Dakota Johnson als Nina en Olivia Colman als Leda in The Lost Daughter, regie Maggie Gyllenhaal © Yannis Drakoulidis / Netflix © 2021

De dingen waar we zelf niets van begrijpen zijn het moeilijkst te vertellen, aldus hoofdpersoon Leda in Elena Ferrante’s roman De verborgen dochter (2008). In het geval van de verfilming ervan is de opgave des te groter. Want hoe deze intieme vertelling over een crisis van moederschap en het hunkeren naar zelfverwezenlijking te verbeelden? Het antwoord vond Maggie Gyllenhaal, bekende actrice die haar eerste film regisseert, in de zoekende, persoonlijke camerablik.

Dat pakt goed uit, meesterlijk zelfs. Op het strand van een eiland in die Ionische Zee ligt Leda (Olivia Colman) in de zon het tafereel voor zich op te nemen. Een Napolitaanse familie arriveert. Haar blik focust meteen op de jonge moeder en haar dochtertje. Nina en Elena. Op afstand registreert Leda de details. De aanhankelijkheid van het kind. Hoe ze met haar pop speelt terwijl ze haar moeder geen moment rust gunt. De vulgariteit van de mannen. Bierbuiken. Gouden kettingen. Een vrouw met zware borsten en een dikke, zwangere buik. Dit alles zien we vanaf een afstand vanuit het perspectief van Leda. Maar langzaam, ongemerkt, komen we in háár hoofd.

De scène, pure Hitchcock (zie de eerste beelden van Rear Window, 1954), kondigt de komst van een opwindende filmmaker aan. Gyllenhaal zag ik voor het laatst in David Simons uitstekende serie The Deuce, over de New Yorkse porno-industrie in late jaren zeventig, waarin ze eerst prostituee is, dan porno-actrice en uiteindelijk een succesvolle porno-regisseur. Dit gegeven echoot bevreemdend in Gyllenhaals succes met The Lost Daughter.

Haar blik is genadeloos, die kleedt de personages uit, en dat moet ook wel; haar hoofdpersoon is even onverbiddelijk als het gaat om het kijken naar haar eigen leven. Leda, literair wetenschapper, liet haar twee dochtertjes in de steek toen die nog klein waren. Ze ging scheiden van haar man en leefde drie jaar lang in haar eentje, zonder ook maar enig contact met haar kinderen. Ze ging ‘voor zichzelf’, heet dat dan. Maar deze gemeenplaats is misleidend. Want hoe kun je ooit zoiets doen, wie laat haar – of zijn – kinderen in de steek?

Het mysterie heeft alles te maken met de pop van Nina’s dochter die Leda op het strand vindt en vervolgens in haar vakantieappartement verstopt. De pop is haast een horror-motief. Zwarte slijm sijpelt eruit. Een worm in de mond. Een soort biologische tirannie zien we hier. En dat is dus moederschap: een onmogelijke liefde. Leda: ‘Ik ben een ontaarde moeder’ (Ferrante), ‘Ik ben een onnatuurlijke moeder’ (Gyllenhaal).

Waarneming is zo’n sterke metafoor in Ferrante’s verhaal dat het niet verwonderlijk is dat Gyllenhaal het thema effectief vertaalt naar film. Leda ziet Gino die Nina ziet met wie hij stiekem een relatie heeft. Ferrante: ‘Ik dacht niet zozeer aan wat hij met zijn door lenzen versterkte ogen zag, maar aan wat hij zich voorstelde.’ Zo kunnen literatuur en film in elkaar overvloeien: het onvoorstelbare, voorgesteld. Het is gruwelijk, het is prachtig. We willen het niet weten, we willen het weten. Ferrante vertelt het ons, en Gyllenhaal volgt in haar voetsporen.

Nu te zien op Netflix