Mens versus dier: De das

‘Hopelijk vinden ze de nieuwe burcht ’

Landgoedbeheerder Hermen van de Wardt had het al aangekondigd; je kunt niets zien van de dassenburcht onder de A27. En inderdaad, de braamstruiken staan er net zo dik als op de rest van het talud, dus de hoofdingang, die volgens Van de Wardt wel 1.20 meter hoog is – ‘net een Limburgse grot’ – is aan het zicht onttrokken. Ondanks de vijf dassen die er wonen, twee ouders en drie jonkies, heeft de beheerder er op Amelisweerd nog nooit een live mogen aanschouwen; ze komen pas naar buiten als zijn werkdag erop zit. ‘Wel bosmarters, wezels, reeën, eekhoorns, de bonte specht; alleen die verrekte das heb ik nog niet voorbij zien komen.’

Dat gaat vrijwel zeker alsnog gebeuren, want de dassenfamilie hangt een gedwongen verhuizing boven het zwart-witte hoofd; de geplande verbreding van de snelweg – een extra rijstrook aan beide kanten – betekent dat voor de beschermde dassen een alternatief onderkomen moet worden gezocht.

Volgens Van de Wardt – boomlang, outdoorkleren, wandelschoenen, baardje – had het een stuk slechter met de dassen kunnen aflopen. Volgens een ‘quickscan’ van Rijkswaterstaat zaten er namelijk helemaal geen dassen op Amelisweerd en ook geen eekhoorns trouwens. ‘Geen dassen? Hoeveel filmpjes wil je hebben? Als je zoiets leest, dan weet je: er wordt te gemakkelijk met dat bos omgegaan. Dus dan ga je er vol in, desnoods met gestrekt been.’

En wat doe je dan als landgoedbeheerder, voor wie het bosbelang altijd eerst komt? Dan probeer je via alle kanalen die tot je beschikking staan onder de aandacht van Rijkswaterstaat te komen. Dat lukte, zeker nadat actiegroep Vrienden van Amelisweerd in maart 2017 wereldkundig maakte dat er wel degelijk dassen in het bos zitten. Ontheffingen moesten worden aangevraagd, het nut van de bomenkap opnieuw aangetoond, de aanleg van de snelweg werd vertraagd.

‘Als ik niets had gezegd, waren ze hier nu al aan het graven. Nu zijn we volwaardig gesprekspartner.’ Van de Wardt wijst naar het bospad: een klein holletje verraadt dat hier een das naar wormen heeft gezocht. De nieuwe dassenburcht, in een stil gedeelte van het bos, zal uit zo’n vierhonderd kuub gedifferentieerd (en daardoor stevig) zand bestaan, met een ondergronds gangenstelsel en een paar kamers erin – een prefab-woning op dassenformaat. De dassen worden gevangen (‘diervriendelijk’), verplaatst naar de omheinde nieuwe plek, totdat ze gewend zijn en de hekken weg kunnen. ‘Hopelijk is de nieuwe burcht dan zo aantrekkelijk dat ze de oude niet meer gaan zoeken.’

De schuwe das vervult voor de landgoedbeheerder een signaalfunctie; als er dassen zijn, gaat het goed met je bos. En dat is ook zo, ‘zijn’ drie Utrechtse landgoederen (Nieuw- en Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen) floreren, met 1,2 miljoen bezoekers per jaar én hoge natuurwaarden. En al blijft hij diplomatiek, dat die snelwegverbreding voor hem niet zo nodig hoeft wordt wel duidelijk. Maar hij moet het ermee doen. Net als de dassen.