Hostiewonder

In Amsterdam wordt voor de zeshonderdvijftigste keer het ‘wonder’ van de aanwezigheid van Christus in de eucharistie gevierd; het ‘grootste wonder’ van de katholieke kerk!

De formule waarin de eucharistie tot dogma werd verklaard luidt letterlijk: ‘De substantie van brood en wijn is niet meer aanwezig.’ Dit betekent niets anders dan dat die substantie, na de consecratiespreuk, de menselijke van de godszoon is geworden! Deze substantieverandering maakt het wonder testgevoelig, en in de zeldzame gevallen waarin men geloven kan verheffen tot weten, doet men met het voor ieder zichtbare resultaat van een wetenschappelijke test alle recht aan God. Men kan namelijk eenvoudig onderzoeken of de substantie van dierlijke (in het onderhavige geval: menselijke) of plantaardige samenstelling is.
De jodiumproef eigent zich bij uitstek voor zodanig onderzoek. Voegt men aan een gewijde-hostiesuspensie (fijne verdeling in water) een druppel jodiumtinctuur toe en verkleurt de suspensie niet, dan bevat deze menselijk celweefsel; verkleurt zij blauw, dan bevat ze plantaardig celweefsel. Welnu, een onlangs uitgevoerde proef kleurde de suspensie donkerblauw. De gewijde hostie bleek dus niet van substantie te zijn veranderd: brood bleef aantoonbaar brood! Deze test openbaart in diepblauw dat de gewijde hostie niet het lichaam en bloed van Christus bevat en dat het 'wonder’ van de eucharistie op conciliair waandenken berust. Christus was ooit een joodse rebel, die - behalve in het christelijke 'geloof’ - 2000 jaar geleden begraven is; over en uit.
Heerlen, H. BOST