Een lesje in recenseren

Hoor en wederhoor in de literatuur: ‘Zegt u het maar als ik zever’

Een criticus is ook maar een mens, al zou je dat niet altijd denken. Ook recensenten snappen niet alle boeken die ze lezen. Het ergste wat je een schrijver kunt vragen is wellicht: ‘Waar gaat het eigenlijk over?’ Maar het is een vraag die soms in het hoofd van een recensent opkomt.

Zo las ik de debuutroman van de 26-jarige Vlaamse schrijfster Saskia de Coster, Vrije val,en bleef 166 bladzijden lang bevreemd. Wel schreef ik op de titelpagina: ‘Besluip me, val me aan’, een zin die me opviel en die ik niet wilde vergeten. En zo waren er meer zinnen die me opvielen: ‘Ik weet dat ik wakker ben omdat ik twijfel.’ En: ‘Ze voelde een groot en mals lichaam over het oude, knokige groeien. Alsof ze een sofa werd.’

Ik kan nog veel meer voorbeelden van mooie zinnen geven, maar dat leest niet lekker en zegt ook niet zo veel. Even vervelend en zinloos is het om ‘het verhaaltje’ van een roman na te bauwen, al zou je dat op grond van het leeuwendeel van de kritieken die worden geschreven niet zeggen. Juist als een recensent het niet weet, gaat hij het verhaaltje navertellen; hoe minder hij weet, hoe groter het verhaal. En o jé, als dan de verhaallijn ‘mager’ blijkt te zijn, of de plot ‘onwaarschijnlijk’ en de personages ‘onvoldoende uitgediept’…

De Coster maakt zich ongrijpbaar voor dergelijke kritiek, want Vrije valheeft verhaallijn noch plot noch personages. Wat het dan wel heeft? Twee helden van mythisch postuur, Atlantis en Charlotte. Hij is een jongen die aan zijn armen kan trekken tot het touwen zijn. Zij is een reuzin die met een ladder beklommen moet worden. Samen moeten ze zich zien te redden op een schip dat om de aarde vaart.

Verder vertel ik niet, want dit verhaal moet het niet van logica hebben. Eerder van buitenissigheid. ‘God leidde mij weg uit een dorp en gaf mij woorden om het kwaad te weren.’ Met dat soort zinnen, even klaar als vreemd, zet De Coster een complexe en bizarre wereld neer die nog het meest weg heeft van een fantasy-achtige werkelijkheid. Het boek maakt nieuwsgierig naar de schrijfster en haar beweegredenen. Op de achterflap van het boek wordt een website vermeld. De homepage ervan toont een pikdonker universum met blauwe ballen en een vreemd paddestoelachtig wezentje, hetzelfde tekentje dat staat afgebeeld op de titelpagina van de roman. Via de links kom je over de auteur te weten dat ze vroeger grafisch werk tentoonstelde en dat ze als kind regelmatig viel.

Over haar debuutroman niet veel meer dan al op de achterflap staat. Wel is er een grappige who is who-pagina, waarop de romanpersonages gestalte wordt gegeven.

En er is een spelletje waarmee je in de romanwereld terechtkomt: met een kanon kun je op de vogels schieten om een personage te beschermen. Bovenal is er een forumpagina waarop je reacties op het boek kwijt kunt; ik zet er bovenstaande bespreking op en vraag om een reactie.

Na een paar dagen antwoordt de schrijfster, na een korte introductie: ‘Het is me niet helemaal duidelijk of u het lezen van Vrije valals een beproeving ervoer. Wat ik in ieder geval wel apprecieer is dat u mij niet meteen in de Verhelst-hoek drumt.’ (Gedoeld wordt op de Vlaamse ‘postmoderne’ schrijver Peter Verhelst die furore maakte, en vaak ook verwarring zaaide, met zijn romans Zwellend fruit en De dans van de luipaard – mp).

