Hordenlopen bij WK-stadions

São Paulo – De organisatie van het WK-voetbal verloopt tot op heden vlekkeloos. Althans als je de Fifa wilt geloven. Supporters klagen echter regelmatig over de lange omwegen die ze moeten maken voordat ze op hun plek in het stadion zitten en over de zware toegangscontroles. Ook zijn ze vaak slachtoffer van oplichting.

‘Het is telkens een hele heksentoer om je zitplaats te vinden. De stewards doen hun best, maar ze zijn over het algemeen slecht geïnstrueerd over de routing binnen de stadions. Overal staan hekken, dus het nemen van een korte route zit er mooi niet in’, klaagt Felipe, een supporter die afkomstig is uit de zuidelijke kustplaats Florianópolis.

Hij heeft zich ten doel gesteld om zo veel mogelijk wedstrijden in allerlei speelsteden te bezoeken. Op de eerste plaats is hij fan van Brazilië. Ook andere Zuid-Amerikaanse teams kunnen op zijn goedkeuring rekenen, zelfs aartsrivaal Argentinië.

Cristiano alias ‘Bebeto’ uit Salvador is het met hem eens. ‘Ik heb al een keer de aftrap van een wedstrijd gemist, omdat ik helemaal moest omlopen. Als ik ergens een hekel aan heb, is het dat wel.’

Een andere klacht betreft de strenge toegangscontroles. Naast uitgebreid fouilleren moet geavanceerde röntgenapparatuur ervoor zorgen dat onder meer gevaarlijke voorwerpen buiten de stadions blijven. ‘Maar ook wordt er streng op gelet of je geen etenswaren of drinken naar binnen smokkelt. Dat vind ik belachelijk, temeer omdat de prijzen in de stadions veel te hoog zijn. De tickets zijn al duur genoeg. Ik kan mijn geld maar één keer uitgeven’, zegt Protásio uit São Paulo.

Zijn vriend José grimlacht bij het horen van deze woorden. ‘Ik wilde dolgraag de wedstrijd Nederland-Chili bijwonen. Ik had van tevoren via de officiële weg geen kaartje kunnen bemachtigen. Gelukkig kwam ik op straat een reddende engel tegen. De persoon in kwestie had namelijk een kaartje over. Ik heb er uiteindelijk duizend real voor moeten neerleggen. Eenmaal bij het stadion bleek dat het om een vals ticket ging. Als ik eraan terugdenk, krijg ik echt zin om die zogenaamde reddende engel een kopje kleiner te maken.’