Judith Herzbergs familietrilogie

Houdt het nooit op? Soms, even…

Judith Herzberg wordt begin november tachtig. Ze is natuurlijk in de eerste plaats de omjubelde en prachtig zingbare dichter. Maar ze is ook een van onze belangrijkste toneelschrijvers.

Medium herz

In de inleiding bij Judith Herzbergs toneelkroniek van een familie schrijft dramaturg Mira Rafalowicz in 1997: ‘Het bevrijdende van Leedvermaak en Rijgdraad is dat ze ook gewoon over joden gaan. Goede en slechte, sympathieke en antipathieke, en orthodoxe. Al deze joden zijn overlevenden, of kinderen van overlevenden. Hoe kan het anders? Want zo is dat nu eenmaal met Europese joden. Als ze het niet overleefd hadden, waren ze er niet meer.’

Het zijn verhalen over Amsterdamse mensen. Judith Herzberg vertelde ze in de jaren zeventig tijdens haar jaarlijkse bezoeken aan Israël aan haar toenmalige vriendin Nola Chilton. Ze gingen over haar kennissen en vrienden in Amsterdam, mensen van haar leeftijd, met wie het goed ging, zakenlui, kunstenaars, artsen, journalisten, succesvol in hun vakgebied. Maar in hun persoonlijk leven was het een emotionele ravage – echtscheidingen, moeizame relaties met kinderen. Moeilijke mensen waren het, niet-normale mensen. En zonder uitzondering mensen die de oorlog hadden meegemaakt. Nola Chilton, theatermaker in Israël, raadde Judith Herzberg aan er een toneelstuk over te schrijven. Ze begon met losse scènes. In het Engels. Om ze aan Nola Chilton te laten lezen en het gesprek over die Amsterdamse families zo als het ware voort te zetten.

Ongeveer in dezelfde tijd zocht regisseur Leonard Frank een toneeltekst om de verbouwde zaal Frascati in de Amsterdamse Nes met (zijn) Toneelgroep Baal te (her)openen. Leonard Frank: ‘Judith wilde iets maken over gaten in een mensenleven en ik wilde iets doen met gaten in huizen. Er werden in Amsterdamse afbraakbuurten huizen gesloopt, het zien van verwoeste kinderkamers schokte me.’ Samen bekeken ze de mogelijkheden in de grote zaal van Frascati, met al die balkonnetjes waar vroeger, toen het gebouw nog een veiling was, werd geboden op tabak en specerijen. Zo ontstond het idee van een joodse bruiloft op de achtergrond, met losse scènes tussen veertien figuren op die balkons. Judith Herzberg: ‘Veel later hoorde ik dat er een traditie is van stukken in het jiddisch die zich op bruiloften afspelen.’ Uit het materiaal dat ze had verzameld schreef ze zinnen en flarden dialoog op gekleurde systeemkaarten. Bijvoorbeeld deze.

‘Je moet de Rinsema’s eens gaan opzoeken. Elk jaar om deze tijd wil je dat doen, nooit komt het ervan. Tenslotte heb je veel aan ze te danken, om niet te zeggen: álles. Alles heb je aan ze te danken en toch zoek je ze nooit op. Ze denken dat het uit ondankbaarheid is zeker.’

‘Ik ben een beetje bang.’

‘Bang?’

‘De eerste keer dat ik er heen ging, dat ik er vrijwillig in m’n eentje heen ging…’

Of deze.

‘We zijn vorige zomer in Auschwitz geweest.’

‘Praat daar in godsnaam niet over tegen…’

En deze.

‘Ik zou het je wel uit willen leggen, maar juist jou kan ik het niet uitleggen. Misschien zou ik het kunnen als ik deed of je een ander was. Zal ik eens doen of je een ander bent? Aan een ander zou ik het wel kunnen uitleggen.’

Die teksten werden improvisatie-opdrachten voor toneelspelers, waaraan Judith Herzberg weer materiaal ontleende om scènes te schrijven en uit te breiden. Op een aantal van die kaarten stond overigens maar één zin.

