Fethullah Gülen, levende heilige

Huilen voor het vaderland

Volgens veel Turken zijn de arrestaties van de corrupte ministerszonen het werk van Gülen-aanhangers binnen recherche en justitie. Wie is Fethullah Gülen en waarom is premier Erdogan zo bang voor zijn beweging?

Medium hh 16202266

De in Amerika in ballingschap levende Turkse prediker Fethullah Gülen huilt en jammert. De jongens en mannen aan zijn voeten weeklagen: ‘Allaaahhh! Allaahhh!’ De tranen stromen over hun wangen. Schreiend vertelt de hocaefendi, de ‘heer-leraar’ zoals hij door zijn volgelingen wordt genoemd, hoe de profeet Mohammed in de Kaäba met bloed en stront werd besmeurd. De Kaäba was toen nog niet als Mekkaans heiligdom in bezit van moslims. De profeet had de spot gedreven met de afgoden van de Kuraisj-stam, zijn vijanden. ‘360 afgodsbeelden van de Kuraisj hingen in de Kaäba.’ De profeet eiste dat ze vernietigd werden en de Kaäba gepurificeerd. ‘Zwaarden van haat sneden door de lucht!’ roept Gülen. ‘De Kuraisj zwaaiden met hun zwaarden van haat. Ze beschimpten Mohammed en noemden hem een dwaas. Ze zeiden dat hij een magiër was.’

Mohammed liet zich niet tegenhouden en deed zijn gebeden in de Kaäba.

‘Op een dag bad hij er weer, een dag toen Abu Djaal (Vader van de Dwaasheid – bu) met zijn schurken van de Kuraisj er ook was. Heidenen waren ze. Abu Djaal zei tegen de Kuraisj: “Snijd de ingewanden uit een kameel en stort ze over Mohammed uit als hij zich voorover buigt.”’

Zo gezegd, zo gedaan. De Kuraisj kwamen terug met de dampende darmen vol stront en bloed en gooiden die boven op de profeet. Gülen, schreiend: ‘Hij kon zijn hoofd niet meer opheffen met deze smerige last op hem. Deze man werd gemarteld. Hij riep om hulp.’

Erbarmelijk klinkende kreten uit de kelen van de mannen en jongens die aan de voeten van de prediker zitten: ‘Allaaahhh! Allaaahhh!’ Het zonder gêne tonen van emoties en tranen, het wenen, het zichtbare mee-lijden met de profeet Mohammed en zijn metgezellen die onder zware omstandigheden hun nieuwe godsdienst vorm trachtten te geven, vormen een belangrijk deel van het charisma van Gülen. Daarbij komt zijn spiritualiteit, zijn frugale levenswijze en zijn pleidooien voor tolerantie, voor de multiculturele samenleving en voor hulp aan behoeftigen. In Turkije zijn er enkele miljoenen aanhangers, net als in de Turkse diaspora in Amerika en West-Europa – er worden cijfers genoemd van vijf miljoen mensen.

Gülen gaat huilend en weeklagend verder: ‘Fatima, de dochter van de profeet, onze moeder, die jonger was dan alle anderen daar (in de Kaäba – bu) kwam hem te hulp. Ze zal in die tijd niet ouder zijn geweest dan acht, negen jaar. En zij duwde de lever, de nieren en de smerige darmen die over haar vader heen hingen met haar blote handen weg (…) De Kuraisj spogen op Mohammed.’ Gülen stopt met praten. Zijn emoties kunnen de ontering, die meer dan veertienhonderd jaar geleden plaatsvond, niet aan. ‘Ik kan niet verder’, huilt hij. ‘Ik kan niet verder!’

Geweeklaag van het publiek om zoveel verdriet van de prediker om die diepe vernedering van de profeet. Gülen probeert verder te vertellen. ‘Ja, hij zat onder de viezigheid. Maar een diamant wordt niet vies, zelfs niet als-ie in de modder valt, dan blijft het een diamant.’ Hij snikt als hij vertelt over hoe Fatima moest huilen om de smaad die haar vader had getroffen. Maar Mohammed zei tegen haar: ‘Huil niet, mijn kind, Allah zal je vader nog niet laten sterven.’ Korte tijd later, zo vervolgt Gülen nog steeds in tranen, kwamen alle schurken om in een veldslag tegen Mohammed. Opgeluchte kreten. ‘Allaahh! Allaahh!’

