijn. Het is niet zeker of de hypotheekrenteaftrek in deze vorm blijft bestaan, ook al beloofden VVD, CDA en PVV dat heilig. Ook weten we niet of we straks mogelijk makkelijker ontslagen kunnen worden, en of we dan kunnen rekenen op het aantal maanden WW-uitkering waar we van uitgingen. Ook vragen we ons af of de hoogte van ons pensioen wel veilig is gesteld en hoe onze zorgkosten zullen uitpakken. Voorwaar al redenen genoeg om zuinig aan te doen. Maar er zijn er meer.
Toen de PVV haar hoop en optimisme-agenda opstelde, was dat in reactie op de crisis uit 2008. Daar konden toen de banken en de op de pof levende Amerikanen de schuld van worden gegeven. Bij deze nieuwe crisis zijn in de ogen van de PVV, en overigens ook van het kabinet en menige Nederlander, de Zuid-Europeanen de schuldigen, de Grieken voorop. Langzaam maar zeker begint echter door te dringen dat dit een te eenzijdig beeld is. Nederland heeft zelf ook op de pof geleefd. De hypotheekrenteaftrek stelde ons daartoe in staat: onze huizen stegen door de aftrek extra in waarde en die overwaarde gaven we uit. Inmiddels zijn we onzeker over de waarde van ons huis.
Eveneens als gevolg van de crisis groeit de notie dat Nederland daarnaast nog een structureel probleem heeft: er wordt in ons land bijna niks meer geproduceerd. En waar dat nog wel het geval is, zoals bij de autofabriek in het Limburgse Born, zijn de loonkosten relatief hoog vergeleken bij die in opkomende economieën - in veel gevallen reden voor de vaak buitenlandse eigenaar van die bedrijven om de stekker eruit te trekken. Ook deze explosieve cocktail draagt eraan bij dat de Nederlander weinig vaste grond onder de voeten voelt. Waar moet Nederland zijn geld mee verdienen, voor welk loon, en hebben we nog invloed op belangrijke beslissingen over bedrijven?
Het is nu mede aan de politiek om het vertrouwen in de toekomst te herstellen. Het minderheidskabinet van VVD en CDA en gedoogpartner PVV is eind deze maand als eerste aan zet om met plannen voor bezuinigingen, hervormingen en economisch herstel naar buiten te komen. Al is puur bezuinigen nu geen goed idee, omdat dat de crisis verergert.
Maar hoe moet dat drietal het vertrouwen van Nederland in zichzelf kunnen vergroten, als een van hen, de PVV, de schuld voor menig falen zoekt bij moslims, Grieken, Polen of andere Oost-Europeanen, bij aan ontwikkelingshulp verslaafde Afrikaanse landen en bij Brussel? Of het nu uit overtuiging is of uit electoraal gewin, de agenda van hoop en optimisme van Wilders en de zijnen is vooral een agenda van de schuld afschuiven op anderen: als die worden aangepakt, komt het allemaal vanzelf goed met Nederland.
Was deze PVV-aanpak altijd al - zacht gezegd - kort door de bocht, nu de economische nood hoog is, is deze des te desastreuzer. Een land dat weer vertrouwen wil krijgen in eigen kunnen, zal ook zichzelf onder de loep moeten nemen. Maar als de PVV moet bekennen dat Nederland en de Nederlanders ook naar zichzelf moeten kijken en op de blaren moeten zitten voor begane fouten of zelfgecreëerde problemen, dan is dat voor deze partij een wel erg grote mentale draai. En anders voor haar kiezers wel.
Een dergelijke tournure raakt aan het wezen van de PVV. Regeringspartijen VVD en CDA kunnen het eventueel breken van de verkiezingsbelofte over de hypotheekrenteaftrek verdedigen door te wijzen op veranderde economische tijden. Maar de PVV zou daarmee impliciet erkennen dat de Nederlanders, ook hun Henk en Ingrid, helemaal door onze gezamenlijke schuld een veel te hoge hypotheeklast met zich meezeulen.
Niet dat Geert Wilders niet in staat is ook aan het breken van deze verkiezingsbelofte een draai te geven waarmee hij die erkenning weet te verhullen. De AOW-leeftijd was ook de dag na de vorige verkiezingen in één simpele handomdraai een jaar hoger. Het ging Wilders daarbij toen ook niet om de vergrijzing en hoe die betaalbaar te houden, maar om zijn andere agenda.
Laten VVD en CDA zich daar nu wederom door gijzelen? De Nederlandse economie kan zich dat niet veroorloven. Die heeft behoefte aan inzicht in de werkelijke problemen. Om draagvlak te creëren voor ingrijpende maatregelen.