Houtworm

We proberen het debat altijd heel snel terug te brengen tot een ethische kwestie.

We zijn namelijk een domineesland vol voetbalcoaches; we denken een wedstrijd te kunnen beslissen met een bestraffende vinger.

Maak alle Nederlanders scheidsrechter en ze geven elkaar allemaal de rode kaart.

Het doen van ethische uitspraken voldoet aan onze behoefte tot straffen.

Ik hoorde onlangs dat men ‘filosofen in de ethiek’ wil betrekken bij nieuwe uitvindingen.

Bijvoorbeeld: er kunnen nieuwe hersens worden uitgevonden, of we kunnen hersens transplanteren, welke ethische consequenties zou dit kunnen hebben?

Ethici, zo vroeg men, buig u hierover.

Dat is een slecht idee en wel om een aantal redenen.

In de eerste plaats weet je, per definitie, nooit hoe iets in de toekomst uitpakt.

Plastic hersens kunnen monsters veroorzaken, of engelen, of iets er tussenin.

Verder weet je nooit wiens ethiek je hanteert. Een christen zal anders over hersenzaken oordelen dan een humanistenmens. (Heerlijk woord.)

Mijn stelling is dan ook dat ethici de wetenschappelijke discussie belemmeren. Dat komt doordat ethiek niets anders is dan domineestaal in een ander jasje. Bij wetenschap moet je om die redenen ook geen filosofen in commissies stoppen. Filosofen en ethici zijn geen wetenschappers en ze kunnen vooraf niets toevoegen over iets wat ze misschien achteraf pas kunnen analyseren. Maar ze zullen dat nooit beter doen dan schrijvers, want filosofen zijn eigenlijk, op een uitzondering na, niets anders dan slechte auteurs. Ze worden in deze tijd schromelijk overschat.

Je kunt sowieso beter schrijvers in zo’n commissie zetten dan filosofen.

Ik stel me wel eens voor dat er ethische filosofen aanwezig waren op het moment dat Einstein en Oppenheimer in een commissie zaten en zeiden: ‘Luister eens, we kunnen een atoombom maken.’

‘Wat is dat, Albert?’ vroeg een ethicus.

‘Dat is een bom waarmee we alles kunnen vernietigen. Ben je bijvoorbeeld in oorlog, dan gooi je die bom op een land. Land weg!’

Zo’n ethicus had niets anders kunnen zeggen dan: ‘Dat gaan we niet doen.’

Als er ethici in het stenen tijdperk waren, hadden ze vuurstenen verboden

Anders gezegd: zou er destijds dan één ethicus zijn geweest die had gezegd: ‘Goh, geweldig, zo’n bom zou kunnen zorgen voor jarenlange vrede.’

Ik geloof het niet.

Ik vraag me wel eens af: hebben die zogenaamde wetenschappelijke ethici ons denken belangrijk veranderd? Ik zou niet weten hoe we dat zouden kunnen weten, maar er is bijvoorbeeld niet één naam die op ons aller lippen ligt.

De ethische filosofie heeft ons niets opgeleverd.

Ethische ideologieën zoals het communisme en het nazisme hebben alleen maar tot grote hoeveelheden onnodige doden geleid, en elke andere ethische ideologie zal dat in de toekomst ook doen.

Ethische opmerkingen zijn namelijk zelf in te vullen teksten in de balloon bij een spotprent. Het kan grappig zijn, schokkend of flauw, maar dient eerder ter vermaak dan dat het tot lering strekt.

Ik merk dat er momenteel een grote vrees is, bij ethici, voor robots.

Robots! Want ja, die kunnen wel eens in handen vallen van een totalitaire staat. Ze kunnen ons, doordat ze ooit slimmer en krachtiger worden dan de mens, overheersen!

Nou en?

Ik bedoel: hoe ver weg is dat? En hoe weet men dat? Moeten we daar nu al ethische beslissingen over nemen?

Misschien neemt een robot betere beslissingen over bijvoorbeeld asielzoekers, het gebruik van atoombommen, het verbeteren van het milieu.

Als er ethici in het stenen tijdperk waren, hadden ze vuurstenen verboden.

En hoe ver zijn we ethisch vandaag de dag?

Ethici lijken nog steeds ernstig in de war te raken als het gaat om vragen over leven en dood. Het euthanasievraagstuk vordert schoorvoetend. Ethiek is de houtworm in de eikenhouten kast van de rationaliteit waardoor die kast snel een doodskist wordt.

We hebben mensen met goede ideeën nodig.

Geen ethische filosofen, tenzij het robots zijn die oneindig knapper zijn dan wij.