Ashar Medina over diversiteit in de filmwereld

‘Hopelijk komen er “kleurenblinde” films’

Aanstaande zondag worden in Hollywood, California, de Oscars uitgereikt. Ook dit jaar ligt het prijzenfestival onder vuur omdat er maar weinig acteurs en filmmakers uit minderheidsgroepen zijn genomineerd.

Medium image1

Waar dat aan ligt? Aan de economie in de filmwereld, betoogde ik in mijn blog van vorige week. Soortgelijke punten worden ook gemaakt in de papieren Groene van deze week.

In Nederland wordt het gebrek aan diversiteit in de filmwereld eveneens als een probleem ervaren. Het Filmfonds wil daar wat aan doen en neemt dit streven op in zijn beleidsplan voor de komende jaren. Heel goed van het Filmfonds. Ik krijg alleen niet zo’n goed beeld van de urgentie die ze dit plan willen meegeven. Wat is precies het streven? Waar kunnen we ze over een paar jaar op afrekenen?

Misschien zijn zulke concrete antwoorden ook iets te veel gevraagd. Diversiteit initiëren is a hell of a job, in welke culturele sector dan ook. Maar de discussie is er in ieder geval. Ik hoop zelf dat in dit debat ‘diversiteit’ niet alleen opgevat wordt als een kwestie van representatie. Belangrijk is ook de vraag of meer diversiteit ook niet een grotere ruimte moet inhouden voor andersoortige verhalen en rollen. Ik bedoel, vaak is het zo dat kleur in Nederlandse films hand in hand gaat met platte verhaallijnen en karikaturale rollen.

Ik ben geen filmmaker. De antwoorden op deze vragen moeten niet van mij komen, maar van mensen uit de filmwereld zelf. Bijvoorbeeld van iemand als Ashar Medina, een jonge scenarioschrijver van Kaapverdiaans-Surinaamse afkomst, die vorig jaar afstudeerde aan de Filmacademie. Met hem ging ik in gesprek over de noodzaak van diversiteit in de filmwereld, de valkuilen die daarbij horen, en de kansen die het biedt.

Volgens zijn IMDB-pagina heeft Medina tot nu toe een handjevol films op zijn naam staan die qua cast en verhaallijn nogal ‘blank’ zijn, for lack of a better word. Toch is ‘diversiteit’ een onderwerp dat hem zeer na aan het hart ligt.

‘Het is iets waar ik veel over nadenk en filosofeer met mijn collega’s’, zegt hij. ‘Het is mijn doel om films te maken die een universele waarde hebben. Maar ik vind het ook belangrijk dat ik mijn persoonlijke achtergrond en ervaring meeneem in deze verhalen. Op deze manier kan er hopelijk een brug geslagen worden tussen “de traditionele Nederlandse film” en een nieuw geluid. Films met een breder cultureel karakter, bevolkt met personages die we doorgaans niet zien in film en op tv. Ik vind dat mijn generatie in die ontwikkeling de kar moet trekken.’

Heb jij moeite om aan de bak te komen in de Nederlandse filmwereld?

‘Ik heb geen persoonlijke frustraties wat diversiteit betreft. Ik ben overtuigd van het feit dat ik een goede schrijver/filmmaker ben en heb het geluk dat ik een breed netwerk heb opgedaan via mijn studie aan de Filmacademie. Sinds mijn afstuderen zijn er dan ook een aantal interessante projecten op mijn pad gekomen, en hopelijk weet ik die lijn door te trekken. Maar het is wel jammer om te zien dat er heel veel getalenteerde, jonge makers zijn die niet aan de bak komen. Ik heb vrienden die even boeiende verhalen te vertellen hebben als ik, maar niet hetzelfde netwerk genieten en niet mijn academische achtergrond delen. Voor hen is het zogenaamde “glazen plafond” meer dan voelbaar en die frustratie deel ik wel. Daarnaast kan ik me wel boos maken over het feit dat ik een hele avond op Nederlandse televisie kan zappen – of het hele Pathé-aanbod kan doorspitten – zonder ook maar één enkele “gekleurde” persoon in een hoofdrol aan te treffen. Dat móet veranderen.’

Hoe dan?