Voor zijn volgelingen is Fethullah Gülen een levende heilige die in het paradijs dicht bij Mohammed zal vertoeven

Met dit soort preken, uitgezonden op zijn eigen Turkse tv-kanaal Samanyolu TV (‘Melkweg TV’) en verder verspreid op zijn website herkul.org, YouTube en op dvd, verschijnt Fethullah Gülen dagelijks in Turkse huiskamers en studentenhuizen. Niet alleen in Turkije maar in alle landen waar Turkse immigranten wonen. Elke dag kunnen Gülens volgelingen zich laten overtuigen van de innerlijke bewogenheid van de prediker door te kijken naar de tranen die hij plengt en het emotioneel heen en weer wippen op zijn zetel. Verhalen uit zijn naaste omgeving over de bovennatuurlijke eigenschappen die Allah aan de hocaefendi Gülen heeft geschonken raken een gevoelige snaar bij zijn bewonderaars. Zijn metgezellen doen er een schepje bovenop en vertellen van hun eigen dromen en visioenen, waarin ze Gülen samen met de profeet hebben gezien of waarin ze hem als de Mahdi hebben aanschouwd, de Messias van de islam die aan het eind der tijden komt om een Rijk van Rechtvaardigheid te stichten. Er zijn metgezellen die mystieke droomgezichten hebben van een toekomstig door Fethullah Gülen geïslamiseerd Europa.

Metgezel van Mohammed, Verlosser van de Mensheid, het is bijna blasfemie in de islam. Hoe dan ook, voor zijn volgelingen is Fethullah Gülen een levende heilige die in het paradijs dicht bij Mohammed zal vertoeven.

De leer van Fethullah Gülen houdt veel meer in dan verdieping van de godsdienstige beleving. Het doel dat hem voor ogen staat is het van onderaf herislamiseren van de Turkse maatschappij. Dat is niet anders dan wat ook premier Tayyip Erdogan wil bereiken: een samenleving van vrome, conservatieve moslims die economisch een van de tien sterkste naties van de wereld moet worden. Het verschil is dat Erdogan het meer van bovenaf oplegt. Beiden rekruteren volgelingen onder heel jonge mensen, pubers nog, om zich ook in de toekomst verzekerd te zien van aanhang.

Voor Gülen vormen de dershanes, ‘leshuizen’, de bron. Ze zijn een noodzakelijke extensie van de normale school. Turkse kinderen krijgen er les in het examen doen en leren er duizenden antwoorden op multiple-choicevragen uit hun hoofd. Iedere ouder die wil dat zijn kind verder komt, stuurt het na schooltijd, ook in de weekeinden, naar het leshuis. Daar pikken de begeleiders de kinderen eruit die hoge cijfers halen en bovendien gevoelig zijn voor een spirituele islam. Als de ouders geen of weinig geld hebben om een verdere studie van hun kind te betalen, neemt de beweging dit op zich. De hizmet, ‘dienstverlening’, zoals de Gülen-aanhangers het graag noemen, geeft zo’n kind bijvoorbeeld een beurs om naar een van de Gülen-scholen te gaan, die tot de beste van Turkije behoren, of helpt het bij het volgen van een studie aan een universiteit waar ze na de colleges door oudere fethullahçi ingewijd worden in de mystieke islam van de hocaefendi.

Zo bouwt de beweging van onderaf steeds weer een nieuwe elite op van mensen met een goede opleiding, die soms uit arme gezinnen of uit de lagere middenklasse komen en die ten slotte het hoge en middelhoge kader zullen vormen van de bureaucratie, de rechtspraak, de politie, de inlichtingendiensten en de strijdkrachten. Op Gülen-scholen en in Gülen-leshuizen worden geen koranlessen gegeven. Wat er over de islam wordt onderwezen is hetzelfde als op de staatsscholen.

