Smart wonen – of hoe versimpel je het leven

‘Huis, ik ben thuis! Heb je me gemist?’

Domotica en slimme huizen: als we de kenners mogen geloven, staan we op de drempel van een nieuwe revolutie. Wat een paar jaar geleden nog sciencefiction was, is nu al werkelijkheid. Het is onherroepelijk: ons huis gaat met ons praten.

Als Chang Choo (42) ’s ochtends in zijn nieuwe huis in Den Haag onder de douche gaat, zet een vochtigheidssensor zelf de afzuiging aan. Terwijl hij zich aankleedt, kan hij ‘Alexa’ vragen wat voor weer het die dag wordt, en wat er in zijn agenda staat. Als hij daarna het ontbijt klaarmaakt voor zijn twee dochtertjes roept hij tegen Alexa: ‘Doe de gordijnen open’, of: ‘Lees het bbc-nieuws voor.’ Ook zijn oudste dochtertje van vijf praat vaak tegen Alexa: ‘Speel muziek.’ Terwijl ze nog niet eens kan typen. Praten is een natuurlijke, snelle interactie, dat maakt het ook zo eenvoudig, vindt hij.

Alexa is de stemgestuurde virtuele assistent van Amazon, te verkrijgen als een cilindrische luidspreker of als een rond plat doosje. Je kunt het overal neerzetten: op tafel, naast je bed, op het aanrecht. Voor alle vertrekken één. Chang Choo heeft er nu drie. Alexa reageert op commando’s. Als je haar iets vraagt, licht een blauw-groene gloed boven op het doosje op: ze staat altijd paraat. Hij is er misschien wel luier van geworden sinds hij in december de technische infrastructuur heeft aangelegd om met zijn huis te kunnen communiceren.

‘Alexa, lees me voor.’

‘Alexa, bestel een pizza voor me.’

‘Alexa, heb je me gemist…?’

Medium tekening1

Toen Toni Read, vice-president van Alexa Experience en Echo Devices bij Amazon, in 2014 in het diepste geheim begon met het bouwen van ‘Alexa’ liet ze zich inspireren door de computerstem op de Enterprise van Star Trek.

Ik had dit verhaal willen beginnen met een schets van het huis van de toekomst. Hoe ons huis dan milieuvriendelijk wordt gebouwd van cement dat wordt uitgebroed door bacteriën of gebaseerd is op paddenstoelen, zoals The Guardian in 2015 voorspelde. Hoe de oprit gemaakt is van plasticafval dat oplaadstations heeft voor je zelfrijdende elektrische auto en in de winter kan worden verwarmd zodat sneeuw schuiven niet meer nodig is – het Nederlandse bedrijf kws is hier al mee bezig. Hoe je op het keukenblad ingrediënten neerlegt en je huisrobot daar recepten bij suggereert, hoe je slimme oven zelf weet op welke temperatuur je de kip moet braden en wanneer die gaar is, je huistemperatuur kun je natuurlijk al lang van veraf reguleren, en als je tuin gesproeid moet worden, weet je slimme tuinslang dat zelf.

Ik had nog verder kunnen gaan: in de woonkamer zijn televisies vervangen door flexibele ‘posters’ aan de muur, en hologrammen zullen de kamer vullen door middel van technieken van ‘augmented reality’ – aangevulde realiteit – door bijvoorbeeld de HoloLens van Microsoft. In de slaapkamer zal je slimme matras je slaappatroon volgen, je hartslag en ademhalingsfrequentie meten. In de badkamer weegt de slimme badmat elke ochtend je gewicht, rekent direct je bmi uit en stuurt dat naar een app op je mobiel die vertelt wat je die dag moet eten en hoeveel je moet bewegen. Slimme wc’s onderzoeken automatisch je uitwerpselen. En de slimme spiegel zal je ten slotte adviseren wat je moet dragen, en je tegelijkertijd updaten over het nieuws en het weer van die dag.

