Palestijnen in Libanon zijn er klaar voor

«Hopelozen hebben geen keus»

De Palestijnen in de Zuid-Libanese vluchtelingenkampen zijn er klaar voor als de Verenigde Staten Irak aanvallen. Een strijd tegen Irak ervaren ze als een aanval op zichzelf. En mocht Europa meedoen, dan zijn ook daar aanslagen te verwachten.

AIN AL-HILWEH, LIBANON — «Hoe bedoel je terroristen? Wij zijn helemaal geen terroristen. Wij vechten voor de bevrijding van ons land. Wij kunnen heel goed uitleggen waar we mee bezig zijn.»

üoch wordt Mounir Al Maqdah, leider van de Al-Aqsa Martelaars Brigade in Libanon, uit wier naam geregeld zelfmoordaanslagen op Israëliërs worden gepleegd, door menigeen beschouwd als de leider van een terroristenbende. Mounir zet bijvoorbeeld ook vrouwen in als zelfmoordcommando’s.

ýounirs familie komt oorspronkelijk uit Galilea, het huidige Noord-Israël, maar woont nu samen met tachtigduizend andere Palestijnse vluchtelingen en een heleboel wapens op één vierkante kilometer in Ain al-Hilweh, het gewelddadigste en grootste Palestijnse vluchtelingenkamp in Zuid-Libanon. Mounir wil zich niet in Libanon vestigen en is niet geïnteresseerd in een verhuizing naar de Westelijke Jordaanoever of de Gazastrook; hij wenst slechts naar Galilea terug te gaan.

«Ik kan je één ding verzekeren: Israël zal ooit verdwijnen. Dat is geen droom, dat is een feit. Men had gehoopt dat de Palestijnen in de loop van de tijd hun land wel zouden vergeten, maar het tegenovergestelde is het geval: de drang om terug te keren wordt steeds sterker. Er zal geen vrede zijn in het Midden-Oosten zonder dat er een oplossing voor het Palestijnse probleem is gevonden», zegt Mounir.

ýin al-Hilweh betekent zoete bron, maar veel zoets kleeft er niet aan het vluchtelingenkamp. Plastic zakken worden gebruikt als toilet, zestig leerlingen zitten als sardientjes in een klas en zieken kunnen niet worden geholpen. Bijna elke dag ontploft er wel een bom. Het kamp huisvest veel verschillende politieke partijen die elkaar niet kunnen uitstaan. Ain al-Hilweh valt niet onder de Libanese jurisdictie, maar is wel door het Libanese leger omsingeld. De Syrische invloed in het kamp is groot en daar komen dan ook de meeste wapens vandaan.

Er wonen vijf generaties Al Maqdah in het kamp. Volgens Mounir is zijn grootvader 111 jaar oud. Toen die in 1948 uit Israël vluchtte, dacht hij maar voor een paar weken naar Libanon te komen. Mounir zelf is nu 42 en verruilde op z’n tiende zijn school voor militaire training. Hij werd hoofd van de Libanese afdeling van Fatah, de Palestijnse organisatie waarvan Arafat nog altijd de onbetwiste leider is. In 1993 distantieerde Mounir zich echter van de Oslo-akkoorden, die mede door Arafat waren opgesteld. Op 13 september van dat jaar besloot hij een eigen leger op te zetten, dat net als vele andere groeperingen samen met Hezbollah tegen de Israëlische bezetting in Zuid-Libanon vocht. 13 Black September noemde Mounir zijn strijdgroep.

«Mijn groep is aan het begin van de tweede intifada overgegaan in de Al-Aqsa Martelaars Brigade», vertelt Mounir op een zonnige dag in Ain al-Hilweh. De Al-Aqsa Brigade is de militaire afdeling van Fatah en wordt onder meer door de PLO €efinancierd. In eerste instantie werden alleen aanslagen gepleegd op Israëlische militairen, maar later ook op burgers. In mei 2002 beschuldigde het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken Mounir ervan aanslagen in Israël te organiseren en te financieren, iets wat hij zelf allerminst ontkent.

«Al zou ons kantoor in China zitten en ons leger in Palestina, dat zou niets uitmaken. Ik krijg van hieruit heus wel gedaan wat ik wil», zegt hij en hij vertelt dat alles per mobiele telefoon en internet wordt gepland. Hij beslist over het juiste moment voor de aanslagen in Israël. Zijn groep claimt onder meer de verantwoordelijkheid voor de aanslag in Tel Aviv, vorige maand, waarbij 22 Israëliërs om het leven kwamen.

Het is niet verwonderlijk dat Mounir, die naar schatting zo’n twee- tot drieduizend strijders aanvoert, boven aan Israëls lijst van gezochte terroristen staat. In Jordanië werd hij in 2000 bij verstek ter dood veroordeeld en ook in Libanon wordt hij door de staat gezocht. Hij heeft daarom het kamp al vier jaar niet verlaten. Maar ook in Ain al-Hilweh is hij niet helemaal veilig; in 1996Bwerden drie antitankraketten op zijn huis in het kamp afgevuurd.

Een Midden-Oostenexpert, die liever anoniem blijft, zegt dat Mounir zo’n 380.000 tot 400.000 dollar per jaar van Fatah ontvangt omdat hij zich dan rustig houdt en zich niet publiekelijk van Arafats groepering zal distantiëren. Volgens hemzelf echter komt het grootste deel van de financiering van al-Qaeda, misschien wel een miljoen dollar per jaar. Het is al langer bekend dat er al-Qaeda-cellen in Libanon en vooral in Ain al-Hilweh opereren.

