Zomers geweld

Hot time, summer in the city

Rellen, moord en doodslag zouden het land in deze zomerse maanden teisteren. Incidenten worden al snel gepolitiseerd. Maar is deze coronazomer opgefokter dan anders?

Scheveningen, 12 augustus. De politie gaat meer toezicht houden op en rond de boulevard. Ook zijn er signalen dat er wraakacties komen na de drillrap-steekpartij twee dagen eerder op de pier © Nico Garstman / ANP

Op zondagmiddag komt rapper Baas B op het geïmproviseerde podium op het Amsterdamse Museumplein een oude hit spelen. Het loopt tegen de dertig graden en de massaal aanwezige politie houdt zich op in de schaduw onder de bomen.

Baas B speelt ‘Zinloos’, een nummer dat hij jaren geleden schreef met zijn compagnon Lange Frans – die inmiddels naam maakt als complotverspreider en deze zomer nog hardop de vraag stelde of iemand Rutte niet eens zou moeten doodschieten.

‘Renée Steegmans/ Deed zijn dagelijkse boodschappen/ Hij kon niet weten dat ze hem zouden doodtrappen’, rapt Baas B. In het nummer heeft hij Bas van Wijk verwerkt. Bas van Wijk is de reden van de bijeenkomst op het Museumplein: #gerechtigheidvoorbas. Bas, 24 jaar oud uit Badhoevedorp, werd begin deze maand vermoord bij het Amsterdamse recreatiegebied de Oeverlanden. Iemand eiste het horloge van een vriend op, Van Wijk stapte tussenbeide en werd doodgeschoten. ‘Die Rolex betekende het einde van zijn tijd’, zingt Baas B.

Eerder was er een stille tocht voor Bas, daar was geen politiemacht voor nodig. Dat die er nu wel is, komt doordat deze bijeenkomst een politieke dimensie heeft. In de dagen na de moord riep reactionair rechts – Raisa Blommestijn, Eva Vlaardingerbroek, Geert Wilders, Thierry Baudet, the usuals – dat het walgelijk was dat de media van Black Lives Matter een hype maakten en de Dam volliep met demonstranten, maar dat je ze niet hoorde over de dood van een jongen in eigen land. Selectieve verontwaardiging, fout, hypocriete oikofobie van de linkse media en deugburgers. Etc.

Natuurlijk is de vergelijking tussen Floyd en Van Wijk snel gemaakt, ze zijn allebei tragisch, maar toch echt op een volkomen andere manier: Bas van Wijk had gruwelijke pech. Op zomaar een zomerse dag liep hij tegen het kwaad aan, in de vorm van een opgefokte psychopaat voor wie een mensenleven blijkbaar niets waard was. Een verdachte heeft inmiddels bekend.

George Floyd had daarentegen niet zozeer pech. Hij leefde in een justitieel systeem waarin met grote regelmaat zwarte mensen worden gedood bij achteloos politieoptreden, in de wetenschap dat er zelden consequenties zijn voor de agenten. Zoals Ta-Nehisi Coates dat in Between the World and Me verwoordde: de moordende politieagenten ‘will rarely be held accountable. Mostly they will receive pensions.’

Reactionair rechts heeft niet de moeite genomen naar het Museumplein te komen

Het ene kun je alleen maar herdenken, het andere kun je proberen te veranderen. Dat verschil moet reactionair rechts ook wel hebben gezien, maar ze zagen in de moord op Van Wijk een stok om progressief links mee te slaan. Wat ze twitterden was allemaal voor de bühne. Want in elke krant werd de moord ruim uitgemeten. Getuigen werden overal geïnterviewd, net als de jongen die had geprobeerd te reanimeren. De familie Van Wijk had zich nota bene uitgesproken tegen de bijeenkomst, had opgeroepen alsjeblieft niet zijn dood te politiseren.