Maar het huis van de toekomst bestaat al. Chang Choo is een voorloper, hij is een van de twaalf procent Europeanen die leven in zo’n ‘smart home’ – een huis waarin huishoudelijke apparaten, slimme verlichting, virtuele assistenten, slimme camera’s en thermostaten via wifi op afstand te bedienen zijn en met elkaar kunnen communiceren –, zoals blijkt uit recent onderzoek onder 7200 Europeanen van het Taiwanese bedrijf D-Link dat netwerken en slimme producten ontwikkelt. In Amerika en China is dat percentage al vele malen hoger.

In dat geval kan ik ook beginnen met Ad van Berlo. Toen Ad van Berlo, directeur en oprichter van Smart Homes, het Kenniscentrum in domotica (automatisering voor in huis) en ‘slim wonen’, in 2001 de ‘slimste woning van Nederland’ liet bouwen, in een park achter het Evoluon (de betonnen ‘ufo’ uit de jaren zestig van Philips die nu te koop staat) in Eindhoven, was hij de allereerste. Het doel was om te laten zien wat op dit gebied allemaal mogelijk was. ‘We leven nu in een totaal andere wereld’, zegt hij terwijl we voor de testbungalow staan. Hij wijst naar de luchtwarmtewaterpomp die in de winter buitenlucht afkoelt en daarmee water kan verwarmen, naar de zonnecellen op het dak, naar de ‘home-delivery-box met ijskast’ naast de voordeur die met een code door pakketbezorgers kan worden geopend. ‘In 2001 veel te vroeg, nu actueel’, zegt hij en legt zijn vinger op een scanner waarna de voordeur openzwaait.

Het huis is modern ingericht, strak en wit, een keukenblok staat tussen de woonkamer en de eethoek. Hij zet het koffieapparaat aan en gaat zitten aan de eettafel. In 1992 legde hij zijn werk als biomedisch ingenieur neer en begon als zelfstandige aan wat voor hem de uitdaging van de toekomst was. Er was toen nog geen internet, voegt hij er voor de helderheid aan toe; via analoge telefoonlijnen werden data verstuurd. In eerste instantie richtte hij zich op de gezondheidszorg. Kan nierdialyse niet thuis? In die tijd kwamen de eerste bewegingsmelders rond het bed, zodat verzorgers konden zien of iemand wel was opgestaan. ‘Ik heb het destijds wel onderschat. Pas in 1998 werden de eerste technieken in woningen toegepast.’

‘Alexa, could you switch on the light in the dining room?’ Ook in de slimste woning van Nederland staat Alexa op tafel. Haar ring gloeit groen en blauw op.

Van Berlo kijkt op zijn polsbandje dat licht trilt. ‘Sorry, iemand probeert me te bellen. Een moment.’

‘Je hebt nog maar drieduizend stappen gezet, ga wandelen met je vriendin die vlakbij woont…’

Op de grote tech-beurs in Las Vegas in januari dit jaar draaide alles om spraakassistentie. Apple heeft Homekid, Google heeft Google Home, maar Amazon is met Alexa op dit moment verreweg de grootste. De internetgigant sloot al contracten met grote bouwbedrijven om Alexa-apparaten structureel in ‘slimme’ nieuwbouwhuizen in te bouwen. Over een paar maanden komt Alexa uit in Nederland, met Nederlandse kennis en in de Nederlandse taal. Iedereen kan het kopen: de goedkoopste versie kost iets meer dan vijftig euro. Door middel van een kleine kroonsteen die je in de wandcontactdoos plaatst, verbind je het stroomnet van je huis aan Alexa. Dus in een oud huis kan het eenvoudig worden ingebouwd, bovendien bestaan er al draadloze lampen – zoals de Philips Hue – die direct aan Alexa kunnen worden gekoppeld.

‘De volgende revolutie staat voor de deur’, zegt Ad van Berlo als hij weer aan tafel komt zitten. De belangrijkste ontwikkeling die spraakassistentie volgens hem in gang heeft gezet is de directe interactie tussen mens en machine. ‘Over vijf jaar of eerder bedienen we alles met onze stem.’