Erdogan heeft sluiting van de leshuizen bevolen. Zo ontneemt hij de Gülen-beweging, die ook wel de cemaat, de broederschap wordt genoemd of Fethullahçi, een belangrijk middel van inkomsten en van nieuwe volgelingen. De premier wil vrome kinderen naar de imam hatip-scholen leiden. Daar wordt wel veel aan koran- en islamstudies gedaan. Een journalist die volgeling van Fethullah Gülen is schreef onlangs in Zaman, het vlaggenschip van de hizmet, minachtend over de imam hatip-scholen: broedplaatsen van de politieke islam. Daar worden islamisten, Moslimbroeders, opgeleid.

Na het aankondigen van de sluiting van de dershanes en twee dagen voor de arrestaties wegens corruptie van de zonen van ministers uit de regering-Erdogan hield de hocaefendi een emotionele preek. In brede kring in Turkije wordt aangenomen dat het corruptieonderzoek en de arrestaties het werk zijn van gülenisten binnen recherche en justitie. Het was een preek van donder en bliksem. Niet één maal noemde de hocaefendi de naam van Erdogan of van de akp, maar elke Turk weet over wie hij Allahs wraak afriep. Erdogan noemt Gülen overigens ook nooit bij naam. Hij heeft het sinds de arrestaties in verband met de grootschalige corruptie over ‘die boevenbende’, en over ‘een staat binnen de staat’. Anderen uit de akp hebben het over ‘Pennsylvania’ of ‘de andere kant van de oceaan’, duidend op de verblijfplaats van de hocaefendi.

‘Hij heeft de mensen die onder het seculiere regime genegeerd werden een plaats in Turkije gegeven’

Gülen, een wit gehaakt kalotje op zijn hoofd, dikke wallen onder de ogen, een goedkoop pak aan, zit in een witte leren fauteuil te midden van religieuze boeken. Aan zijn voeten jongens en mannen, die buiten beeld blijven maar steeds te horen zijn met hun kreten van goedkeuring. De hocaefendi heft zijn rechterarm en laat die neerkomen alsof hij Zeus is en bliksem naar de aarde gooit: ‘Laat Allah hun huizen in brand steken!’ ‘Amen!’ roept het publiek. ‘Laat Allah hun eenheid verbreken!’ ’Amen!’ ‘Laat Allah voorkomen dat hij wordt wat hij wil worden!’ Gülen doelt op het plan van Erdogan om in 2014 het parlementaire stelsel te vervangen door een presidentieel systeem met hemzelf als alleenheerser. ‘Moge Allah hen terugdrijven! Moge Allah hen door elkaar rammelen en hen straffen met aardbevingen!’ Gülens beide armen reiken hoog boven zijn hoofd en hij laat ze neerkomen alsof hij een groot rotsblok op iemand gooit: ‘Moge Allah hen in stukken hakken! Moge Allah hen aan zware martelingen blootstellen!’ ‘Amen! Amen!’

Gülens gezicht heeft inmiddels een boze uitdrukking, zijn mond staat op trillen. ‘Moge Allah ons de overwinning op hen geven!’ ‘Amen, amen!’ >

De ook in Nederland bekende Turkse links-liberale journalist Yavuz Baydar vertelde een poosje geleden hoe hij de figuur van Fethullah Gülen ziet. ‘Je moet hem vergelijken met een Gandhi, een Martin Luther King’, zei hij. ‘Hij heeft de mensen die onder het seculiere regime genegeerd werden een plaats in Turkije gegeven, hun waardigheid gegeven.’ Baydar is geen fethullahçi maar schrijft wel een column in Zaman, het dagblad van de beweging. Er zijn meer liberale en linkse mensen in Turkije die geloven in de ‘zachte aard’ van Gülen en van zijn leer.

Ook in het Westen vind je ze: politici, ex-ministers en ex-burgemeesters, bestuurders, kerkleiders, vredesactivisten en bankiers. Dat komt doordat de hizmet zegt een fatsoenlijke, burgerlijke en geweldloze islam voor te staan en terroristische daden gepleegd door moslims altijd veroordeelt. Dat gaat via een nogal kronkelige logica: iemand die uit naam van de islam geweld pleegt is geen moslim, zegt Fethullah Gülen, ergo islamitische terreur bestaat niet. Argeloze mensen als Baydar of bepaalde westerlingen geloven de fethullahçi op hun woord als ze spreken over democratie en tolerantie en liefde voor de ander. Ze zien hen als moderne, verlichte moslims die zich uitstekend op hun gemak voelen in een geseculariseerde omgeving. Dat er in de verspreiding van de Gülen-leer geen geweld wordt gebruikt is waar, en als er drang is, dan vrij zachte drang. Liever een gülenist in de straat dan een Moslimbroeder of baardige salafist.