‘Diversiteit is een moeilijk onderwerp. Je kunt je afvragen of het wel een goed idee is om ontwikkelingen in de kunstwereld te sturen met gedwongen maatregelen. Of je je op die manier niet te veel mengt in een ambacht dat juist afhankelijk is van natuurlijke, artistieke processen en maatschappelijke bewegingen. Maar het is ook duidelijk dat er in de afgelopen jaren te weinig is veranderd wat betreft diversiteit binnen de film- en tv-wereld. Niet alleen vóór de camera is wat je ziet overweldigend blank, vooral ook achter de schermen zie ik daar te weinig variëteit in. Dat beïnvloedt niet alleen de onderwerpskeuze, de arena’s en de personages, maar ook de manier waarop er naar film wordt gekeken. Elke cultuur heeft zijn eigen tradities op het gebied van “storytelling”, en dat kan in mijn ogen alleen maar een verrijking betekenen van het filmlandschap. Zaak is wel dat het Filmfonds daar ook aan mee blijft doen en dat makers niet bang zijn om zichzelf bloot te geven en uit te dragen waar ze voor staan. Dat ben ik zelf in elk geval wel van plan. En dan komt het volgens mij wel goed.’

Welke verhalen missen we nu vanwege het gebrek aan diversiteit in de Nederlandse filmwereld?

‘Dat is dus de grote vraag, dat weten we nu niet. En ik zal niet pretenderen te spreken voor alle zogenaamde “allochtonen”, dat is niet mijn taak. Ik weet echter wel heel goed wat ik zelf wil maken, en daar komt mijn persoonlijke achtergrond en cultuur dus wel bij kijken. Zo hoop ik samen met een aantal collega’s een film over het leven van Anton de Kom van de grond te krijgen, iemand die een dragende rol speelde in de strijd voor Surinaamse onafhankelijkheid, maar daarnaast ook hier in Nederland politiek zeer actief was. Maar naast dit soort maatschappij-bewuste verhalen wil ik ook misdaadthrillers maken en comedy’s en ben ik bezig met een serie over de AIVD. Volgens mij moet het gewoon zo zijn dat getalenteerde mensen meer mogelijkheden krijgen, ongeacht hun achtergrond. Helaas moet het speelveld daarvoor wel eerst rechtgetrokken worden, en dat is waar iedereen nu over valt.’

In Amerika worden niet alleen de Oscars bekritiseerd, maar ook de filmmaatschappijen die uit economische motieven diversiteit nauwelijks een kans geven. Wat zijn jouw ervaringen hierin met producenten/subsidiënten in de Nederlandse filmwereld?

‘Dat is iets wat ik de komende jaren zal gaan ontdekken. Het is raar om te zeggen dat er geen publiek is voor deze verhalen, aangezien een groot deel van het publiek niet blank is. Mensen moeten niet bang zijn om risico’s te nemen. Het blijft tenslotte een kunstvorm, en kunst hoort voor iedereen te zijn. Mijn persoonlijke ervaringen zijn wat dat betreft overwegend positief. Zoals ik al zei, ik heb een breed netwerk en moet zeggen dat de producenten die ik persoonlijk spreek zeker openstaan voor “nieuwe” verhalen. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we de komende jaren een kentering gaan zien in het filmaanbod.’

Beetje moeilijke vraag dit, maar kun je een beeld schetsen van een diverse Nederlandse filmwereld van de toekomst? Wat gaat het opleveren?

‘Kijk, ik zeg niet dat er elk jaar een film gemaakt moet worden over een Surinamer of een Turk of een Marokkaan die moeilijk kan aarden in Nederland. Of dat er nu opeens tientallen films over vluchtelingen moeten worden gemaakt. Sterker nog, dat zou verschrikkelijk zijn. Waar we volgens mij naartoe moeten werken is een klimaat waarin iemands huidskleur alleen van belang is als het verhaal daar om vraagt.

Hopelijk levert het uiteindelijk films op die “kleurenblind” zijn. Het einddoel is in mijn ogen: films bevolkt met personages die relevant zijn vanwege hun woorden en daden, niet hun kleur of afkomst. Verhalen waarin ruimte is voor culturele verschillen, maar waarin die verschillen niet direct een bron van conflict zijn. Dat is een beetje een utopie (net als dat het in de “echte” wereld een utopie is dat huidskleur er niet toe doet), maar we moeten er wel naar streven. In de tussentijd zullen er denk ik meer films worden gemaakt door en voor minderheden. Projecten waarin makers communiceren hoe het is om “anders” te zijn in een maatschappij waar je wel geacht wordt om gewoon mee te doen. Films als Rabat en Wolf, die het Nederlandse filmlandschap kleuren en opengooien.’


Beeld: Kore Heerema voor Heevix (www.heevix.nl)/ Ashar Medina (www.ahk.nl)