Horizontaal

Als je klaar bent met een verhaal doe je het op slot.
Dat slot zie je niet. Althans nu niet meer. Vroeger dachten ze dat je kon zien dat het verhaal af was als het slot zichtbaar was. Dan zetten ze er slot onder. Nooit kon er meer iets bij worden bedacht of geschreven. Soms was dat jammer. Als het een beetje gek of spannend afliep. Waarom ging Jeanet met opgeheven hoofd de kamer uit? Waar ging ze naar toe? Naar de wc of naar haar oude vriend Bill?

Die eigenlijk meer van Black Mollies hield dan van haar. Waar je in het verhaal helemaal nog niets over had gelezen en wat het dubbel jammer maakte dat het nu al uit was.
Ik vond een verhaal waar iets aan ontbrak.
‘Het is een bijzondere vrouw. De moeite lonend om een halte eerder uit te stappen. Een tussenstop om een half noodzakelijke aankoop te doen, maar vooral om naar haar te kijken.
De karigheid waarmee ze haar klanten bedenkt. Haar bewegingen die met ingekeerde blikken op een alleen aan haar bekend niets doorspekt zijn. Alleen aan de telefoon, soms. Weliswaar blijft haar toon strikt horizontaal en vermijdt ze alle spanning in het ritme. Maar aan de telefoon soms een rimpel van emotie.
Ze spreekt Amsterdams. Het accent ontrukt aan een volkse buurt, misschien de Funenkade en anders wel de Orteliusstraat. De klanken zijn snel en lelijk, haar keel is wat rauw. Maar je went eraan.
De enkele vraag die iemand wel eens stelt wordt kort afgedaan. Ze spreekt Italiaans en Frans ook. Niet slecht. Ze heeft er gewoond en mannen gehad. Ze telefoneert met haar moeder. Je moet heel goed luisteren om te horen dat ze ruzie met haar maakt. Wanneer iets niet voorradig is klinkt haar stem even neutraal als in het andere geval. Het volhardend ontbreken van elke, al was het maar schijn, blijheid of genoegen, imponeert.’
Slot