Wanneer de nacht valt, dan kan het, demonstreren tegen de opdrogende rivieren, de verslechterde economische situatie, werkloosheid, corruptie of wanbeleid. Waar en wanneer moet nog worden bepaald. Het zijn allemaal mannen, de tweehonderd demonstranten die zich op een winterse nacht in 2013 verzamelden in Ahwaz, een zuidwestelijke stad in Iran, aan de oevers van de rivier Karoen. De jongste demonstrant is zeventien jaar, de meesten zijn dertigers.

De demonstranten sturen motiverende sms-berichtjes om vrienden en goede kennissen aan te sporen zich aan te sluiten, alleen naar wie ze vertrouwen. De straat en de omgeving waar de demonstraties plaatsvinden zijn zorgvuldig uitgeplozen, en de ontsnappingsroutes zijn al gepland.

Ook in andere Iraanse steden verzamelen zich een paar honderd mensen. Leuzen als ‘dood aan de dictator’, zijn te horen, maar leuzen die refereren aan recht op de vrijheid te zijn wie je wil zijn, die hoor je niet. Niemand demonstreert voor persoonlijke vrijheden, niemand pleit voor vrouwenrechten.

De politie komt pas na een uur. De veiligheidstroepen trekken routineus hun wapens, en openen willekeurig het vuur. Het regime kijkt niet op van deze protesten, de internetsnelheid wordt niet opzettelijk vertraagd, de onderlinge communicatie van de demonstranten wordt niet bemoeilijkt. Het is duidelijk: deze nachtelijke protesten vormen geen bedreiging voor het regime. Een paar minuten later rennen alle demonstranten weg. Iedereen gaat naar huis, alsof er niks is gebeurd. Er is niks veranderd.

Protest is Iran niet vreemd. In 2009 brak de Groene Revolutie uit, de grootste reeks protesten die de islamitische republiek ooit had gezien, als reactie op de herverkiezing van Mahmoud Ahmadinejad. Eind 2017 was er weer onrust in het land. Iraniërs gingen de straat op om zich te verzetten tegen de verslechterde leefomstandigheden en de hoge uitgaven van hun regering voor buitenlandse conflicten. Het was het grootste protest in het land sinds de Groene Revolutie. In 2019 vond Bloody November plaats, een groot protest, aangewakkerd door stijgende brandstofprijzen. Binnen vijf dagen werden meer dan driehonderd mannen, vrouwen en kinderen doodgeschoten. En de protesten in 2013? Lokale protesten waren aan de orde van de dag.

Sinds op 13 september de ziekenhuisbeelden van de jonge vrouw Jina Amini symbool zijn komen te staan voor vrouwenonderdrukking in heel Iran, worden zowel sociale media als de straten van Iran overspoeld met vrouwen die hun hijab in brand steken, hun haren afknippen, vrouwen die woedend zijn. De mannen vormen de achterhoede.

Anders dan in 2013 vinden deze demonstraties plaats op klaarlichte dag, gaan vrouwen voorop en roert de internationale gemeenschap zich. Onveranderd is de hardhandigheid van het regime; de politie heeft al voor meer dan honderd doden en duizenden gearresteerden gezorgd. Op één dag, zoals afgelopen ‘zwarte vrijdag’, zijn er volgens activisten alleen al 58 mensen vermoord in de stad Zahedan, gelegen dicht bij de Pakistaanse grens.

Terug naar waar de islamitische republiek begon. In 1979 streden ayatollah Ruhollah Khomeini en zijn aanhang voor culturele authenticiteit en tegen de verwestering van het Iraanse leven. ‘We hebben de revolutie niet ontketend voor goedkopere meloenen’, zei Khomeini toen, ‘maar voor de islam.’ De hijab werd de ideologische pijler van de revolutie, gebruikt als middel voor gedwongen saamhorigheid.

Nog geen maand na het eindigen van de Iraanse Revolutie, op de Internationale Vrouwendag van 1979, gingen duizenden Iraanse vrouwen de straat op. Ze verzetten zich tegen het destijds nieuwe decreet van ayatollah Khomeini, de verplichte hijab. ‘In de dageraad van de vrijheid is er een afwezigheid van vrijheid’, scandeerden de demonstranten. Hand in hand in een beschermende kring om de vrouwen – met of zonder hijab of chador – heen, stonden jonge mannen, solidair met de andere sekse.