Op het plein staan nog geen honderd man, al lijkt het allicht meer omdat iedereen op anderhalve meter van elkaar staat. Een paar mensen hebben ‘All Lives Matter’ op hun T-shirts geschreven en bij de bloemenzee ligt een ‘Blank Lives Matter’-bord. Verder geen woord over politiek, media, of wit of zwart. Een spreker – een vrouw van kleur – vraagt het publiek een witte roos mee te nemen om uit te delen aan mensen op straat met de boodschap ‘elk mensenleven telt’. Geen woord over Bas. Niemand van de sprekers kende hem. Baudet, Wilders, Vlaardingerbroek en Blommestijn hebben niet de moeite genomen naar het Museumplein te komen. Binnen twintig minuten is het afgelopen.

Soms zijn er periodes die ineens aanvoelen als een A.F.Th. van der Heijden-roman, of een Spike Lee-film. Het decor is steeds hetzelfde, namelijk een drukke stad in de zomer, waar gebeurtenissen bij elkaar optellen en een bepaalde, opgefokte sfeer veroorzaken.

In het AD sprak Jan Struijs van de politievakbond npb van ‘een wind van geweld’ die door Nederland trekt deze zomer. In Groningen werd de eigenaar van een Grieks restaurant doodgeslagen toen hij probeerde een ruzie op te breken. In de wijken Overvecht en Kanaleneiland in Utrecht waren er ‘relweekenden’, waarbij tientallen jongeren werden opgepakt nadat ze agenten met vuurwerk en stenen bekogelden. In Tilburg moest de politie waarschuwingsschoten lossen om recalcitrante feestgangers tot de orde te roepen, in Nijmegen waren er groepen jongeren die mensen mishandelden, in Amersfoort werd een noodbevel omgeroepen om een dreigende groep uit elkaar te krijgen. In Amsterdam plaatste een Parool-verslaggever beelden waarop een verwarde man met een mes bij zijn arrestatie van dichtbij werd doodgeschoten terwijl hij op de grond lag.

Den Haag, de hofstad, spande de kroon, met nachten achtereen waarop honderden jongeren samenkwamen in de Schilderswijk met geen andere reden dan te rellen. Tientallen werden er opgepakt, kregen een wijkverbod, maar waren er de volgende dag weer. Een paar kilometer verderop deden alle media verslag van de Scheveningse zomer, waar in drie dagen tijd twee mensen verdronken, een verkeersregelaar werd neergeknuppeld, een boa met de dood werd bedreigd en op de pier een negentienjarige jongen werd doodgestoken, met tientallen getuigen. ‘Wat heb je nou gedaan?’ riep de vriendin van de dader, terwijl ze wegvluchtten. (Op dat detail, die loyaliteit aan de moordenaar, zou A.F.Th. waarschijnlijk inzoomen.)

In Scheveningen zijn ze wel wat gewend met vakantiegangers en vrijgezellenfeesten, zeiden verschillende beveiligers en strandtenthouders afgelopen weken in de kranten, maar Scheveningen in 2020 is andere koek. De Haagse locoburgemeester Hilbert Bredemeijer zei bij talkshow Op1 dat Scheveningen deze zomer door een ander publiek dan normaal wordt bezocht: ‘Vanuit België en Duitsland komen toeristen met een niet-westerse migratieachtergrond’, die normaal gesproken hun vakantie in hun land van herkomst doorbrengen.

De gebeurtenissen hebben weinig met elkaar of met de coronaregels te maken

Voor Baudet en Wilders reden om heel voor de hand liggende dingen te tweeten (‘De stranden lijken wel Marokko of Turkije. We zijn vreemdelingen in ons eigen land geworden’) en voor het cda-raadslid Kavish Partiman aanleiding om ervoor te pleiten ‘te snijden in de subsidies en uitkeringen die worden verstrekt aan huishoudens waar deze herrieschoppers toe behoren’.