‘Toen jij vertrokken was sprongen opeens alle deuren open.’

‘Hé, is dat een winterkoninkje?’

‘Zullen we nou eens afspreken dat verder iedereen bij zijn tegenwoordige partner blijft.’

‘Leven is wat ze vroeger deden.’

‘Nou ja, het is misschien wel een antisemiet, maar verder is het een aardige man.’

Zo ontstond in de loop van het seizoen 1981-1982 Leedvermaak, in negentig scènes, sommige van maar één regel. Componist Maurice Horsthuis was er in een vroeg stadium bij betrokken, hij schreef de muziek voor een klein orkest van negen musici en voor de negen liederen die in het stuk zitten. De voorstelling werd geregisseerd door Leonard Frank en gespeeld door onder anderen Kitty Courbois, Edwin de Vries, Elsje de Wijn, Johan Leysen, Els Ingeborg Smits, Han Römer, Marjon Brandsma en Trudy de Jong. We schrijven 1982. De problemen van wat later de eerste en tweede generatie oorlogsslachtoffers zou worden genoemd, waren nog niet eerder zo in de schijnwerpers gezet. Leedvermaak was als stuk een mijlpaal en als voorstelling een revelatie. Het werd in het voorjaar van 1982 61 keer opgevoerd in een permanent uitverkocht Frascati, in 1983 aldaar nog eens 24 keer. De rijen bij de kassa van Frascati stonden in de Nes tot ver voorbij de Brakke Grond.

Het vervolg op het stuk kwam pas twaalf jaar later. Schelto Patijn, van 1994 tot 2001 burgemeester van Amsterdam, vroeg Herzberg een toneelwerk te schrijven ter gelegenheid van een halve eeuw bevrijding, in 1995. Ze zag er aanvankelijk niet veel in en verwees door naar Edwin de Vries, die zoiets veel beter zou kunnen. En die kwam weer met het idee om Herzberg juist een vervolg op Leedvermaak te vragen, zich afspelend in dezelfde familie. Dat werd Rijgdraad, in 1995 gespeeld als co-productie van Theater van het Oosten en Toneelgroep Amsterdam, opnieuw in de regie van Leonard Frank. Rijgdraad kent 82 scènes en bestrijkt een kwart eeuw. Waar Leedvermaak (dat een strakke eenheid van tijd, plaats en handeling heeft) een soort samenvatting is van enkele huwelijken is Rijgdraad de geschiedenis van een ongewenst of juist zeer gewenst joods kind, Isaac, Yitshak in het (modern) Hebreeuws, ‘hij die zal lachen’.

De familietrilogie van Judith Herzberg is voor mij de tijdloze klassieker over de Tweede Wereldoorlog

Momentopname uit scène 22. Mater familias Ada in gesprek met Dory, de moeder van het kind-op-komst.

Ada Als jij er later niet meer bent, dan is er nog dit kind, dat weet: de ouders van mijn moeder zijn doodgemaakt. Dat kind kan het dan weer verder vertellen. Dat is tenminste iets. Want dat was niet de bedoeling. De bedoeling was dat er niemand meer over zou blijven, zodat er ook niemand meer over iemand zou kunnen rouwen. Ja dat was de bedoeling, maar dat is ze niet gelukt.

Dory Maar ik wil een vrolijk kind!

Ada Dat wordt het ook. Dat wordt het juist. Dat zul je zien.

Dory Juist?

Ada Ja, omdat het aldoor weet dat het er bijna-niet-geweest was.

Op verzoek van Schauspielhaus Düsseldorf (Herzbergs familiekroniek is ondertussen in Duitsland vaker opgevoerd dan hier) schreef Judith Herzberg in 2001 een derde deel, Simon, waarin de derde generatie, die in Rijgdraad al met kracht van zich doet spreken, uitgebreid aan het woord komt. En waarin het bovendien over sterven en niet sterven gaat, met alle ongemakkelijke vragen die daarbij komen kijken. Simon is in Nederland door acteurs van Discordia gelezen voor publiek, maar nog nooit opgevoerd.