‘Weet je waarom het Iraanse regime de vreedzame protesten na de brute dood van #MahsaAmini hardhandig neersloeg?’ schrijft de Iraanse activist Masih Alinejad in een tweet. ‘Omdat ze weten dat de verplichte hijab de belangrijkste pijler is van de islamitische republiek, het is als de Berlijnse muur. Als we deze muur neerhalen, zal de islamitische republiek niet bestaan.’

Alinejads strijd tegen de verplichte hijab begon al bijna een decennium geleden. ‘We kregen te horen dat dit onze cultuur was, onze identiteit, maar dat is niet zo’, zei ze tijdens een interview met Foreign Policy. ‘Dwang maakte nooit deel uit van de Iraanse cultuur.’ Religieus of niet, volgens haar hebben alle Iraanse vrouwen het recht om te mogen kiezen of ze de hijab willen dragen.

‘Deze protesten zijn een stap naar het einddoel, het veranderen van het regime’

Veel Iraniërs zijn het daarmee eens, stelt het onderzoeksinstituut Gamaan. De resultaten van een steekproef onder bijna veertigduizend Iraniërs in 2020 laten een afname in de religiositeit zien: bijna zestig procent zegt helemaal niet in de hijab te geloven en ongeveer zeventig procent is tegen de verplichte hijab. Slechts vijftien procent staat op de wettelijke verplichting om de hijab in het openbaar te dragen.

‘De hijab symboliseert het islamitische regime. Je kunt de twee niet van elkaar scheiden’, zegt Pooyan Tamimi Arab, universitair docent aan de Universiteit Utrecht en een van onderzoekers van Gamaan. ‘Dit is de eerste keer in het Midden-Oosten en misschien zelfs de hele wereld dat een hele natie in opstand komt omwille van vrouwenrechten’, zegt Tamimi Arab. ‘De aanleidingen voor de demonstraties in 2009 waren de verkiezingen en in 2017 de verslechterde economische situatie, maar dit jaar zijn vrouwenrechten de essentie. De protesten zijn tegen een vrouwvijandig regime dat niet te hervormen is.’

Veel beroemdheden die voorheen hun mond hielden, tweeten steunbetuigingen voor de demonstranten. Faezeh Hashemi Rafsanjani, dochter van de mede-oprichter van de islamitische republiek en van de in 2017 overleden tweevoudig president van Iran werd vorige week gearresteerd voor het ‘aanzetten tot rellen’. Hashemi zei onder andere dat het klerikale establishment ‘een dictatuur is geworden’.

Critici, zoals voormalig premier Mir-Hossein Mousavi gaan een stapje verder. Vanuit huisarrest deelde hij een boodschap: ‘Strijdkrachten! Jullie bevoegdheden zijn voor het verdedigen van het volk, niet voor hun onderdrukking. Voor de bescherming van de onderdrukten, niet voor het dienen van de machtigen en krachtigen (…). Uw plicht is de vrede te bewaren voor de miljoenen en vooral de onderdrukten, en niet de macht van de vergeetachtige gezagsdragers te consolideren.’

Ook Tamimi Arab ziet een grote verandering door deze protestgolf in het publieke Iraanse discours. ‘Nobelprijswinnaar voor de Vrede, Shirin Ebadi, die in 2009 nog demonstranten bekritiseerde om de leuze ‘dood aan de dictator’, verdedigt nu openlijk het recht van demonstranten om zichzelf met geweld te verdedigen. De dood van Amini heeft een groot gevoel van onrechtvaardigheid ontketend. Ze was een onschuldige burger, net zoals de vele andere Iraanse vrouwen die in de afgelopen vier decennia het leven onmogelijk is gemaakt of zelfs is ontnomen.’

Amini overleed drie dagen na haar arrestatie door de zedenpolitie, door klappen op haar hoofd. Dat haar hijab haar onvoldoende bedekte, bleek voldoende reden voor de zedenpolitie om haar te arresteren, met haar dood tot gevolg. Sindsdien zijn duizenden de straat opgegaan in een uiting van woede en solidariteit die zelfs voor een land dat veel turbulente tijden heeft gekend zeldzaam is.