In het kamp maakt men zich ernstige zorgen over de mogelijke aanval op Irak. Gevreesd wordt dat daardoor de aandacht voor de Palestijnse zaak zal afnemen en men is als de dood voor wat Sharon dan gaat doen. De band tussen de Palestijnen en de Irakezen is hecht, want Saddam heeft de Palestijnen altijd gesteund. «Wij zijn van plan meer zelfmoordacties in Israël op het programma te zetten. Onze taak is de situatie in Israël uit de hand te laten lopen, want dat zal de aanval op Irak misschien vertragen. We zullen de wereld op die manier wakker schudden», zegt Mounir. «Als de Irakezen ons vragen te komen helpen, dan zullen we dat doen. We zijn broeders, zitten in hetzelfde schuitje. Een aanval op Irak is een aanval op de Arabieren. Erheen gaan is logistiek g‹en probleem; als ze graag willen dat ik ga, zal ik dat zeker overwegen. Misschien zijn er al mensen van ons daar», zegt hij geheimzinnig.

Mounir is woedend over de arrogantie van het Westen. «Zelfmoordcommando’s zullen zich op Amerikaanse militaire bases storten. Als er toevallig ook een Amerikaanse burger zou worden geraakt, ben ik daar niet bepaald rouwig om. Nee, we hebben het hier niet alleen over militaire doelen. En elk Europees land dat mocht besluiten deel te nemen aan de aanval op Irak zal dat betreuren, want zij zullen dezelfde behandeling van ons krijgen. Ik sluit niet uit dat we ook acties gaan organiseren in Europa als Europa besluit mee te doen. Men kan ons alles afpakken — behalve de zielen van onze martelaren.»

Verderop, in het Fatah-kantoor, maakt men zich ook zeer ongerust. «We denken niet dat het bij een aanval op Irak zal blijven. We denken dat Israël zich aan het voorbereiden is om Hezbollah en de vluchtelingenkampen in Libanon aan te vallen», zegt Issam Khalil van het Fatah-voorlichtingsbureau. «En als Israël zou besluiten een Palestijns vluchtelingenkamp aan te vallen, dan is dat Ain al-Hilweh. Dat is het belangrijkste kamp in Libanon, omdat het dicht bij Palestina ligt, en voor Israël is het het gevaarlijkste kamp.»

Khalil vertelt dat er een oncontroleerbare woede heerst onder de machteloze Palestijnen in Libanon. En dat is gezien de omstandigheden niet verwonderlijk. De naar schatting 375.000 Palestijnse vluchtelingen in de twaalf kampen in Libanon verkeren in een zeer erbarmelijke toestand. Hun lotgenoten in Syrië en Jordanië hebben meer rechten en mogen daar werken. In Libanon is het anders: de Palestijnse vluchtelingen zijn er werkloos én stateloos en mogen sinds 2000 geen huizen meer bezitten. Door de delicate religieuze balans, en door de schuld die veel Libanezen de Palestijnen geven van de voorbije burgeroorlog, is er weinig hoop op verbetering. Een veel genoemde oplossing voor «het Palestijnse probleem» in Libanon is een deportatie naar Noord-Irak. Velen zijn bang dat dat plan misschien binnenkort realiteit kan worden — met Israëlische hulp.

«Je kunt van ons niet vragen onze mensen onder controle te houden. Hopelozen hebben geen keus. Ze zullen iedereen doden, inclusief zichzelf. Hoe kun je van iemand die al zoveel jaren niets heeft verwachten realistisch te zijn?» zegt Khalil. «We weten niet precies hoe de reactie hier zal zijn. Sommige mensen schreeuwen alleen maar als ze boos zijn, anderen reageren op een andere manier. Maar door Irak aan te vallen zullen er duizenden nieuwe Bin Ladens worden geboren.»

ýe sfeer in het kamp is gespannen. Overal waar je kijkt staan mannen met kalasjnikovs en jonge jongetjes rennen door de nauwe straatjes met neppistolen en rotjes. De meesten beginnen al jong met hun wapentraining, want dat is het klimaat waarin ze opgro©ien. Onder het kamp ligt een netwerk van tunnels voor trainingen en als schuilplaats. Het zijn een soort bunkers waarin jongens vanaf hun achtste jaar worden getraind.

Zaiha al Shaib is dertien en de beste uit haar klas. Haar droom is om kinderarts te worden, maar ze weet maar al te goed dat het moeilijk zal zijn om te gaan studeren. Omdat ze een goede danseres is van de debki, de traditionele Palestijnse dans, werd ze onlangs uitgenodigd om naar Italië te komen. «Daar zag ik dat het leven ook heel mooi kan zijn. Toen ik de mensen daar zag, realiseerde ik me dat wij hier wel leven, maar eigenlijk dood zijn», zegt ze in vloeiend Engels, terwijl haar vier broertjes met plastic geweren door het huis rennen.

In Libanon hebben de Palestijnen weinig om zich over te verheugen. Mounir, die Groot-Brittannië en de Verenigde Staten de historische schuld geeft van de situatie waarin het Midden-Oosten nu verkeert, ziet de toekomst dan ook niet rooskleurig in. «Tegen elke prijs moet worden voorkomen dat ook de Britten en de Amerikanen Arabisch land gaan bezetten», zegt hij, duidend op de dreigende oorlog tegen Irak. «Inderdaad, het is een oorlog van de moslims tegen de christenen, precies zoals Bush zegt. Maar deze regio heeft al veel machtige rijken de kop gekost. Let op mijn woorden: ook de Verenigde Staten zullen in de modder van dit gebied ten onder gaan.»