Houdgreep

Ons geld is van de banken, ons land is van Europa. Dat wij dat zo ervaren, komt mede door de politici zelf.

Na het toneelstuk Door de bank genomen van De Verleiders, afgelopen zondag in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, werd er in de foyer door het publiek druk nagepraat over de boodschap van het stuk. Van wie is ons geld eigenlijk? Van de banken! Zelfs niet van de overheid en dus van ons? Nee.

Bij de nazit vergeleek iemand het toneelstuk met het vormingstheater uit de jaren zeventig. Dat was inderdaad ook toneel met een politieke boodschap. Toch gaat de vergelijking voor mijn gevoel mank. De Verleiders acteren geweldig, weten je te laten lachen, mee te laten huilen en kwaad te maken. Dat kan ik me van veel vormingstheater niet herinneren, dat was vooral boodschap en weinig theater.

Het is toeval dat ik het toneelstuk zag in het weekend dat in Brussel net een akkoord was bereikt met Griekenland over het verlengen van de noodkredieten. Maar daardoor was des te duidelijker wat de twee met elkaar te maken hebben. Dat is de onmacht die je als individu voelt om invloed uit te oefenen. De strandtenthouders uit het toneelstuk die door de bank totaal worden uitgekleed en alles kwijt zijn zouden ook kunnen staan voor de Grieken, die zich door Europa voelen uitgekleed.

Aan Door de bank genomen is inmiddels het burgerinitiatief Ons Geld verbonden. Begin deze week stond het aantal handtekeningen op bijna 99.000. Meer dan ruim voldoende om het onderwerp – samen te vatten als: geldschepping moet een publieke zaak zijn – geheel volgens de wet op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen. De Kamer kan dat alleen weigeren als over datzelfde onderwerp in het recente verleden nog is gesproken. Het parlement zou zich in allerlei bochten moeten wringen om dat argument aan te voeren. Daarmee zou het zichzelf geen dienst bewijzen.

Als er een debat zou komen is de kans groot dat de vele handtekeningzetters na afloop gedesillusioneerd achterblijven. De Nederlandse overheid kan niet in haar eentje tegen de banken op. Dat zou alleen in internationaal verband kunnen. De parlementariërs zullen dat zeker uitdragen. En daarmee ook hun eigen onmacht laten zien.

De Griekse parlementariërs van Syriza zullen zich na afgelopen weekend ook machteloos voelen. Ze wonnen de verkiezingen met de belofte een einde te maken aan het juk van Brussel, aan het harde saneringsbeleid dat de eurogroep, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds Griekenland hebben opgelegd. Maar Syriza heeft die belofte al binnen een maand na de verkiezingswinst moeten breken, om een faillissement van het land en daarmee nog erbarmelijker toestanden voor de Grieken te voorkomen.

De Nederlandse overheid kan niet in haar eentje tegen de banken op

De Syriza-stemmers zullen zich belazerd voelen. Wat stellen nationale verkiezingen eigenlijk nog voor als Europa het toch voor het zeggen heeft? Het vertrouwen in de democratie zal er niet door zijn gegroeid. Democratie lijkt er eerder een fopspeen door geworden.

Omgekeerd, hoe zouden de kiezers in de andere eurolanden zich hebben gevoeld als de nieuwe Griekse regering wél haar zin had gekregen? De minister van Financiën van Slowakije verwoordde kort maar krachtig de werkelijkheid in Brussel: ‘Ik ben niet gekozen om de belangen van Syriza te verdedigen.’

Waar het fundamenteel aan schort, is het gevoel dat Brussel van ons is. Dat de beslissingen die daar worden genomen komen van politici die door het volk zijn gekozen, ervaren we niet zo. Dat komt mede door die politici zelf. Ze doen vaak net alsof Brussel een zondvloed is waar ook zij geen invloed op hebben. En ze doen vaak beloftes waarvan zij zelf bij voorbaat weten dat ze deze niet waar kunnen maken omdat hun gekozen voorgangers afspraken hebben gemaakt die niet na nationale verkiezingen steeds weer op losse schroeven kunnen komen te staan.

Uiteraard staat het nationale politici vrij om tegen de euro te zijn en uit de Europese Unie te willen stappen. Wel graag met een realistisch beeld van wat de gevolgen daarvan zouden zijn. Maar zij die de noodzaak van de EU inzien, zouden er goed aan doen niet te ontkennen dat de bewegingsvrijheid van nationale parlementen is geslonken.

Dat wil niet zeggen dat ze machteloos zijn. Als de winst van Syriza in Griekenland iets pregnant over het voetlicht heeft gebracht, dan zijn het de gevolgen voor de gewone Griek van het straffe bezuinigingsbeleid in de eurolanden. Als we niet oppassen bezuinigen we ons nog de put in.

‘Griekenland’ moet een flinke slinger geven aan de discussie in Brussel en in de afzonderlijke lidstaten over de vraag of dat straffe beleid wel de goede manier is om uit de economische crisis te komen. Het Internationaal Monetair Fonds heeft daar bij monde van directeur Christine Lagarde ook al vraagtekens bij gezet, en in de Verenigde Staten wordt er eveneens hardop aan getwijfeld.

Als het burgerinitiatief Ons Geld in het parlement aan de orde komt, zal de verleiding voor de parlementariërs groot zijn om zich te verschuilen achter de internationale aanpak die dat vergt. Maar ze kunnen ook hun – weliswaar beperkte – invloed aanwenden om in allerlei internationale gremia de discussie aan te zwengelen over de vraag of ons geld niet daadwerkelijk van ons moet zijn in plaats van van de banken. Trakteer die gremia op het toneelstuk, de acteurs van De Verleiders spreken uitstekend Engels.