‘Toen ik hoorde over de dood van Amini, voelde ik me als door de bliksem getroffen’, vertelt de 23-jarige rechtenstudent Qadar via een telefoonverbinding. ‘Ik ben rechten gaan studeren om onderdrukte mensen en onschuldigen in gevangenschap te helpen, maar Amini’s dood zorgde voor het besef dat ik als advocaat nooit iets kan veranderen. Het gaat niet alleen om de wettelijke verplichting van de hijab, maar om het systeem en het regime. De hijab staat symbool voor onze persoonlijke vrijheden.’

Iedereen moet het recht hebben om te zijn wie hij of zij wil zijn, met of zonder hijab, homo of hetero, moslim of geen moslim, vindt Qadar. ‘Wij streven naar een land waar Koerden, Perzen, Turken, Arabieren, Baloch en alle andere minderheden gelijke rechten hebben.’

Qadars lichaam is geperforeerd door kleine kogeltjes, en als je niet beter had geweten zou je de wondjes op zijn lichaam met apenpokken kunnen verwarren. De gewonde jongeman kan niet naar het ziekenhuis, uit angst om te worden gearresteerd. De politie leek ver weg en ze waren niet met veel toen Qadar en de andere demonstranten in Teheran leuzen zongen als ‘wees niet bang, we zijn allemaal samen’. Maar plotseling opende een grote groep veiligheidstroepen het vuur op hen. ‘Ze schoten arbitrair, niet alleen op mij, maar ook op vrouwen en kinderen. Ik viel flauw, maar vrienden en andere demonstranten hebben mij geholpen.’ Verbeten sluit Qadar het gesprek af: ‘Zodra ik me beter voel, doe ik weer mee.’

Dat deze demonstraties fundamenteel anders zijn, legt ook Ladan Rahbari uit, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam. De protesten zijn wijdverspreid en eensgezind tegen het regime. De internet savvy generatie Z is de aanjager, een generatie die ondanks de Iraanse internetblokkades manieren gevonden heeft om online heel actief te zijn. ‘Een generatie die is gevormd door hoe ze met de wereld in contact staat’, zegt Rahbari. ‘Ze weten wat ze willen. Millennials die zoals ik opgroeiden in Iran, hadden niet hetzelfde venster op de wereld. Wat om ons heen gebeurde voelde dan wel verkeerd, maar we hadden niet zo’n goed beeld bij een alternatief.’

‘Toen ik hoorde over de dood van Amini, voelde ik me als door de bliksem getroffen’

Met elke protestgolf escaleert ook het gevoel van hopeloosheid. De hoop dat de Iraanse regering fundamenteel verandert, werd niet bepaald gevoed door het wanbeleid rond covid, of de verslechterde economische situatie, ziet Rahbari. Na vier decennia lobbyen, onderhandelen, discussiëren en proberen om religieuze autoriteiten aan boord te krijgen, is de hoop van de bevolking weggesijpeld. We zien nu de gevoelens van frustratie tot uitbarsting komen.

‘De Iraanse bevolking heeft hoop gevonden in de hopeloosheid’, zegt Rahbari. ‘De hoop op iets groters, een hervorming. Het voelt alsof er een revolutie gaat komen, hoor ik mijn vrienden en familie in Iran zeggen. Niet vandaag, niet morgen, maar het komt eraan. Mensen willen het nu.’

Tijdens eerdere protestgolven mobiliseerden bepaalde leeftijdsgroepen zich, of de demonstranten hadden specifieke eisen waar ze zich voor verenigden. ‘Nu zie je iedereen op straat, de jonge aanjagers met hun ouders en grootouders, zij aan zij, hand in hand. Iedereen doet mee’, zegt Rahbari.

Waar de dood van Amini symbool is komen te staan voor het aanwakkeren van de demonstraties, is haar 22-jarige generatiegenoot Hadis Najafi symbool komen te staan voor online verzet. Zij werd nabij Teheran doodgeschoten. De uitdagende TikTok-dansjes op haar sociale media staan ver van de Iraanse leiders vandaan. Over hen gaan grapjes rond dat hun gemiddelde leeftijd ‘overleden’ is, en dat hun diversiteit afhangt van de kleur van hun baard: zwart of grijs.

In een vlog is te zien hoe Najafi zichzelf filmt. Ze heeft oortjes in, een mondkapje op en een hijab strak om haar hoofd. ‘Ik hoop dat als ik nu deelneem aan dit protest voor de moord op Mahsa Amini, ik over een paar jaar, na de verandering, blij zal zijn dat ik heb deelgenomen aan de protesten’, zegt ze in de video.