De kracht zit in de artificiële intelligentie (AI). Slimme apparaten worden steeds beter in wat ze doen en leren de gebruiker kennen. Zo kunnen bewegingssensoren en camera’s na een half jaar patronen herkennen van de persoon die in huis woont, en dan opvallende veranderingen in gedrag doorgeven aan de smartphone van bijvoorbeeld een verzorger. Grote zorgverzekeraars kijken er met interesse naar.

Van Berlo werkt nu aan een EU-tenderproject, samen met ziekenhuizen, universiteiten en kleine bedrijven, over hartpatronen met eHealth. Het idee is een gedragsverandering te bewerkstelligen bij mensen die een hartaanval hebben gehad. Driekwart van de patiënten luistert namelijk niet naar de adviezen van de cardioloog over meer bewegen, minder vet en zout eten. Ze ontwikkelen nu een app die slaapgedrag, hartslag en beweging meet, en vervolgens prikkels geeft, zoals: ‘Je hebt nog maar drieduizend stappen gezet, ga wandelen met je vriendin die vlakbij woont…’

Maar juist in de zorg gaat de toepassing langzaam. Dat weet ook Ben Kröse, hoogleraar Ambient Intelligence aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en lector Digital Life aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Hij doet al twintig jaar onderzoek naar technische toepassingen in de zorg en is ‘heel pessimistisch’ over het slimme huis. ‘Er is nu al van alles: sensoren, camera’s, alarmknoppen, bloeddrukmeters, maar ze liggen meestal bij mensen thuis op de plank’, zegt Kröse in zijn glazen kamer bij de HvA. De zorg, de kostenstructuur en de zorgverzekeraar: het is, zo weet hij uit ervaring, een rigide systeem. De crux zit volgens hem in de dienstverlening. ‘Pas als er cowboys komen die voor een service gaan zorgen en daarbij de technologie gebruiken, zal er iets gaan veranderen’, denkt Kröse. ‘We zitten erop te wachten.’

In de Verenigde Staten gebruikt één op de zes mensen nu al een spraakassistent als Alexa. Het roept nieuwe vragen op: zo schrijft The New York Times in de blog ‘Home Smart Home’ over de invloed op kinderen. Een vader vraagt zich af hoe slecht het is als zijn dochter hem steeds hoorde schreeuwen tegen Alexa: ‘No!’ of ‘Do this!’ Een ander was bang dat het eerste woord dat haar kind zal zeggen ‘Alexa’ zal zijn. Ook ging het verhaal viral van de zesjarige Brooke uit Dallas die kletste met Alexa over een poppenhuis van 160 dollar en een enorme trommel koekjes. De volgende ochtend stonden beide op de stoep. In Arkansas is Alexa afgelopen jaar door het OM als getuige opgeroepen bij een moordzaak.

Van Berlo voorspelt dat over tien jaar je huis suggesties doet, weet wat je wilt, persoonlijk is, empathisch, beschermend, rustgevend, veilig. Slimme spiegels geven niet alleen kledingsuggesties – ‘Je droeg dit ook twee weken geleden’ of: ‘Koop dit eens…’ – maar waarschuwen ook aan je medicijnen te denken. En alles wordt gemonitord. Van Berlo laat de score op zijn mobiel zien die vertelt hoe slecht hij afgelopen nacht sliep: ‘Die gaten laten zien hoe vaak ik wakker was, lag te piekeren, dat zie je ook aan mijn hartslag…’ Hij heeft Alexa ook in zijn eigen huis. ‘Je moet mee, en de interface is zo mooi’, grijnst hij. ‘Als ik thuiskom, wil ik Sky Radio. Dat weet mijn huis.’ Ad van Berlo lacht. ‘Onze wereld gaat drastisch veranderen.’

Small tekening2

We staan aan de vooravond van een nieuwe revolutie, dat zeggen alle deskundigen, maar niemand weet nog precies welke richting het op zal gaan, hoe die technologie ons leven zal beïnvloeden.

Om die reden zou ik het verhaal ook kunnen laten beginnen met architect Ben van Berkel van UNStudio. Slimme huizen bieden leuke gadgets, vindt hij, maar dat is ook zijn kritiek erop: ‘Het maakt dingen makkelijker, maar het gaat erom dat je het een visie, een betekenis meegeeft.’