In de dialoog met andersdenkenden gaat het Fethullah Gülen er niet om het standpunt van de ander beter te leren kennen en hem in zijn waarde te laten, de ruimte te geven, maar om hem uiteindelijk tot de islam te bekeren. De islam is de enige ware godsdienst die een mens de kans geeft op een plaats in het paradijs. Alle anderen zijn verdoemd. Atheïsten bekeren vindt hij een verloren zaak. In een van zijn vele boeken schrijft de hocaefendi dat iemand die niet in God gelooft rijp is voor de psychiater. Een atheïst is volgens hem ‘een overtuigende case study van een krankzinnige zoals die voorkomt in de handboeken psychologie’.

In de communicatie met de buitenwereld is de toon van de hocaefendi en zijn aanhangers nooit dogmatisch. Geen school, geen belangenorganisatie, geen huiswerkinstituut draagt de naam Gülen, nergens wordt ‘islam’ in namen of statuten genoemd. Net als elders hebben ook in Nederland de publieke activiteiten van de beweging en de eraan gelieerde organisaties geen specifiek religieus karakter. Zo zijn er in diverse steden de Hogiaf met de Nederlandse naam ‘Federatie van jonge ondernemers in Nederland’ (zelfs het woord ‘Turks’ komt er niet in voor), de Dialoog Academie en de Cosmicus-scholen.

In een andere uitzending van een preek zijn mannen en jongens te zien die op de grond zitten, aan de voeten van Fethullah Gülen, deze keer gehuld in toga en met een hoofddeksel op van een Turkse imam. De opname is gemaakt in zijn verblijf in Pennsylvania. De mannen en jongens buigen zich jammerend en huilend voorover. De hocaefendi huilt zelf ook en roept: ‘Jullie zullen het vuur van het Kwaad doven met jullie liefde, met jullie ruimhartigheid, met jullie humaniteit.’ Gülen heeft zijn ogen gesloten, tranen stromen over zijn wangen, hij is uiterst bleek. Het lijkt alsof hij gaat flauwvallen. Jongetjes en mannen wapperen hem met papieren koelte toe. Uit de zaal klinkt: ‘Hoca!!!’

Gülen vraagt zijn aanhangers om geen geld te steken in de bouw van nieuwe moskeeën, die zijn er al genoeg, vindt hij

De hocaefendi zucht diep. ‘Neem me niet kwalijk alstublieft. Ik ga door een crisis heen.’ Hij leunt achterover. De jongens en mannen wapperen wat harder. Met gebroken stem: ‘Maak je geen zorgen. Ik ben niet gezegend genoeg om te midden van jullie te mogen sterven!’ Gejammer. Hij vertelt over het sterfbed van de eerste kalief, Abubakr en hoe zijn naasten om hem heen staan te huilen, een verhaal dat de hocaefendi en zijn gehoor opnieuw aan het huilen maakt. ‘Misschien dat onze tranen het vuur van de hel zullen doven.’ In koor: ‘Amen!’

Fethullah Gülen vraagt zijn aanhangers om geen geld te steken in de bouw van nieuwe moskeeën, die zijn er al genoeg, vindt hij. Bouw scholen, is zijn opdracht. En ook dat ziet de buitenwereld graag: niet nog meer gebedshuizen met vijf keer per dag luidruchtige oproepen tot gebed. De Gülen-scholen, die zo’n beetje in de hele wereld te vinden zijn behalve in Iran en Saoedi-Arabië (Gülen, sjiieten, wahabieten en de Taliban hebben een broertje dood aan elkaar), leggen een bijzondere nadruk op de exacte vakken. Wiskunde, biologie, natuurkunde, chemie, daarin moeten de leerlingen excelleren. De Gülen-leer in het algemeen hamert op het belang van wetenschap en wetenschappelijk onderzoek. Dit alles ter meerdere eer en glorie van de islam. De hocaefendi schrijft: ‘Het doel van het bedrijven van wetenschap is het behagen van Allah.’

