Hoogtevrees beeldende kunst

Het gebouw waarin kunstcentrum Witte de With gehuisvest is, wordt verbouwd. De tentoonstellingsruimte is voorlopig alleen via een open buitentrap aan de zijkant van het pand te bereiken. Voor iemand die hoogtevrees heeft een fikse tegenvaller. De stoommachine, die deel uitmaakt van de buiteninstallatie van Matthew Geller (Failing to seek shelter, they) geeft de tijdelijke entree het aanzien van een New Yorkse backalley compleet met brandtrap en sissende ventilatoren.

De ongebruikelijke binnenkomst confronteert je als bezoeker meteen met de meest letterlijke afbakening van het verschijnsel ruimte: architectuur, die ruimte zichtbaar maakt. De organisatie had dan ook kunnen volstaan met de buitentrap en de plattegrond van de twee verdiepingen tellende tentoonstellingsruimte om ‘ruimte’ zo puur mogelijk te kunnen ervaren. De tentoonstelling is gelukkig ook met de bijdragen van de kunstenaars aangenaam 'leeg’ gebleven, zodat ook het gebouw een kans krijgt als mede-exposant. De deelnemende kunstenaars benaderen het begrip ruimte op een opvallend persoonlijke manier en lijken zich niet of nauwelijks bewust van hun collega’s. De voelsprieten, die voorzichtig worden uitgestoken, blijven angstvallig binnen de grenzen van de toegewezen eigen ruimte. De Australiër David Noonan laat vergaande plannen zien voor een bezoek aan De Ruimte. De ambities van een bloedspuwende astronaut worden in de video-loop Saturn return - the final mishap echter in de kiem gesmoord. In de installatie van Luc Harings, Tertor, is de angst en de fascinatie voor de bedreiging van het leefmilieu voelbaar. Knipperende lichtsignalen en fluorescerende kleuren en pijlen waarschuwen voor onbekende gevaren. Op de grond staan glazen minipotjes met gif (?) gerangschikt in de vorm van een vogel in vrije vlucht. De bedrieglijk echt lijkende koralen van Laura Emsley zijn gemaakt van papier-maché. In de video Virtual tast Emsley lezend met haar linkerhand onbevangen en nieuwsgierig haar omgeving af. Roland Herzog heeft in alle muren van zijn zaal gaatjes geprikt of geboord. Het gruis is nog te zien. Een minimale maar perfecte ingreep, die het gebouw tastbaar en aanwezig maakt. Ineens zoom je in op details en bijzonderheden in de architectuur. Je ontdekt (nep)vleermuizen die aan het rasterwerk van het plafond hangen en je vraagt je af of de met nietjes bewerkte rubberen gordijnen, die een berghok aan het oog onttrekken, ook tot Herzogs installatie behoren. Misschien heeft hij ook de brutale duif ingehuurd, die zich het trappenhuis heeft toegeëigend en haar taak met toewijding en gevoel voor realisme uitvoert (verse duivenstront op een niet te ontwijken plek). De voeten worden ook gevraagd mee te denken bij het betreden van de installatie Renovation van Regina Möller. Zij heeft uitgevouwen verhuisdozen op de vloer gelegd. De inmiddels beurs gelopen vloerbedekking geeft een subtiele, tactiele sensatie en maakt haar twee ruimten op een simpele manier tot kamers. Space laat zo interessante benaderingen zien van isolement, fantasiewerelden en territoriumdrift, maar de kunstenaars die gekozen zijn doen geen enkele poging hun drempelangst te overwinnen (de tentoonstelling had met hetzelfde gemak Territorium kunnen heten) en de spannende tussenruimte op te zoeken. Jammer voor de bezoeker die net zijn eigen hoogtevrees heeft bedwongen. Met het lijf nog vol adrenaline ziet hij een keurig concept, aardige bijdragen en constateert dat hoogtevrees niet voorbehouden is aan het publiek. + Ron Mandos stelt voor de derde keer vijf kamers van zijn huis beschikbaar aan kunstenaars en vormgevers. Op de eerste verdieping leidt dat bijvoorbeeld tot een blauwe kamer met dichtregels van Coleridge (What if I slept? And what if in your sleep you dreamed?), die inspireren tot sprookjesachtige en duistere tafereeltjes met dromende babypoppen. Galerie Ron Mandos, Rodenrijselaan 24, Rotterdam, do t/m za 13.00-17.30 uur en op afspraak (010-4677590).