Huilen is geen literaire kwaliteit

Deze zomer zal anders zijn. Uit open ramen komt de stem van Jeff Buckley de lucht in glijden. Golvend zal die hem verder dragen. Golven houden niet zomaar op.

Hij is net uit. Mensen beleven de eerste keer. Een meisje begint te huilen. Elk nieuw nummer dat ze hoort weer. Een jongen is doodstil. Middenrif en keel keihard.
‘Huilen’, zei de literatuurprofessor, 'dat doe ik ook als ik Bambie op het ijs zie. Huilen is geen literaire kwaliteit.’
En bij popmuziek? Vraag aan een twaalfjarig pubermeisje wát precies in de nieuwe cd van Michael Jackson haar zo hysterisch maakt. Of aan de achtjarige Spice-Girlsfan waaròm ze zo over haar toeren raakt. Verwacht niets dan snot en tranen.
Waarom is Sketches for my Sweetheart the Drunk een van de mooiste cd’s sinds lang?
Elke platenzaak heeft een bak speciaal voor de singer/songwriters. Mannen van stavast. Alleen met een gitaar of met op de achtergrond een onbeduidende begeleidingsband spelen ze de blues van deze tijd. Nummers over eerlijkheid. Over hoe het leven echt is en dat oorlog niet mag. Bovenal natuurlijk over de vrouw die hun onrecht heeft aangedaan.
In 1994 stond daar opeens Grace van Jeff Buckley tussen. Zevenentwintig jaar oud. Veel mensen in de war. Een stem in vrije val. Rijzende en weer wegglijdende gitaren. Elk nummer een verkenningsreis over compositioneel vermogen en stembereik van een extreem getalenteerd musicus.
De eerste fans raken in de ban van Jeff. Een man met een vader: Tim Buckley, ook singer/songwriter, ook legendarisch. Een paar maanden na Jeffs geboorte ontvlucht hij het huis om zijn zoon pas weer te zien als die negen jaar oud is. Vier dagen brengen ze samen door. Een paar weken later snuift Tim Buckley een overdosis heroïne vermengt met morfine op.
De zoon is de erfenis, beseft de van zijn nering beroofde manager. Geregeld belt hij moeder Buckley om te vragen of haar muzikaal begaafde kind al nummers heeft geschreven. Jeff ontvlucht de druk om te presteren en begeeft zich in de zelfdestructieve, alternatieve scenes van Los Angeles en New York. Toch levert hij dé rock 'n’ roll-prestatie: hij maakt een cd, gaat op tournee, werkt aan nieuwe nummers, drinkt wat, snuift wat en gaat dood.
Bij nacht is hij de Mississippi in gedoken. Een paar dagen later wordt hij gevonden in een bedding van de rivier. Weggegleden. Hij was dertig, twee jaar ouder dan zijn vader.
Sketches for my Sweetheart the Drunk is niet af. Op het moment van Jeffs fatale duik zat zijn begeleidingsband in een vliegtuig op weg naar de studio. 'Ik heb alles al in zwartwit’, had Buckley over de telefoon laten weten, 'Jullie hoeven het alleen nog maar in te kleuren.’ De cd die nu in de winkel ligt is deels ingekleurd maar bevat ook opnamen die Jeff alleen maakte. Ze zijn heel divers. Van de mooiste soulmuziek, de experimenteelste gitaarmuziek tot Arabische zang. Zó verschrikkelijk mooi.
Een kleine Jezus zal hij worden.
Een jaar na zijn dood blijken er al honderden Jeff Buckleys te hebben geleefd. Een charmante, zelfverzekerde jongeman. Een bang, onzeker jongetje. Een getourmenteerde, schreeuwende ziel. Of gewoon een zelfdestructieve junk - als dat geen pleonasme is. Leven en dood van Jeff Buckley schikken zich naar elk rock 'n’ roll-cliché.
Helpt dat bij het huilen?
In de cd-speler. De nummers beginnen en eindigen niet. Buckley zwelt aan en af. Hij begint zacht en hij eindigt zacht. Vaak is de cd al lang afgelopen wanneer je nog luistert en denkt dat Buckley nog zachtjes zingt.

  • The Scene - Marlene. Rustig gaat de Nederlandse band The Scene door met cd’s uitbrengen. Over liefde en regen. Over liefde en de stad. En over liefde en de maan. De muziek is wel leuk, de teksten aardig. Maar als zanger Thé Lau begint te mompelen, dan krijgt het iets heel speciaals: The Scene is een beetje schattig.
  • Garbage - Version 2.0. Twee jaar geleden brachten ze de opzienbarende cd Garbage uit. Keiharde gitaarnummers met een krachtige zangeres en lieve melodieën. De opvolger lijkt te bestaan uit het restmateriaal daarvan, het materiaal dat te suf en te weinig pakkend was.