Economie

Houvast

Er is een macabere beleggerswijsheid die de afgelopen weken snel aan populariteit heeft gewonnen: pas als alle hoop verloren is, kunnen de beurskoersen weer omhoog. Als wanhoop de enig overgebleven emotie is, als niemand meer weet waar het herstel vandaan kan komen, dan – en geen dag eerder – is het dieptepunt van de crisis bereikt. Zolang er nog beleggers zijn met een sprankje hoop, zullen de beurskoersen telkens weer opveren en bereikt de markt de bodem niet. Eerst totale uitzichtloosheid, daarna pas het herstel.
De stelling is natuurlijk net zo wetenschappelijk als het ingestraalde water van Jomanda. Maar als paradox is ze toch leerzaam. Want als alle hoop verdwenen is, biedt juist deze beurswijsheid het eerste sprankje hoop, waarmee de kans op herstel dus toch weer verkeken is. Wie erin gelooft, kan nooit op redding rekenen.
Logica en de beurs zijn nooit de beste vrienden geweest. In tijden van crisis gaat het verstand helemaal op nul. Beleggers doen een mentale control-alt-delete en klampen zich vast aan de kromste redeneringen van de analisten.
Een maand geleden was de hoop dat de AEX niet onder de 218 punten zou gaan, bijvoorbeeld.
Want dat was het laagste punt na het knappen van de internetzeepbel begin deze eeuw. Of – een week later – dat dan toch in ieder geval de ‘psychologisch belangrijke’ grens van tweehonderd punten houvast zou bieden.
Sinds die barrière vorige week genomen werd – of beter: de grens bleek simpelweg niet te bestaan – zijn de analisten een wedstrijdje doemdenken begonnen. De een beweert op basis van nauwkeurige bestudering van de koersgrafieken dat de AEX op weg is naar de 110. Een ander weet dat het nog veel erger kan, en schrijft: ‘We zijn zeventig procent gedaald sinds de top. En toch kan er nog steeds honderd procent vanaf.’
Ja, vast. Honderd procent er af, en de beursindex staat op nul. Kan dat dan niet? Nee, dat kan niet. Als de AEX naar nul gaat, zijn alle 25 AEX-fondsen vrijwel nul euro waard. De Groene Amsterdammer kan dan uit het redactiepotje een oliemaatschappij, een supermarktconcern en twee chemiebedrijven aanschaffen. Er zit dus wel degelijk een bodem onder de koersen. Waar die precies ligt, weet niemand, maar dat het een eind boven de nul is, is zeker.
Natuurlijk is het geen wereldnieuws als beursanalisten met malle voorspellingen komen. We kunnen ze het best negeren. Maar helaas is dit voorspelvirus ook overgeslagen naar de rest van de economie en maatschappij. De chaos van de crisis moet blijkbaar worden bestreden met vergelijkingen met eerdere crises. Eerst waren het de slechte jaren tachtig die ons houvast moesten bieden. Die magere economische jaren zijn we – inclusief de schoudervullingen en slechte synthesizermuziek – toch ook doorgekomen? Daarna was het de eerste oliecrisis van begin jaren zeventig die voor houvast moest zorgen. Een diepe recessie, dat wel, maar ook veel gezelligheid in die periode!
Toen de kredietcrisis verergerde, werd de Grote Depressie het nieuwe anker. Een sombere tijd met veel werkloosheid, maar niet het einde van de economie. Ook nu zal de kapitalistische feniks herrijzen!
Econoom Paul Krugman zoekt alweer een crisis verder naar vergelijkingsmateriaal. In zijn weblog vergeleek deze Nobelprijswinnaar de huidige problemen met die van de ‘Great Panic’ in de VS van 1873, die werd gevolgd door vijfenhalf jaar van diepe recessie. Conclusie volgens Krugman: ‘This could go on for a long, long, long, long time.’
Deze zoektocht naar houvast in het verleden is even begrijpelijk als misleidend. In de basis is iedere financiële crisis gelijk. Over-optimisme, opportunisme van investeerders, banken en beleggers, een overdaad aan geld en krediet, en dan de afrekening. Maar in de details is iedere crisis juist volstrekt uniek. Hoe de crisis zich ontrolde in 1873, 1929 of 1973 leert ons niets over de diepte en lengte van de komende recessie. Er zijn simpelweg te veel variabelen van invloed op de ontwikkelingen: globalisering, computernetwerken die alle kapitaalmarkten verbinden, monetaire integratie, de alertheid van centrale banken en overheden, de spaarpotten van China, de schulden van de VS en ga zo maar door.
We staren in het donker en moeten de crisis stapje voor stapje ontdekken en ervaren. Het verleden biedt geen houvast. Hopen op een goede afloop mag natuurlijk wel. Al zullen sommige beleggers dat juist als een teken van zwakte beschouwen.