De mensenwereld van Massimo Vitali

Hoopvol heen, weemoedig terug

Nu te zien in het Fotografiemuseum Amsterdam: het hedonisme van deze tijd, haarscherp vastgelegd door Massimo Vitali. Zijn foto’s zijn weids, open en licht. In zijn nieuwste werk zoekt hij de traditie van de schilderkunst op.

Zoals een bioloog van bovenaf een mierenhoop bekijkt, zo beziet de Italiaanse fotograaf Massimo Vitali (1944, Como) ons mensen. De monumentale foto’s van grote groepen mensen zijn gericht op hedendaagse vrijetijdsbesteding: het strand, de discotheek en het massatoerisme. Dit doet hij met de blik van een voyeur. Maar in tegenstelling tot fotografen als Martin Parr is zijn werk gelukkig niet alleen afstandelijk. Dat zou geen sympathie opwekken. Je zou je als toeschouwer bekeken en beoordeeld voelen, want je ziet op de foto’s toch jezelf, je eigen bezigheden, je eigen diersoort. Dat is ook meteen het knappe van Vitali: hij laat het afbeelden van een grote, onpersoonlijke groep samengaan met details waarin individuele verhalen zijn te herkennen. De foto’s tonen aan wat wij normaal vinden. Het blootleggen van de spanningen die voortkomen uit deze bepaling heeft Vitali’s bijzondere interesse: de cosmetische vervalsing van ons uiterlijk, ontspanning als handelsartikel, de misleidende indruk van rijkdom en streng conformisme.
De meeste foto’s zijn gemaakt in Luca, Rimini of Palermo. Al in de Oudheid had Italië een rijke badcultuur en nu nog functioneert het water als een sociale ontmoetingsplaats. Waren thermen van oudsher voorbehouden aan de elite, tegenwoordig kan ook de rest zich overgeven aan hedonisme.
Vitali beperkt zich niet tot zijn eigen land. Wat we in Italië zien, is in heel Europa te bespeuren. Lloret de Mar, Ibiza, de Turkse Rivièra – er hangt één foto die is gemaakt tijdens een dansfeest op Bloemendaal. Je herkent het aan de koppen en de merkkleding: zelfs op het strand verschuilt de Nederlander zich nog achter een merkje, dat gekochte imago.

De foto’s van Vitali lijken net iets overbelicht, waardoor ze hun bleke karakter krijgen. Het lichtblauwe water, de gekleurde parasols en het geelwitte zand: het heeft de transparantie van een aquarel. De zon is niet romantisch maar scherp, waardoor elke vorm wordt uitgelicht. Het is deze behoefte aan precisie die Vitali’s origine verraadt. Hij begon zijn carrière niet als kunstfotograaf. Na de middelbare school volgde hij aan de London College of Printing het vak fotografie. In de jaren zestig was hij freelance fotojournalist en werkte hij voor diverse tijdschriften en agentschappen in Italië en elders in Europa. In de jaren tachtig verloor hij zijn vertrouwen in de fotografie: het medium kon de subtiliteiten van de realiteit niet goed reproduceren. Hij verplaatste zijn werkterrein als cinematograaf naar de reclame en fictie, om in de jaren negentig toch weer terug te keren naar de fotografie.
Sinds 1994 heeft hij een nieuwe benadering voor het portretteren van de wereld, ook wel getypeerd als ‘de apotheose van de kudde’. Met deze kunstfoto’s is hij beroemd geworden. Ze komen op een heel specifieke manier tot stand. Vitali bouwt een stellage in het water van soms wel vijf of zeven meter hoog. Vanuit deze uitkijkpost richt hij zijn grote camera (een houten Deardorff 11 x 14 inch uit de jaren vijftig) op het landschap. Hij wacht net zolang tot het kader op de juiste manier is gevuld met mensen. Dan drukt hij op de knop. Later vergroot hij de foto uit, waardoor een panorama wordt gecombineerd met verrassend veel details. Iemands oorbel, baardgroei of een rafelend hemdkraagje blijven scherp, ook als je heel dicht op een foto gaat staan – een behoefte die je constant hebt, speurend naar portretten in de massa.
In het boekje met reproducties dat voor slechts één euro in het Foam te koop is, zie je Vitali afgebeeld op zo’n hoge stellage. Met zijn gezette postuur en gebruinde huid oogt hij als een typische Italiaan. Maar ook een beetje als een toerist in eigen land, kleurig gekleed in een oranje shirt en korte witte broek. Hij kijkt in de verte, wachtend tot hij een alledaags moment zal vastleggen, om het zo te verheffen boven het vluchtige. Hoe weloverwogen de foto’s ook lijken, ze bezitten elementen van toeval: de randen van het kader zijn nonchalant gekozen en op veel foto’s kijken mensen recht in de camera, zich waarschijnlijk afvragend wat die man daar boven nu eigenlijk al uren staat te doen. Zelf heeft Vitali zijn werk beschreven als het tegenovergestelde van Cartier-Bressons werkwijze van het ‘beslissende moment’. Want er gebeurt veel op de foto’s, maar eigenlijk ook niets.

