Robert Jones jr. is zich bewust van zijn literaire erfenis © Alberto Vargas

Wie zijn debuutroman opdraagt aan ‘Moeder Morrison en Vader Baldwin’ en zich in zijn uitbundige en geëxalteerde dankbetuiging van tien pagina’s ook nog schatplichtig betoont aan zowel Toni Morrison als James Baldwin, laadt een loodzware last op zich. Robert Jones jr. is zich zeer bewust van de literaire erfenis die hij meetorst en uitdraagt in De profeten.Voor Baldwin wilde hij met zijn historische roman ‘een mooi altaar voor uw intellect’ bouwen, voor Morrison mengde hij christelijke metaforen met Afrikaanse magie en leende hij onder meer de plot van Morrisons meesterwerk Beloved(1988): een moeder doodt haar kind om dat zo te behoeden voor slavernij.

Toch is De profetengeen déjà lu. Van de katoenplantage Halifax nabij Vicksburg in Mississippi, ook wel ‘De Leegte’ genoemd, maakt Jones jr. een metafoor: daar wordt, anno 1830, wereldgeschiedenis gemaakt, want de plantage zal ten onder gaan en sommige slaven zullen overleven en naar het noorden vluchten om daar een nieuw en ‘vrij’ bestaan op te bouwen. Paul(us) Halifax is plantagehouder die niet zozeer het christelijk geloof verspreidt als wel zijn zaad, ter meerdere eer en glorie van zijn bedrijf en zijn bankrekening. En zo ontstaan er verrassende en knellende familiebanden en menselijke mengvormen, uitlopend op een onvermijdelijke, gewelddadige ontknoping.

Kern van Jones’ vertelling zijn Samuel en Isaiah, werkzaam in de stal en op de katoenvelden. Zij vormen een hecht duo en staan enigszins apart van de andere tot slaaf gemaakten: Maggie, Samuels moeder zonder dat die dat weet; Essie; Amos; Adam en anderen. Bijna iedereen op de plantage – die ook een fokfabriek is – tolereert het samenzijn van Samuel en Isaiah, alleen ‘priester’ Amos acht hun band ‘sodomitisch’ en meent voor Judas te moeten spelen. Nederigheid is zijn boodschap, opstand is taboe. De roodharige Ruth, echtgenote van de plantagehouder, wenst zich op een nacht seksueel te bedienen van een van de twee staljongens, maar wordt afgewezen. Wrok en wraak hangen in de lucht. De vernedering van het tweetal is compleet als ze uiteindelijk als beesten voor een kar worden gespannen en die over het hele terrein moeten trekken. ‘Wie heeft het verbond met de schepping zo verbroken dat een mens een koe of een kar kan worden?’

Uit 'De profeten' spreekt ’n poëtisch, hartstochtelijk humanisme

De profeten is een verhaal dat Jones vanuit zoveel verschillende perspectieven vertelt, dat er vanuit die afwisselende fragmenten langzamerhand een compleet beeld ontstaat van de gemengde bevolking van plantage De Leegte. Tegelijkertijd is er vanaf het begin een parallel verhaal, dat zich ontwikkelt dankzij de wij-vertellers: zeven Afrikaanse vrouwen die de lezer lijken aan te spreken met ‘jij’, hoewel die ‘jij’ ook kan verwijzen naar de nakomelingen van de Afrikaanse zwarte mensen die met schepen naar de Nieuwe Wereld werden ontvoerd.

Die wij-vertellers vormen een soort poëtisch voorouderkoor. Dat koor vertelt van de gastvrije ontvangst van ‘huidloze’ indringers door koning Akusa, een vrouw die zes andere vrouwen heeft. Die huidlozen (witte christenen) krijgen ook andere namen: toubab, yovo, obroni, mundele, nassara, koryo. De Afrika-parallel bestaat uit de band die de twee jongens Kosii en Elewa met elkaar krijgen dankzij een initiatierite. Elewa overleeft de overtocht naar Amerika niet, zoals Samuel na een geslaagde wraakoefening door een bewaker aan een boom wordt opgehangen en in brand gestoken. De zoon van de plantagehouder, de student Timothy, is de directe aanleiding van de geweldsexplosie omdat hij met zijn verleidingskunsten een wig wil drijven tussen Isaiah (die zijn eigenlijke naam, Kayode, niet kent) en Samuel.

Wie op de door toubab beheerste plantage wil overleven moet de dood durven te aanvaarden, ook door verstikking op de wijze van George Floyd anno 2021: ‘Ze duwden mensen in de modder en verweten ze dan dat ze smerig waren. Ze ontzegden mensen de toegang tot kennis en noemden ze dan eenvoudig van geest. Ze joegen mensen op totdat hun lege handen krom waren, bloedden en tot niets meer in staat waren en noemden ze dan lui. Ze dwongen mensen om uit een trog ingewanden te eten en noemden ze dan onbeschaafd. Ze roofden kleine kinderen, trokken gezinnen uit elkaar en zeiden dan dat ze niet tot liefde in staat waren. Ze verkrachtten en lynchten mensen, sneden ze aan stukken en noemden ze dan wilden. Ze gingen met hun volle gewicht op je keel staan en vroegen dan waarom je geen lucht kreeg.’

Robert Jones jr. heeft niet toevallig de staat Mississippi en een plantage bij het stadje Vicksburg uitgekozen als historische plaats van handeling. En die keuze kwam niet voort uit het feit dat de allereerste Coca-Cola-fabriek daar stond. Nee, het was het geslaagde beleg van dat stadje aan de Mississippi in de Amerikaanse Burgeroorlog dat op 4 juli 1863 een beslissende wending teweegbracht en de zuidelijken (pro-slavernij) uiteindelijk op de knieën kreeg.

Met De profetenheeft Robert Jones jr. een roman geschreven die een waardige plaats verdient tussen de verhalen van Baldwin, Morrison, Colson Whitehead, Alice Walker, Ralph Ellison en vele andere schrijvers die de Amerikaanse literatuur veelstemmiger hebben gemaakt en de Amerikaanse geschiedenis veelzijdiger. Zeker, soms is Jones te uitleggerig en te prekerig, maar zulke neigingen zijn te verwaarlozen vergeleken bij het poëtische, hartstochtelijke humanisme dat uit De profeten spreekt.