De enige figuur in het hele verhaal die buiten de familiehandeling staat en die dus eigenlijk nergens iets mee te maken heeft, wiens leven niet door joden is aangeraakt, is de loodgieter Kluiters. Judith Herzberg: ‘Ik heb hem bedacht omdat ik vond dat er ook iemand in moest die een gewoon traumatisch leven heeft, een normaal trauma, van dingen die mensen kunnen overkomen.’ Kluiters heeft inderdaad zo zijn eigen pijn, waar de oorlog niet in voorkomt. Hij is opgenomen in het familieverband, hij krijgt ook de sleutel van het familiehuis. Jaren na zijn eerste opkomst, in de openingsscènes van Rijgdraad, is hij er nog altijd bij. Tot aan het slot van Simon. Kluiters waakt daar mee aan het sterfbed van de titelfiguur en pater familias Simon. Hij heeft een stem in alle pijnlijke en onvermijdbare gesprekken rond euthanasie, een woord dat overigens geen moment valt. En hij krijgt daar van Judith Herzberg een onverslaanbaar sterke dialoog met dochter Lea.

Kluiters Wilt U weten wat ik denk?

Lea … (Ja)

Kluiters Nee ik mag me er niet mee bemoeien.

Lea Jawel.

Kluiters Maar ik heb niet doorgemaakt wat jullie jodenmensen hebben doorgemaakt. Hij heeft op de bodem van het leven gelegen. Dan is daarna elke dag kostbaar. Lijkt me.

Lea Ook dit soort dagen waarin je niks meer meemaakt.

Kluiters voorzichtig tastend Ja. En je weet toch nooit wat iemand meemaakt.

Lea U bent wel erg sentimenteel. ze omarmt hem

Kluiters Een makke van me.

we hebben in nederland niet zo heel veel toneel over de Tweede Wereldoorlog en over hoe die dóórwerkt in de geschiedenis van individuen en families. ’n Sneeuw van Willem Jan Otten (dit seizoen op het repertoire van Het Toneel Speelt) hoort ertoe. Het ijzersterke De Buddah van Ceylon van Lodewijk de Boer is ook hoognodig aan een grondige herlezing en heropvoering toe. En binnen het repertoire voor pubers hoort Anne en Zef van Ad de Bont tot de sterke stukken over de oorlog.

Maar de familietrilogie van Judith Herzberg is voor mij de tijdloze klassieker over dit onderwerp. Ik hoor, als rooms-katholiek opgevoede boerenzoon, pal na de oorlog opgegroeid in het ‘schuldige’ landschap van Kennemerland, tot de pubers die de zwijgcultuur van de wederopbouwjaren hebben meegemaakt. Voor mij is het drieluik Leedvermaak – Rijgdraad – Simon in de loop van de afgelopen decennia een steeds belangrijker toneelwerk geworden. Misschien wel omdat het zo Nederlands is. Zo niet-monumentaal. Niet opzichtig of pathetisch doortrokken van de schrijnende pijn van verraad en schuld, van het schaamtevol zwijgende tegenover het van de daken geschreeuwde heldendom, van het pijnlijk tegen elkaar op biedende groot en klein leed. En met daarónder steeds die open wond van zwijgen, wegkijken, niet-begrijpen, het jarenlang weggedrukte janken, de geamputeerde woede. En dat alles in lichte, soms bijna lichtvoetig opgeschreven dialogen, zoals alleen Judith Herzberg die kan maken. In drie wrange, hilarische en ontroerende mensenkomedies.


Ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Judith Herzberg worden Leedvermaak, Rijgdraad en Simon als een marathon-tekst-lezing gebracht op zaterdagavond 1 november tussen 20.30 uur en 23.00 uur en op zondag 2 november in Theater Perdu, Kloveniersburgwal 86 in Amsterdam. De stukken worden gelezen door achttien toneelspelers van Discordia, ’t Barre Land, het voormalige Werkteater en door de vrijwel voltallige Theatertroep


Beeld: Leedvermaak, Frascati, Amsterdam, 1982 (Hans Verhoeven).