Je kunt met het werk van Vitali verschillende kanten op. Aan de ene kant is het nuchter en kil. Daarmee doet het denken aan het werk van de Duitse fotografen Andreas Gursky (1955) en Thomas Struth (1954). Zij bezien de wereld ook in haar veelheid en verwarring, op een documentaireachtige manier. Aan de andere kant zijn de foto’s zeer esthetisch en roepen een mix van emoties op. Ze zijn onheilspellend, omdat de kalmte zo kalm is. Vooral de strandopnames hebben een onwerkelijke sfeer. Bij zoveel uiterlijke ontspanning ga je de gedachten van de mensen vanzelf invullen, wetende dat de westerse mens zelden in harmonie leeft met zichzelf en zijn omgeving. Er bevinden zich te veel mensen dicht bij elkaar, dat kan nooit goed gaan, denk je ook. Je voelt dezelfde afschuw en beklemming die je ervaart in de zomer op Zandvoort: bakkend mensenvlees onder een laagje zonnebrandcrème, frietlucht en radio’s. Dat tijdverdrijf oogt misschien onschuldig, de onschuld blijft alleen maar gehandhaafd zolang er orde is.
Ook op de foto’s van Vitali is een vreemd soort orde aanwezig. Alsof het niet om mensen maar om producten gaat. Dat doet weer denken aan een foto van Andreas Gursky, waarop een parkeerterrein van een autofabriek is afgebeeld vol blinkende en nog te verhandelen modellen. Afschuw maakt vervolgens plaats voor mededogen, omdat de mensen zo kwetsbaar lijken. Ze zijn letterlijk naakt, op een bikini of een zwembroek na. Ze kunnen zich nergens achter verschuilen, al proberen ze dat wel, onder een gekleurde parasol, wat de poging alleen maar vergeefs maakt. In deze kwetsbare hoedanigheid zijn ze overgeleverd aan een alziend oog van de camera. Wie is dat alziende oog? Heeft die wel het beste met hen voor?
Ten slotte zijn de foto’s soms ook geruststellend. De chaos van de wereld is getemd door het terug te brengen tot een overzichtelijke afbeelding. Maar dat deze foto’s geruststellend zijn, denk je dan, is misschien nog wel het meest verontrustend. Als de werkelijkheid zelf geruststellend zou zijn, hoeven er geen beelden van verspreid te worden om ons daarvan te overtuigen. Blijkbaar moeten we ergens van overtuigd worden. Waarvan precies?
Precies het schipperen tussen al deze gedachten is wat Vitali’s werk zo interessant maakt: je weet gewoon niet wat je er precies van moet denken. Al oogt het zo heerlijk luchtig, het onderwerp is te complex.

De meest recente foto’s (uit 2007 en 2008) hangen in de eerste zaal van de tentoonstelling. Ze zijn genomen in Turkije en op Sicilië. Deze werken refereren aan de traditionele capricci: frivole, landschappelijke taferelen uit de achttiende-eeuwse schilderkunst. Capriccio betekent ‘verbeelding’ en het genre bestaat oorspronkelijk uit fantasiearchitectuur en -landschappen, aangevuld met bestaande elementen. Denk bijvoorbeeld aan het werk van Giovanni Battista Piranesi (1720-1778), waarin de overgebleven resten uit de Oudheid zijn vastgelegd met meer oog voor melancholie dan voor realiteit. Maandenlang zocht Vitali naar de ideale locaties met de juiste elementen zoals dramatische rotspartijen, oude dorpjes en ruïnes.
Met dit werk slaat Vitali een nieuwe weg in. Op zijn eerdere, natuurgetrouwe foto’s legde hij uitgestrekte stranden vast, met de smakeloze elementen van onze tijd. Het doet vlak, commercieel en meedogenloos aan. De recente foto’s tonen besloten plekjes die weelderig en natuurlijk aandoen. We zien de locaties door een doorkijkje, met links en rechts boomtakken, waardoor ze picturesque worden. Niet aangetast door de tijdgeest zijn deze plekken intiem en tijdloos. Dat gevoel wordt versterkt doordat het licht minder bleek en minder scherp is. Er komen ook minder mensen in voor, alsof de groep zich heeft verspreid of omdat niet iedereen deze plaatsen weet te vinden. Wat we zien zijn mensen die hun eigen weg proberen te vinden in het leven en daarbij niet zoeken op de kale vlaktes van de commercie. Dat heeft iets troostrijks. De menselijke maat, klein in de grote natuur, is teruggevonden.
Niet alleen putten de recente foto’s uit de traditie van de capricci, ook doen ze denken aan een ander genre, de Franse fête galante. Eveneens afkomstig uit de achttiende eeuw stond in deze schilderijen de vrijetijdsbesteding van de elite centraal, gericht op speelse liefde, muziek en ander vermaak. Op Butterfly Valley (2008) bijvoorbeeld zien we een strand omsloten door een hoge rotspartij. Drie houten boten staan op het punt weg te varen of komen net aan, dat is niet duidelijk. Het beeld roept associaties op met Antoine Watteau’s De inscheping naar het eiland Cythera (1717), dat eiland van geluk, waar men vol hoop naartoe gaat en waar men weemoedig weer van vertrekt.

Nog meer dan in de eerdere foto’s van Vitali zijn er in de nieuwe foto’s Italiaanse elementen aanwezig, alsof hij zijn eigen land hervonden heeft en onder Berlusconi bezorgd is om het welzijn van zijn landgenoten. Voor Nederland heeft Italië wellicht het imago van luxe schoenen, gladde macho’s en de maffia. Maar achter deze façade gaat een volkse cultuur schuil van mensen die het niet begrijpen als je ze vertelt dat je graag in hun land zou willen wonen. Vitali laat zien hoe de Italianen in het arme zuiden de zomer doorbrengen. Ze trekken weg uit de warme stad en treffen elkaar aan de waterkant. Daar verblijven ze in zelfgemaakte tenten. Onder een parasol gebruiken ze hun uitgebreide middagmaaltijd, om vervolgens urenlang te rusten. Italianen houden niet van werken, wil het cliché. Bucolisch luieren in een heerlijke leegte, dat heeft de voorkeur. Geef ze eens ongelijk. Er is geen betere plek voor dan hun eigen landschap.

Massimo Vitali, Foam, 29 mei t/m 9 september