Hoogstaande pornografie

Ik las een wat mopperig stukje over Heddy Honigmanns O amor natural in mijn ochtendblad. De mopperaar had zich gestoord aan een naar zijn idee overdreven hoeveelheid publiciteit en de wel erg lyrische bewoordingen waarmee beschreven werd hoe oude Brazilianen hun erotische herinneringen prijsgeven en gedichten voorlezen van Carlos Drummond de Andrade.

Op mijn beurt zou ik me kunnen storen aan de mopperaar, maar dat valt wel mee. Ik heb een zwak voor knorrige oudere mannen, zoals ik de oude mensen in de film van Honigmann zonder uitzondering charmant vind. Je zou het pikant kunnen noemen dat het meest uitvoerige en meest lyrische stuk (van de hand van Nicolaas Matsier) verscheen in hetzelfde ochtendblad, maar daar is het mij niet om te doen. De mopperaar meent in veel reacties op de film de nodige hypocrisie te bespeuren en het hekelen van hypocrisie is altijd op zijn plaats. In veel besprekingen wordt omstandig aangevoerd dat het in de gedichten in de film en in de ontboezemingen om erotiek gaat en beslist niet om pornografie. De mopperaar plaatst daar een vraagteken en dat lijkt mij terecht. De gedichten en ontboezemingen in de film staan in een eerbiedwaardige traditie binnen onze cultuur die via Henry Miller, D.H. Lawrence, Casanova, Sade en Restif de la Bretonne terugloopt tot klassieken als Ovidius, Petronius, Martialis en Juvenalis. Die aardige bundel van Drummond de Andrade kent duizenden voorgangers. En al eeuwenlang is deze zogenaamde bibliotheek van de hel aangeduid als pornografisch. Omdat dit woord toevallig door videohoeren en -boeren is besmet hoeven wij ons er nog niet voor te schamen. Het gaat niet om poezelige poëzie versus groezelig videoproza. De gedichten van Drummond de Andrade gaan over de seksuele daad in al zijn varianten, bedreven via alle beschikbare openingen. Het is hoogstaande pornografie.
De mopperaar heeft zich ook gestoord aan de manier waarop de film wordt verkocht. In de film worden alleen erotische gedichten voorgelezen en seksuele ervaringen verteld. Hij bevat geen beelden van seksualtiteit en nagenoeg geen bloot, op een verdwaalde strandscène na, waarin wordt ingezoomd op enkele smakelijke tangaslipkadetten. Dat juist deze bilpartijen (die feitelijk een korte overbodige stijlbreuk vormen in de film) op het affiche werden gezet en als clip aan de televisie werden aangeleverd (door de voormalig-feministische filmdistributeur), vindt de mopperaar eigenlijk boerenbedrog. Je proeft dat hij meer erotische beelden wilde en hier scheiden onze wegen. Het briljante van de film (met zijn tekortkomingen en in al zijn bescheidenheid ís het een briljante film) is nu juist dat het over de erotische verbeelding gaat. Hij prikkelt aangenaam de fantasie en daarom heb je die meisjes op het strand ook helemaal niet nodig. Sterker nog, die schonen van Copacabana verbleken bij de verbeeldingskracht van de geile gedichten van Drummond de Andrade.
In mijn avondblad las ik zo'n lyrische recensie waar de mopperaar zich zo aan had geërgerd. Volgens de lyricus gaat de film over poëzie, liefde en vergankelijkheid. Daar valt weinig tegen in te brengen, al zou ik de volgorde willen omdraaien en de woordkeus wat willen vergroven. Dan gaat de film over de naderende dood, de verdwenen seksualiteit en de melancholische stolling daarvan in herinneringen en gedichten. Dan is het opeens niet alleen een prikkelende, luchtige en humoristische film, maar ook een diepe en belangrijke film.
In mijn filmblad las ik een lofzang op de film. De lofzangeres kwam ook uit op diepte en bezonkenheid. Ze eindigt optimistisch en ziet het leven in de vervallen lichamen van de oude mensen die Honigmann filmde. Maar misschien is het volle leven ook een synoniem voor een zekere dood. Ik schuif de kranten van mijn werktafel om te concluderen dat Honigmann critici (en andere stervelingen) die het willen ontvangen iets moois te bieden heeft.