Van Berkel richtte afgelopen jaar UNSense op, een start-up die onderzoek doet naar de integratie van technologie in de gebouwde omgeving om deze gezonder en menselijker te maken. Hij vindt dat er in de architectuur nog veel te weinig wordt nagedacht over de rol van de slimme technologie. ‘In de nieuwe Tesla zitten tweehonderd sensoren, in een gemiddeld gebouw hooguit drie’, zegt hij in zijn werkkamer in Amsterdam. Hij denkt aan intelligente gebouwen en leefomgevingen, maar ook aan co-living en micro-living. ‘De architectuur is ouderwets, ik ben een van de weinige die zich hier nu helemaal op richt.’ En het is urgent, vindt hij. ‘We moeten snel zijn, er valt veel te innoveren.’

De jaren negentig van de vorige eeuw waren individualistisch, nu ontstaan volgens hem nieuwe vormen van wonen waarin we meer delen. ‘We creëren daarmee nieuwe vrijheden’, zegt hij terwijl hij door het raam over de stad uitkijkt. ‘Woonmanieren waarbij we op elkaars kinderen passen, een flatje voor onze ouders erbij kopen. Je huis wordt als een meubel.’

Van Berkel, die bekend werd met zijn ontwerp van de Erasmusbrug in Rotterdam, brainstormt: een stoel die prikkels geeft als je te lang hebt gezeten, een muur die makkelijk te verplaatsen is als de functie van de ruimte verandert, energie genereren uit beweging in een gebouw, zoals liften die de hele dag omhoog en omlaag gaan, of lopen op een tapijt. Of andersom: kan tapijt energie bieden zodat je er een lamp op kunt zetten? ‘Het moet niet narcistisch worden’, waarschuwt hij. ‘Niet self-centered, dat is dit al.’ (Hij pakt zijn smartphone van tafel). ‘Architectuur gaat juist om gemeenschappelijk denken.’

‘Bedrijven hebben een vrij speelveld en politici blijven ver achter, zie het Congres dat Mark Zuckerberg ondervraagt’

Hij zit in de taskforcegroep van de bouw die de overheid een jaar geleden instelde. Er moeten in tien jaar een miljoen woningen worden gebouwd. De vraag is hoe en voor wie? ‘Er ligt nog heel veel open’, zegt hij. ‘Het gaat erom dat niet alles wordt ingevuld door Siemens, Google en Amazon. Dat zij niet onze woonomgeving gaan bepalen. Zij willen producten verkopen, wij verkopen inhoud.’

Nog een ander begin: Space10, het future living lab, van Ikea in Kopenhagen, opgericht in 2015. Zij zeggen: de toekomst is er al, ons huis wordt een interface, maar wat doet dat voor mensen, wat willen we zelf? Wat betekent het als iedereen in de wereld digitaal verbonden is, als kunstmatige intelligentie steeds meer van ons leert? En hoe gaan we ons als mensen verhouden tot die technologie? ‘We are on a mission to explore and design new ways of living’, luidt hun leuze.

Space10 ligt in het hippe Meatpacking District van Kopenhagen, in een voormalig distributiecentrum voor vis. Op de eerste verdieping, waar een paar jaar geleden nog bakken met kreeften stonden, zitten nu ontwikkelaars, designers, creatieve denkers, experts en andere ‘forward thinking partners’ van over de hele wereld aan lange houten tafels achter hun iMac en MacBooks in wat ‘the workspace’ heet.

Simon Caspersen, medeoprichter en directeur communicatie, zit met zijn laptop in de lichte ruimte beneden, naast twee grote planten. Hij pitchte samen met een paar vrienden zijn droom bij Ikea: een future lab om te experimenteren, een platform waar ze mensen uit alle windstreken konden uitnodigen met als doel: ‘to create a better, more meaningful and sustainable life for the many people’. Dit paste bij Ikea, dat zich realiseerde: innovatie komt eerder van buiten het bedrijf dan van binnen. Ikea betaalt, maar bepaalt niet.