Weer een jonge vrouw in een ziekenhuisbed, weer een foto die op sociale media viraal gaat. Ditmaal geen opgepoetst beeld, of bijna serene foto, zoals bij Amini. Dit beeld is gruwelijk, blonde haren pluizig op het hoofd, de ogen halfopen, bloedspetters over het hele gezicht en overal die kleine wondjes, dezelfde als op het been van Qadar. Het resultaat van kleine kogeltjes die als hagel op de lichamen van de demonstranten neerkomen. Afsenoeh Najafi, een van haar zussen, bevestigde ons via Instagram dat dit een foto is van haar vermoorde zusje.

De zus laat in een video op Instagram een bril en roze rugzak zien, waarop de bloedspatten ondertussen bruin zijn gekleurd. ‘Om Hadis te begraven moest mijn vader schriftelijk toezeggen dat wij haar dood niet aan de media zouden onthullen. Ons werd gevraagd om te zeggen dat ze aan een hartinfarct is overleden. Ook als ze mij, mijn zus, mijn vader of mijn moeder zouden arresteren of vermoorden, wij zijn niet meer bang.’

Plotseling werd woensdagochtend een telefonisch interview afgezegd. Wij zouden in gesprek gaan met Jila Mostajer, een bestuurslid van de Hengaw Organisation for Human Rights, toen luchtaanvallen met raketten en drones in het noordwesten van Irak, in de Koerdische gebieden, werden uitgevoerd. Beelden worden via WhatsApp gedeeld, van dikke witte strepen in de lucht, die in het kurkdroge landschap vervagen in grote rookwolken.

Gelijktijdig sprak de Iraanse president Ebrahim Raisi de Iraanse bevolking toe, om spijt te betuigen over de dood van de Koerdische Amini – maar ook om de demonstranten ervan te beschuldigen ‘buitenlandse vijanden’ te zijn. Op hetzelfde moment voerde Iran de luchtaanvallen in Irak uit, in de provincie Koerdistan. Raketten en drones werden ingezet om de Koerden te vergelden voor hun rol in het ondersteunen van de Iraanse demonstraties.

Een dag later krijgen we mensenrechtenactivist Ramyar Hassani van de ngo Hengaw te pakken. ‘Iran viel verschillende basissen van verbannen Koerdische oppositiepartijen aan in de provincies Erbil en Suleimaniya. Het is niet de eerste keer, maar de derde keer in de afgelopen vijf dagen. Daarnaast waren er willekeurige aanvallen, gericht op de dorpen om de bases heen. Maar liefst veertien mensen, onder wie een hoogzwangere vrouw, werden gedood. Meer dan veertig zijn zwaargewond.’ Niet veel later bevestigde Reuters de aanval.

Het epicentrum van de demonstraties begon in de provincie Koerdistan, Amini’s thuishaven. Escalaties op de grensgebieden vinden vaker plaats, vanwege etnische conflicten, maar niet op deze schaal. Waar de demonstraties zijn begonnen, worden ze ook het hardst onderdrukt. In bijna alle Koerdische steden doen mensen mee aan de demonstraties, bovendien vinden er ook steeds meer stakingen plaats.

Of het nu een mensenrechtenactivist in Irak of Iran is, een Iraanse journalist op Twitter, of een academicus in Nederland die aan het woord komt, telkens klinkt dezelfde boodschap: deze demonstraties verenigen de Iraanse bevolking, alle leeftijden en minderheden worden vertegenwoordigd, en het is tijd voor verandering in Iran.

Het is onderdeel van het begin van het einde, zegt onderzoeker Ladan Rahbari. ‘Ieder jaar demonstraties en hardhandige repressie, het is ondertussen zover gekomen, hierna is er geen weg terug voor het regime. Bijna tien procent van de vrouwen loopt nu zonder hijab op straat, hoor ik van vrienden en familie. Niemand durft iets tegen hen te zeggen, niemand valt hen lastig. De bevolking heeft het gevoel dat als dit kan veranderen, ze ook voor andere fundamentele veranderingen bij het regime kunnen zorgen. Angst voor wat er hierna komt wordt verzacht door het besef dat het regime morgen niet zal veranderen, want er is geen plan voor hierna. Het is een proces, deze protesten in 2022 zijn een fundamentele stap naar het einddoel, het veranderen van het regime.’