En dan zijn er nog de kleinere zaken; de langste hittegolf ooit, de nachten waarin het niet afkoelt, de drukte in de uitgaansgebieden, de autoraces door de stad waarbij de coureurs aan het lachgas zitten, verschillende lichamen van drenkelingen in Amsterdam, terwijl alle media inmiddels wat angstig berichten over het levensgevaar van muien aan de kust en hoe je met ze moet omgaan (laat je meedrijven).

Alles bij elkaar lijkt het op te tellen en tot een som te komen die in de media vaak ‘de coronazomer’ wordt genoemd. De these is dat de beperkingen die zo lang door de overheid zijn opgelegd voor een gevoel van verveling en opgekropte irritatie hebben gezorgd, die nu bij bepaalde groepen jongeren – maar niet alleen jongeren, bij de vechtpartijen zijn steevast ook mannen van middelbare leeftijd betrokken – tot uitbarsting komen. Lont, kruitvat, vuur.

In zekere zin klopt het. Zelden was autoriteit zo zichtbaar als dit jaar; niet eens zozeer in uniformen op straat, maar in de zin dat er meer dan ooit regels voor burgers gelden, in de vorm van afstand houden, mondkapjes dragen in het OV, en alle andere coronamaatregelen. Op bepaalde groepen in bepaalde wijken is de confrontatie zoeken met de politie een favoriete vrijetijdsbesteding en die confrontatie is meer dan ooit te vinden. Eerder al grepen Feyenoord- en ADO-hooligans anticoronademonstraties aan als excuus om te rellen.

Net zoals de mensen die willen dat de dood van Bas van Wijk politiek wordt, is er een behoefte dat de onregelmatigheden opgaan in een grotere context, en daarmee betekenis hebben. Maar als je beter kijkt, zie je dat veel van de gebeurtenissen weinig met elkaar, of met de coronamaatregelen, te maken hebben. Ze zijn niet nieuw deze zomer.

De moord op de negentienjarige op de pier van Scheveningen is direct gekoppeld aan de straatcultuur rond drillraps, waar steekpartijen schering en inslag zijn – een fenomeen waar al veel over is geschreven. Een boa werd met de dood bedreigd, maar dat is precies waar boa’s al veel eerder dit jaar (en vorig jaar) voor aan de bel trokken; dat bedreigingen en beschimpingen voor hen ‘tot de dagelijkse kost’ behoren. De brancheorganisatie Vereniging Beveiligingsorganisaties pleitte in februari al voor strengere straffen voor geweld tegen verkeersregelaars, omdat dat steeds vaker voorkomt. Illegale autoraces zijn al langer een probleem in bepaalde steden. Het aantal verdrinkingen per jaar schommelt al lang rond de honderd, een getal waar we voor 2020 nog niet op zitten. Het aantal moorden in Nederland daalt al jaren, in twintig jaar tijd is het gemiddelde gehalveerd, naar zo’n 125 per jaar; in 2020 zijn er vooralsnog iets meer dan vijftig gevallen van moord of doodslag gemeld, al moet in de verschillende zaken justitieel onderzoek nog vaststellen of iets echt moord was. Het zinloze geweld dat Bas van Wijk trof is van alle tijden, helaas, anders had Baas B niet in 2004 al het nummer ‘Zinloos’ gemaakt, dat hij op het Museumplein nog eens ten gehore brengt.

Na afloop van de demonstratie geeft een mevrouw een bos witte rozen aan een politieagent, die de bloemen opgelaten aan een collega doorgeeft: ‘Als ik straks thuiskom met een bos bloemen, zegt mijn vrouw: wat heb je nou weer gedaan?’

Maar de meeste rozen blijven liggen. Lang niet alle bezoekers nemen ze mee om uit te delen, daarvoor zijn er ook te weinig bezoekers, en te veel rozen. Een uur later legt de politie de massa’s bloemen in hun wagens, en bespreekt met elkaar naar welke verzorgingstehuizen ze ze zullen brengen.