Gülen schrijft: ‘Recente ontdekkingen in de fysica, astronomie, chemie en biologie hebben nieuwe klaarheid gebracht in bepaalde verzen van de koran. Ze hebben een deel van de volle waarheid aan het licht gebracht die gegrift staat in Het Welbehouden Schrijftablet (het origineel van de koran dat in de hemel wordt bewaard – bu).’ Atheïsten zijn, beweert hij, behalve met de psychiatrie ook te bestrijden met de wetenschap, want daarmee is het bestaan van Allah te bewijzen. De evolutieleer verwerpt hij. Hij gelooft net als Amerikaanse evangelistische christenen in het creationisme. Geliefd bij velen in het Westen is de hocaefendi ook geworden door zijn uitspraak: ‘Religieuze geleerdheid zonder wetenschappelijke kennis leidt tot onverdraagzaamheid en fanatisme.’ Daarmee verklaart hij zich duidelijk tot een tegenstander van de gevaarlijke en afstompende madrassa’s, de koranscholen.

Gülen zal sterven in zijn zelfgezochte ballingschap in de Verenigde Staten, daarvan is hij overtuigd. De zaak die het militaire bewind eind jaren negentig tegen hem aanspande wegens ondermijning van het seculiere karakter van de Turkse staat is al lang geseponeerd, maar hij durft toch niet terug te keren. En nu al helemaal niet, nu Erdogan hem de leider van een ‘boevenbende’ heeft genoemd en zijn hooggeplaatste aanhangers ‘spionnen, verraders, en collaborateurs met buitenlandse machten’.

Op de televisie spreekt Fethullah Gülen met een interviewer over zijn heimwee naar Turkije. Hij zit achter zijn bureau. ‘Ik heb mijn moederland lief en ik heb de aarde van mijn moederland lief.’ Maar hij kan niet naar Turkije terug, zegt hij. ‘Ik wil geen onrust veroorzaken. Voordat ik vertrok waren er kwaadsprekende mensen die tegen ons schreven. Niemand kan garanderen dat ze de dag waarop ik terugkeer niet tot een zwarte dag maken.’ Gülen vreest gevangenschap en, erger, een moordaanslag met mogelijk een burgeroorlog tot gevolg. ‘Ik wil niet dat Turkije iets ergs overkomt door mij.’ Met brekende stem: ‘Er zijn goede mensen die me potjes met Turkse aarde komen brengen. Daardoor kan ik de geur van mijn moederland opsnuiven. Ik wrijf er mijn gezicht mee in.’ Hij huilt. ‘O! Ik mis het om in het gebed mijn voorhoofd te buigen naar mijn eigen aarde.’

Gülen en Erdogan streven beiden naar Turkije als grootmacht, een zegevierende islam, een geïslamiseerde Turkse samenleving, een productieve bevolking die even goed is opgeleid als de westerse bevolking. Je vraagt je af: wat is het probleem? Waarom snijden ze elkaar, in figuurlijke zin vooralsnog, de keel af? Het antwoord is: pure machtswellust, het belust zijn op het bezit van de staat. De strijd tussen Erdogan en Gülen gaat om wie van de twee, wie van hun respectieve aanhangers de zeggenschap zal hebben over de politie, de rechterlijke macht, de strijdkrachten en het zakenleven, en vervolgens kan doen wat hij wil.

In Turkije is de staat altijd het bezit geweest van bepaalde kringen, van een autoritaire leider aan wie de burgers onderschikt zijn. Autocraten hebben de meeste tijd van de Turkse republiek over het volk geheerst: Atatürk, Inönü, Menderes, Ecevit, de mannen van de militaire junta’s en sinds het begin van deze eeuw Tayyip Erdogan. De Turkse staat is er niet voor de burgers, de burgers zijn er om de machthebbers van de staat te bedienen.


Betsy Udink is schrijfster en journaliste. Ze schreef onder meer Achter Mekka, Allah Eva en In Koerdische kringen

beeld: Ruth Fremson/The New York Times/HH