Hopeloos hip

Het is raar gesteld met de Engelse schrijver Rupert Thompson. Na zijn debuut Dreams of Leaving schreef hij in 1990 de alom bejubelde roman The Five Gates of Hell. Het was een sinistere thriller met surrealistische trekjes. Een soort boze droom waarin de leegte van de moderne samenleving sterk was uitvergroot. Rupert Thompson werd meteen tot een van de meest eigenzinnige en getalenteerde jonge Engelse schrijvers gebombardeerd.

Drie jaar later verscheen Air & Fire, een roman die werkelijk in niets aan The Five Gates of Hell deed denken. Behalve dan in de stilistische brille die Thompson ook daarin ten toon spreidde. Air & Fire was helemaal niet eigentijds. Het boek is een conventionele liefdesroman die speelt in de negentiende eeuw. Er treedt een Franse ingenieur in op die in een niksig Mexicaans kuststadje toezicht moet houden op de bouw van een stalen kerk die ontworpen is door Eiffel. Hij gaat zo in zijn werk op dat zijn jonge echtgenote haar toevlucht zoekt in de armen van een robuuste goudzoeker. Hartstocht versus het knellende corset van de negentiende-eeuwse conventies, dat is het thema. Het leverde, daar waren de critici het over eens, een clichématig verhaal op, verpakt in glimmende mooischrijverij.
In 1996 kwam The Insult uit en de critici waren weer verkocht. Opnieuw had Thompson een duister, thrillerachtig boek geschreven dat zich ophoudt op de grens tussen werkelijkheid en waan.
In The Insult is een man aan het woord die misschien wel of misschien niet blind is. Juist in het donker - in zijn verduisterde ziekenhuiskamer, op straat in het holst van de nacht - blijkt hij te kunnen zien. Het zijn hallucinatoire beelden die voor hem waar zijn. En omdat je als lezer op hem bent aangewezen, weet je nooit precies waar je aan toe bent.
Helaas herhaalt de geschiedenis zich: net als na The Five Gates of Hell volgt op The Insult een heel matig boek. Het onlangs verschenen Soft is een vuistdikke roman waarin een bizar verhaal wordt verteld. Veel meer biedt het boek niet en dat maakt het tot een tergende leeservaring. Nu ja, Thompson bekritiseert net als in The Five Gates of Hell de moderne samenleving, in dit geval de keiharde wereld van reclame en commercie. De uitvergroting van die wereld wordt echter nergens beklemmend of wrang.
In Soft wordt beschreven hoe een nieuwe softdrink, Kwench!, op de markt wordt ‘neergezet’ met behulp van de nieuwste reclametechnieken. Die technieken komen neer op de natte droom van elke adverteerder: het direct beïnvloeden van het onderbewuste van de consument. Daartoe worden vrijwilligers 'gebrainwasht’. Je herkent ze van verre omdat ze voortdurend uit het niets zeggen: 'Hebt u ook Kwench!?’ Niemand heeft dan nog van Kwench! gehoord. Natuurlijk loopt het allemaal uit de hand met dat hersenspoelen en dreigt er zelfs moord- en doodslag.
Soft is ongetwijfeld heel hip. Het boek speelt in Londen en wordt bevolkt door cokesnuivers, nachtclubhabitués, onnozele barmeisjes, een ruwe jongeman op de vlucht die zich in de geschiedenis van de middeleeuwen verdiept, een gewelddadige randgroepfamilie en duistere zakenlieden. Het mag allemaal niet baten. Hip is niet synoniem met intrigerend.
Op naar het volgende boek.