24 augustus 1922 - 27 januari 2010

Howard Zinn

In zijn boek A People’s History vertelde Howard Zinn de geschiedenis van Amerika vanuit het gewone volk. Zijn interesse voor de slachtoffers van de geschiedenis wortelde in zijn jeugd en zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog.

IN 2003 VERSCHEEN op de satirische website McSweeney’s ‘Het ongebruikte audiocommentaar van Howard Zinn en Naom Chomsky bij de dvd-uitgave van Lord of the Rings.’ Het ging hier, uiteraard, om een pastiche op de tegendraadse blik op geschiedenis van Chomsky en Zinn, waarschijnlijk de bekendste nog levende linkse historici in de VS. Uit hun fictieve commentaar:
Zinn: 'Kijk, hier zegt Frodo, zoon van Drogo, toe de ring naar Mount Doom te brengen. Iets zegt me dat niemand in Mordor het “Mount Doom” noemt.’
Chomsky: 'En iedereen lokt Frodo er in. “Jij bent onze held, op deze zelfmoordmissie. Jij moet het doen voor het moederland.”’
Zinn: 'Dus Frodo is de Mohammed Atta van dit verhaal?’
Chomsky: 'En luister wat Aragorn tegen Frodo zegt: “Je hebt mijn zwaard.”’
Zinn: 'Zo militaristisch. Let op dat niemand zegt: “Je hebt mijn diplomatieke vaardigheden.” De enige diplomaat op Middelaarde is volgens mij Gollum. Hij is de enige die een betekenisvolle, kruisculturele uitwisseling met al deze volken heeft. En juist hij is gemarteld door de Orks en bijna gewurgd door de Hobbits.’
Howard Zinn, die vorige week op 87-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed, kon er smakelijk om lachen. Hij stuurde McSweeney’s een mailtje om ze te bedanken. De parodie zegt veel over Zinn, niet alleen over zijn sportieve gevoel voor humor, maar ook over zijn positie in de Amerikaanse historiografie. Zinns bekendste boek, A People’s History of the United States, 1492 - present, verscheen in 1980 en betekende een doorbraak in de Amerikaanse geschiedschrijving. Nog nooit was er zo'n omvangrijk werk verschenen waarin de geschiedenis niet verteld werd vanuit de staatsmannen en culturele leiders, maar vanuit het volk. Dat was een politieke keuze: in Zinns geschiedenis is de verhouding tussen de elite en het volk er altijd een van (economische) onderdrukking. In A People’s History stond niet de wens van onafhankelijkheid centraal in het optreden van de Founding Fathers, maar een machtsdenken; de industrialisatie in de negentiende eeuw spiegelde Zinn aan genocide op indianen en de expansiedrift ten koste van Mexico; het succes van het kapitalisme was volgens hem gebouwd op de onderdrukking van emigranten en arbeiders; hij betoogde dat de Burgeroorlog voor de (noordelijke) Unie noodzakelijk was om de slaven te bevrijden, maar vooral om zelf te kunnen bepalen hoeveel vrijheid die slaven kregen.
Toch is de McSweeney’s-parodie meer dan een geintje over Zinns retoriek: het kenschetst scherp de onmogelijkheid waar de Amerikaanse geschiedschrijving zich in bevindt, sinds het succes van A People’s History. Doordat de focus zo sterk op minderheden is komen te liggen is het voor academici moeilijk geworden om nog een overkoepelend narratief te spannen - want Amerika hangt van minderheden aan elkaar. In het politiek correcte klimaat dat zeker in de jaren tachtig op de Amerikaanse universiteiten heerste, brak een nieuwe discussie los waarin het pantheon van historische Amerikanen opnieuw tegen het licht werd gehouden, nu volgens Zinn-maatstaven.
Zinn ging het niet om politieke correctheid. Hij verklaarde zijn interesse in de slachtoffers van de geschiedenis direct uit zijn jeugd en zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. Hij groeide op in 'de beste sloppenwijken’ van Brooklyn, New York, in een emigrantenmilieu. Zijn vader was een fabrieksarbeider uit voormalig Oostenrijk-Hongarije, zijn moeder kwam uit Siberië. Met alleen een middelbareschoolopleiding meldde Zinn zich bij de Amerikaanse luchtmacht, na de aanval op Pearl Harbor. Hij vloog missies boven Tsjecho-Slowakije, Hongarije en Berlijn. In het voorjaar van 1945, nadat de geallieerde troepen vrijwel alle Duitsers uit Frankrijk hadden geveegd, kreeg Zinn de opdracht het kustplaatsje Royan te bombarderen. Een groepje Duitsers had zich hier ingegraven, en met het einde van de oorlog in zicht wilden de commandanten er geen lang grondoffensief beginnen. Alle bewoners zouden al gevlucht zijn en Zinn en zijn collega’s kregen de opdracht een nieuw spulletje op Royan te gebruiken: napalm. Bij terugkeer op de basis kreeg Zinn te horen dat het dorpje helemaal niet ontruimd was. Meer dan duizend Franse burgers waren omgekomen.
Op de 'GI Bill’, die de verdere opleiding van soldaten financierde, schoot Zinn na terugkeer in de VS omhoog in de academische wereld, eerst aan New York University, daarna aan het prestigieuze Columbia. Na te zijn afgestudeerd (op stakingen van mijnwerkers) en daarna gepromoveerd (op de sociale politiek van de New Yorkse burgermeester LaGuardia) keerde Zinn terug naar zijn oorlogstrauma, Royan. Hij ontdekte dat het napalmbombardement op Royan vooral een militair experiment was, met nauwelijks strategisch nut. Hij werkte de casus uit en vergeleek deze met de bombardementen op Dresden en Tokio. Hij ontdekte dat oorlogshandelingen zelden ingegeven zijn door het zoeken naar vrede, maar dat ze hun eigen machtsberedenering hebben - A People’s History werd daar de weerslag van. De jaren voor en na het boek stonden in het teken van zijn pacifisme. Begin jaren zestig verloor Zinn zijn aanstelling als hoogleraar aan Spellman College in Atlanta, nadat hij had meegelopen in een burgerrechtendemonstratie van zijn zwarte studenten. In 1968 bezocht hij met een groep pacifisten Hanoi tijdens het Tet-offensief en hielp in de onderhandelingen over de vrijlatingen van drie neergehaalde Amerikaanse piloten. Hij gebruikte zijn reputatie om voorop te lopen in het protest tegen de Golfoorlog en de Irakoorlog.
Bij zijn overlijden haalden vrienden zijn laatste hoorcollege aan, voordat hij in 1988 met pensioen ging. Halverwege brak hij het college af; hij wilde op tijd bij een demonstratie zijn.