Douglas Coupland, Eleanor Rigby

Hoopvol eindigen

Douglas Coupland

Eleanor Rigby

Harper Collins/Fourth Estate, 336 blz.,

€ 32,- (paperback € 19,95)

Een paar jaar geleden voorspelde Douglas Coupland in een interview met dit blad de opkomst van een nieuw soort roman. Literatuur, vertelde hij de interviewer, zou in de toekomst steeds meer verteltechnieken uit de filmkunst overnemen. Miss Wyoming, dat toen net was verschenen, kon als exemplarisch worden beschouwd voor deze nieuwe romankunst. Coupland vergeleek zijn roman met een mechaniek dat, eenmaal opgewonden, in sneltreinvaart richting slot zou razen, zonder dat diepgang en reflectie hierbij verloren zouden gaan. Dat het soort roman waar Coupland destijds zo veel heil van verwachtte inmiddels school heeft gemaakt, zou ik niet durven beweren. In zijn eigen werk geeft hij in elk geval wel het goede voorbeeld.

Couplands laatste boeken bevatten allemaal een noodlottige gebeurtenis die de personages uit de dagelijkse sleur trekt, en die dienst doet als stuwende kracht achter het verhaal. Eleanor Rigby, Couplands negende en meest recente roman, vormt hierop geen uitzondering. Hoofdpersoon is Liz Dunn, een Canadese van middelbare leeftijd, die zichzelf, met de nodige zelfspot, omschrijft als iemand die je al vergeten bent terwijl je ermee staat te praten. Deze onopvallendheid zorgt ervoor dat Liz een nogal teruggetrokken, zeg maar gerust eenzaam leven leidt. Ze slijt haar dagen met het kijken naar stapels video’s, haat weekenden omdat ze dan niet weet wat ze met haar tijd aan moet en heeft geen idee of ze wel of niet snurkt: er is nooit iemand geweest die het haar kon vertellen.

Aan dit isolement komt een einde wanneer Liz op een avond een telefoontje van het ziekenhuis krijgt. Er ligt een jongen op de intensive care die haar naam op zijn polsband draagt; of ze even langs wil komen. «Ik heb me altijd afgevraagd of dit moment ooit zou komen», deelt Liz ons mee. Jeremy, zoals de jongen heet, blijkt haar zoon te zijn. Via flashbacks ontdekken we dat hij verwekt werd tijdens een nachtelijke escapade met een Oostenrijkse jongenman, op het dak van een discotheek tijdens een schoolreisje naar Rome, zo’n twintig jaar geleden.

Het mechaniek is opgewonden. Vanaf dat moment volgen de verwikkelingen elkaar in rap tempo op.

Voor de doorgewinterde Coupland-lezer biedt Eleanor Rigby weinig verrassingen. Alle thema’s uit Couplands vorige boeken – eenzaamheid, disfunctionerende gezinnen, apocalyptische visioenen – zijn weer paraat. Niet dat dit een bezwaar vormt. Integendeel: vanaf de eerste pagina’s tref je al die kwaliteiten die Couplands eerdere boeken zo aantrekkelijk maakten.

Om te beginnen is daar zijn vermogen om met enkele zorgvuldig gekozen details een karakter reliëf te geven. Coupland is niet het type auteur dat twintig pagina’s uittrekt om een bankstel te beschrijven. Hij is sowieso spaarzaam met beschrijvingen. Alleen die zaken die wezenlijk zijn voor de voortgang van het verhaal worden vermeld.

Iets anders waar Coupland in uitblinkt zijn de dialogen. Die ogen natuurlijk en zijn vaak ingehouden, licht onderkoeld van toon. De misverstanden tussen Liz en haar familieleden behoren bijvoorbeeld tot de komische hoogtepunten van het boek. Neem de volgende dialoog. Liz staat op het punt om van Jeremy te bevallen. Er is een probleem: haar ouders weten niets van haar zwangerschap. Liz en haar moeder kijken televisie op de bank wanneer de weeën beginnen.

‹What? What’s going on?›

‹It’s a cramp.›

‹What have you been eating?›

‹Nothing, just strawberries.›

‹Local strawberries?›

‹Yeah, the girl in the berrie van down the corner gave me some.›

‹They water those things with raw sewage.›

‹They do not.›

‹Don’t go blaming me and my dinner for your cramps.›

Pas als Liz door een verloskundige naar de operatiezaal wordt gereden, beseft de moeder dat het wel eens geen aardbeien kunnen zijn die deze «kramp» veroorzaken.

Sinds zijn debuut Generation X geeft Coupland blijk van een bijna religieuze bezorgdheid over de toekomst van de mens. Ook in Eleanor Rigby zitten een paar apocalyptische toekomstbeelden. Jeremy wordt geplaagd door visioenen, waarin, hoe kan het ook anders, het einde van de wereld wordt voorspeld.

Het zijn deze metafysisch getinte passages die het minst kunnen bekoren. Couplands bedoelingen schemeren hier te nadrukkelijk door. Ook ontbreekt het hier aan de humor en het relativeringsvermogen die de rest van zijn roman zo geslaagd maken. Niet voor niets is Girlfriend in a Coma, Coup lands meest apocalyptische boek, ook zijn zwakste.

De rare sprongen die Coupland af en toe maakt, storen ook. De laatste vijftig pagina’s bevatten enkele onwaarschijnlijke wendingen. Nu is het mogelijk dat Coupland die inlast om zijn lezers wakker te schudden, of omdat het spoor dat hij volgde hem simpelweg niet langer boeide. Aannemelijker is dat Coupland, optimist die hij is, die rare sprongen nodig had om zijn boek met hoop te kunnen eindigen.

Natuurlijk is het legitiem dat een schrijver zijn publiek met een prettig gevoel de laatste bladzijde wil laten omslaan. Maar het wekt wel irritatie als de kunstgrepen die daarvoor nodig zijn zo opzichtig zijn dat ze wel erg beginnen op te vallen. Nu werpen ze een lichte smet op de rest van het boek. En dat kan nooit de bedoeling zijn geweest.