Hufters en menschen

Robert is vergeten gruyère te halen bij de kaasafdeling. Odile stopt de hele winkelwagen vol met koekjes, roomtoetjes en cruesli. Robert wil niet dat hun kinderen die troep eten. Odile vindt het onuitstaanbaar dat hij geen gruyère maar wel morbier heeft meegenomen.

Medium reza yasmina carole bellaiche 3788 002

‘Sinds wanneer eet jij morbier?’ roept ze uit. ‘Wie houdt er nou van die smerige morbier?!’ Ze gooit een pak Milka-repen in de kar, Robert haalt het er weer uit, geduw, getrek, ijzige stilte, een verkeerd uitgesproken ‘sorry’.

Drie pagina’s verder rolt de morbier door het gangpad en sleurt Robert de kar en zijn vrouw hardhandig richting uitgang.

Liefde kent vele verschijningsvormen in de nieuwe roman van Yasmina Reza, schrijfster van romans, scenario’s en wereldberoemde theaterteksten als Kunst en God van de slachting (die laatste werd in 2011 verfilmd door Roman Polanski als Carnage, met Reza zelf als co-scenariste). In een mozaïek dat nauwelijks meer dan tweehonderd pagina’s telt passeren achttien personages de revue. Allemaal zijn ze op zoek naar een manier om lief te hebben, geliefd te zijn, of als dat allemaal te hoog gegrepen is op z’n minst stand te houden. De titel ontleende Reza aan een gedicht van Jorge Luis Borges, waarvan de laatste regels zijn overgenomen als motto: ‘Gelukkig de beminden en de minnaars en/ zij die zonder liefde kunnen./ Gelukkig de gelukkigen.’ Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Wat we al sinds Anna Karenina wisten wordt ten enenmale bevestigd: geluk is eenvormig, maar ongelukkig is iedereen op zijn eigen manier. En dat is ook oneindig veel interessanter.

Niemand valt samen met het beeld dat een ander van hem construeert, maar ook niet met wie hij zelf denkt te zijn

Zo is er Odile’s moeder Jeannette, die voor haar man onzichtbaar is geworden en heeft geleerd zich daarmee ook te wapenen voor de rest van de wereld. Als ze door haar dochter en schoonzus wordt aangespoord een vrolijke jurk met oranje biezen te passen (‘je kleedt je niet, mam, je bedekt je met textiel’) barst ze in de paskamer zomaar in huilen uit. De plotselinge zichtbaarheid en het mededogen van haar schoonzus zijn meer dan ze aankan. Dan heeft ze toch liever mensen die niks in de gaten hebben.

Met die schoonzus zelf wil het trouwens ook niet erg vlotten. Al jaren is ze alleen en haar bescheiden wens bestaat eruit een man te vinden die haar bij de arm neemt, uit wandelen, zonder te verdwalen. In plaats daarvan beleeft ze een dronken avontuurtje met een collega, die weliswaar mooie ogen heeft maar ook een lelijk Beatles-kapsel. Bovendien negeert hij de dagen erop het quasi-luchtige briefje dat zij in zijn postvak schuift. Dat zelfs zo iemand je kan verlaten, nog wel voordat er goed en wel iets te verlaten valt, is ontluisterend. Ook (en misschien juist) als je de zestig bent gepasseerd en je je verlangens al lang naar beneden hebt bijgesteld.

Medium reza  gelukkig de gelukkigen

De mozaïekvertelling is een beproefde formule die je ook vaak terugziet in films, van Pulp Fiction tot Love Actually. Levens schuren langs elkaar heen, kruisen elkaar, botsen frontaal. In Reza’s variant ligt de nadruk van al die in elkaar hakende levens op het bijstellen van het beeld dat je als lezer van deze mensen vormt. Waar een personage in het ene hoofdstuk wordt opgevoerd als de hufterige minnaar van een neurotische actrice duikt diezelfde hufter in een volgende verhaallijn op als de geduldige vriend van een doodzieke man. En de oncoloog die door zijn patiënten wordt beschouwd als een groot man, ‘een mensch’, is in zijn privé-leven een beschaamde homoseksueel, nog altijd in de kast, alleen in staat tot betaalde seks met jonge Arabieren. Niemand valt samen met het beeld dat een ander van hem construeert, maar ook niet met wie hij zelf denkt te zijn. Dat is tragisch, maar in dit geval vooral ook heel erg komisch.

Dat komt in de eerste plaats door Reza’s taal, die de grote stuwende kracht van het boek is en wel iets weg heeft van een vrolijke hond: wild in de lucht springend, nauwelijks in staat zijn enthousiasme te bedwingen. Neem deze opening van het hoofdstuk over de spel- en gokverslaafde Raoul Barnèche: ‘Ik heb een klaverkoning opgegeten. Niet helemaal, maar wel bijna. Ik ben iemand die zo ver is gekomen dat hij in staat is om een klaverkoning in zijn mond te stoppen, daar een stuk vanaf te scheuren, erop te kauwen als een wildeman op een stuk rauw vlees en het door te slikken. Ik heb dat gedaan.’ Je kunt de misère maar het best met bravoure tegemoet treden, lijkt Reza te suggereren. Liever een absurde held dan helemaal geen held.

Hoewel de constructie soms wat al te gekunsteld aandoet – alles is wel érg hecht met elkaar verweven en Reza laat geen kans onbenut om personages in elkaars leven te laten opduiken, met als apotheose de begrafenis van een van hen – en sommige hoofdstukken minder beklijven dan andere, is Reza’s oog voor alles wat wrang, gefnuikt, heimelijk, obsessief, ongewenst, pas ontloken of lang gestorven is ongemeen scherp. De beste scènes van de roman zijn die waar de boel volledig ontspoort en de pen van de schrijfster zich het minst barmhartig toont. Totdat er dan toch ineens een glimp van verlossing te ontwaren valt te midden van de chaos. Te laat misschien, te kort, te vluchtig, maar niettemin: een glimp.


Yasmina Reza - Gelukkig de gelukkigen. Uit het Frans vertaald door Eef Gratama. De Bezige Bij, 208 blz., € 17,90 (Heureux les Heureux:€19,95)
E-book: €12,99

Beeld: Yasmina Reza heeft een ongemeen scherp oog voor alles wat wrang, gefnuikt, heimelijk, obsessief of ongewenst is (Carole Bellaiche/H&K/HH).