‘In de Vlaamse Letteren schijnt het de gewoonte te zijn uitsluitend over problematische verhoudingen tussen mannen in midlife crisis en gescheiden vrouwen met kinderkens, of over cafés door te bomen. Alles wat daarvan afwijkt is verdacht. Verschijnen in een boek lichamen en beelden, sensueel, seksueel geflipt of anderszins, dan wordt het werk bestempeld als komende uit de stal Verhelst. Ik moet u antwoorden op “wat er achter het verhaal zit”, “waar het over gaat (misschien maar toch ook niet)” en over “beweegredenen”. Ik onderneem een poging tot opheldering. Misschien volstaat het niet. Op eenvoudig verzoek doe ik dan nog een poging. Let’s roll.U weet net zo goed als ik hoe schrijven gaat: je neemt plaats achter een tafel, waarop zich bevinden een computer of een blad. Het staren neemt een aanvang. Uit miserie ga ik een tiental keer van T-shirt verwisselen; nog maar koffie tot men op de poten trilt, uit het raam staren. Dat laatste is cruciaal; het raampje waar ik door kijk, toont een aantal woningen in bedenkelijke staat en, zeer dichtbij, een dak. Daarop strijken gedurig duiven neer.

De soort duiven die op mijn dak – het is niet echt mijn dak – neerstrijkt, is zeer kwaadaardig. Het zijn stadsbeesten, ziek, volgevreten en schijnbaar misnoegd, nauwelijks nog tot enig koeren in staat. Wrede en angstaanjagende beesten, hoewel sommigen zeggen dat ze nog geen vlieg kwaad zouden doen. Ieder denkt er het zijne van. In een tweede fase, na intens naar het gevogelte te hebben gestaard, loop ik heen en weer tussen raam en tafel. Aldus zijn die vogels neergestreken in Vrije val, ze trokken het verhaal op gang. Atlantis en Charlotte en de anderen heb ik er dan bij verzonnen. Maar goed. Beweegredenen. En het bevattingsvermogen van de recensent. Als recensente bent u analytisch en kritisch. En bevreemd. Dat u zinnen uit het verhaal pikt valt buiten uw rol als recensente en lijkt me bijna more than I can hope for. De tweede zin in “Ze voelde een groot en mals lichaam over het oude, knokige groeien. Alsof ze een sofa werd” is trouwens gepikt van Madonna. Aldus beschreef zij haar lichamelijke ervaring van de zwangerschap van heur eerste kind.

Zoals u schrijft zijn er geen echte personages van vlees en bloed. Te veel van vlees en bloed en beeld wellicht. Dat is misschien het bevreemdende, dat de personages slechts tweedimensionale soap-/Big Brother-types zijn, uitvergroot en daardoor tegelijk ook wat abstracter. En dat slag mensen is meestal terug te vinden op tv of in Privé, maar niet op een schip.

De relaties tussen Charlotte, Atlantis, hun vroegere minnaars en de andere wezens zijn erg belangrijk, en hun lichamen spelen daarbij een grote rol.

Tsja, het is pure soap. Met opheffing van allerlei cultureel opgelegde tweedelingen. De hele kwestie cultuur-natuur zit er, denk ik, wel in.

Hoe zuiver, absoluut, onvoorwaardelijk, absurd kan het allemaal zijn? Charlotte bijvoorbeeld, denkt heel recht lijnig, logisch en toegewijd, maar wordt wel afgestraft. Ook Atlantis overschrijdt de grens van het cultureel tolereerbare, en wil het absolute. Straf. Het absolute en magische, dat is misschien wel de kern, want er zijn toch allerlei geheime verbonden tussen hemelgewelf en aardkluit. Zegt u het maar als ik zever.’

Intrigerend is De Costers ver wijzing naar soap en de kwestie cultuur-natuur. En het element van de straf. Haar uitweiding over de diepere betekenis van haar boek voedt me in mijn intuïtieve affiniteit met het boek en de schrijfster.

Hier spreekt een debutante die haar preoccupaties met geheime verbonden liever vertaalt naar ‘het absolute en het magische’ dan naar de betrekkingen tussen mannen in een midlife crisis en gescheiden vrouwen, al dan niet met kinderkens. Reden te meer om Vrije val nog een keer ter hand te nemen, en de pure soap er in te ontdekken. En nieuwe raadsels.

Saskia de Coster

Vrije val

Uitg. Bert Bakker,

168 blz., €14,95

www.vilt.net/vrijeval