Tema con variazioni

HP/De Tijd en de moordenaar van Modderland

Ik ging het weekend in met een tamelijk somber artikel, gepubliceerd in het zaterdagochtendblad van Het Parool, waarin John Jansen van Galen betoogde dat de opinieweekbladen hun tijd hebben gehad. Zij behoren niet meer tot de journalistieke voor hoede, zij zijn door de dagbladen ingehaald, die alles beter doen, de profielen, de portretterende interviews, de researchjournalistiek en de min of meer literaire reisverhalen.

Natuurlijk noemt Jansen van Galen HP/De Tijd als voorbeeld, het weekblad dat hij als oud-hoofdredacteur het beste kent. De krant is het product van een fusie tussen de «anarcho-liberale» Haagse Post en de «neotofelemoonse» De Tijd en is - zegt Jansen van Galen - geen economisch succes. De oplage bedraagt 35.000 exemplaren, 15.000 exemplaren minder dan de Haagse Post in de gloriejaren aan de man wist te brengen.

Er zit iets in - en tegelijkertijd moeten zijn opmerkingen enigszins worden gerelati veerd. Zo goed zijn de meeste Nederlandse dagbladen ook weer niet, en hetzelfde geldt voor hun nieuwste troefkaart, de kleurenbijlagen. Er wordt door de dagbladverslaggeverij veel aardigs verzonnen, hetgeen de weekbladen ertoe noopt weer andere, nog aardigere dingen, te verzinnen - en zo houden wij, dagbladjournalisten en weekbladjournalisten, elkaar wakker en waakzaam.

De somberheid van de schrijver wordt ongetwijfeld gevoed door de frustrerende ervaringen die hij zelf bij zijn gewezen weekblad heeft gehad, een somberheid die zal zijn aangescherpt door het feit dat ook zijn vriend Bert Vuijsje een week geleden moegestreden zijn functie als HP-chef heeft neergelegd. Het was en is bij de Haagse Post respectievelijk HP/De Tijd altijd hetzelfde gelazer: enerzijds heb je de hoofdredacteur die een zo interessant mogelijke krant wil maken, anderzijds heb je de directie die voornamelijk in winstmarges en oplagecijfers denkt. Maar een weekblad, behalve wellicht de advertentiefuik-Elsevier, is geen winstobject; het is de intellectuele garnering in het medialandschap waarvan niemand veel rijker kan worden. Jansen van Galen heeft zo het een en ander mee mogen maken met zijn directeur Hans van Brussel, die het niet kon nalaten zich met de inhoud van het blad te bemoeien en de hoofdredacteur verweet «dat hij te veel schreef». Vuijsje overkwam hetzelfde bij Nico van Zetten, directeur van het Audax-concern dat voornamelijk uit bladen als Weekend en Mijn Geheim bestaat. Ik ken Van Zetten wel. Het is een aardige, zij het wat aardse man, die bij besprekingen graag zijn lul tussen de koffiekopjes legt, behalve als er dames aanwezig zijn, want dan beperkt hij zich tot het vertellen van scabreuze moppen, waar ik overigens altijd hartelijk om heb moeten lachen.

Vuijsje deed vijf jaar geleden zijn intrede met het voornemen «het best gehumeurde weekblad van Nederland» te gaan maken, een humeur dat al spoedig ernstig werd verstoord door de «platte commercie» waarmee Van Zetten hem herhaaldelijk voor de voeten liep. Van Zettens voorganger was Jacques de Leeuw die uit het Brabantse pulpcircuit afkomstig is en eveneens niet bekend staat als het summum van subtiliteit. Inmiddels staat er alweer een opvolger voor Van Zetten klaar. Het is C. Bikkers, de directeur van de firma Kwik Fit, die uitlaten verhandelt. Daar is allemaal niets tegen, behalve als zo iemand zich met weekbladen gaat bemoeien, want dan gaat het gegarandeerd mis.

Ik herlas het boek Rare jaren, waarin Jansen van Galen de geschiedenis van de Haagse Post heeft gedocumenteerd. Het waren inderdaad rare jaren bij een rare krant, waarbij de redactie tot op heden helaas nog in het anticreatieve principe van one man one vote gelooft om daarmee collega’s op democratische wijze brodeloos te maken. Het mag dus een wonder heten dat er, ondanks het feit dat iedereen iedereen voor de voeten loopt, toch nog iedere week een grotendeels leesbare krant wordt gemaakt.

De meest tolerante uitgever in de HP-geschiedenis was eigenlijk G.B.J. Hiltermann, eigenaar-hoofdredacteur, die weliswaar af en toe een manuscript met toegeknepen neus in de prullenbak liet glijden, maar voor de rest zijn «heertjes» onge stoord hun creativiteit liet uitleven. Hoofdredacteur W.L. Brugsma had het al heel wat moeilijker. Die moest zijn Elsevier-directie beloven «een gematigde middenkoers» te zullen varen. Zijn voornaamste sparring partner was Elsevier-directeur Hennie ten Brink die zich beklaagde over het feit dat de Haagse Post «een optelsom van zware dingen» zou zijn en eiste dat de inhoud van het blad werd afgestemd op «de man die speklappen koopt in de supermarkt te Vleuten» - in die tijd, niet toevallig, de gemeente waar Ten Brink domicilie hield.

Ook van Van Zetten moet het allemaal «moderner» en «origineler», begrippen die het bedrag waard zijn dat de gek er voor geeft. Dus keek ik deze week met professionele belangstelling uit naar de eerste aflevering van HP/De Tijd die buiten de verantwoordelijkheid van Bert Vuijsje is vervaardigd.

Ah, is dat wat de Audax-directeur met «modern» en «origineel» bedoelt? Een ongeschoren bruut op de voorpagina, een naakt, grijs geschminkt dameslijk in zijn armen. Het behelst een ontmoeting met Richard Klinkhamer, de man die zijn vrouw door de gehaktmolen heeft gehaald. «Ze schreeuwde, gilde, hield niet op met gillen… Het achtervolgt me nu nog steeds.» De «moordenaar van Modderland» keert in het binnenwerk terug: valse kop, sigaretje tussen de lippen en een ontvleesde schedel in de handen. «Was het zijn ellendige jeugd, zijn drankmisbruik of zijn killersmentaliteit die hem tot die daad bracht?» Jarenlang Groene-abonnee geweest, trouwens, deze Klinkhamer, waarmee weer eens bewezen is dat de opinieweekbladen wel degelijk nog steeds een functie hebben.