‘Het enige waar we zeker van zijn is verandering’, zegt Caspersen. Ook hij verbaast zich erover hoe snel het opeens gaat. Niemand had het twee jaar geleden nog over kunstmatige intelligentie. ‘We zien overal trends, maar de vraag die wij ons stellen is: welke toekomst willen we?’

Waar liggen de ethische grenzen bijvoorbeeld? Wat gebeurt er met de groeiende hoeveelheid persoonlijke data die terechtkomt bij Amerikaanse en Chinese internetbedrijven? Door de slaapapp weet Apple van miljoenen mensen hun slaapgedrag. En dat geldt voor alle slimme apparaten: de fabrikanten verzamelen alles, luisteren mee – Amazon neemt de gesprekken die Alexa hoort op. En in tegenstelling tot Siri uit de iPhone staat Alexa altijd aan. Ze staat op tafel, naast het bed, in de badkamer, en is zo getuige van alles wat er in huis gebeurt. Mensen zijn bereid heel veel privacy op te geven. Wat gaan Amazon, Google, Apple met die data doen?

‘Het is scary’, vindt Caspersen. ‘Bedrijven hebben een vrij speelveld en politici blijven ver achter, kijk maar naar het Congres dat Mark Zuckerberg ondervraagt. They disconnect.’

Eind april waarschuwde de Europese Commissie dat Europa ver achterblijft op het gebied van artificiële intelligentie. China en Amerika werken al jaren aan werelddominantie. Die achterstand zal niet snel in te halen zijn, maar Europa kan volgens deskundigen wel het verschil maken in hoe we op een verantwoorde en ethische manier vorm geven aan de AI-revolutie. ‘Het is de taak van ons allen om het de richting op te laten gaan die wij willen’, beaamt Caspersen. De EU zou volgens hem moeten kijken naar wetgeving voor bedrijven. ‘Het is nu een black box.’

Space10 heeft onlangs een app voor Ikea ontwikkeld, Ikea Place, waar je als klant via augmented reality met de camera van je smartphone een product in je eigen huis kunt plaatsen om te kijken hoe het staat. Er zit zelfs sound design in: als je bijvoorbeeld een stoel neerzet hoor je dat die de grond raakt. De volgende stap is diminished reality: daarmee kun je je oude bank weghalen en er een nieuwe voor in de plaats zetten. ‘De app hebben we in negen weken ontwikkeld’, meldt Caspersen trots. ‘Dat is ongekend. We konden dat omdat we al meer dingen op dit gebied onderzochten.’ De ontwikkelaars hebben uit ethische overwegingen geen mogelijkheid in de app gebouwd om de data van al die huizen die mensen via hun camera laten zien op te slaan. ‘Hoe interessant dat voor Ikea ook zou zijn’, zegt Caspersen. ‘Ikea wil blijven, ook in de toekomst. Dus vertrouwen is belangrijk.’

Fundamentele dingen in het sociale leven zijn nu in handen van grote bedrijven, en dat neemt volgens Caspersen alleen maar toe: ‘Daarom is het belangrijk dat ook wij, als klanten, hierbij worden betrokken.’ Zo vroegen de onderzoekers van Space10 zich af: wat betekent het als kinderen opgroeien met vrouwelijke onderdanige assistentes die we kunnen vertellen wat te doen? Ze ontwikkelden een online enquête met als titel: ‘Do you speak human?’ om te onderzoeken wat mensen eigenlijk zelf willen. De resultaten waren opvallend: zo wil 73 procent van de respondenten dat de artificiële intelligentie een menselijke vorm heeft, de helft zegt dat die genderneutraal moet zijn. ‘Wij besloten om van de stem van Ikea een “wij” te maken, geen genderpersoonlijkheid.’

Alle gadgets en shiny things zijn niet de oplossing voor de problemen van de toekomst, vinden ze bij Space10. Zij houden zich bezig met klimaatverandering, voedselzekerheid, shared living – in combinatie met nieuwe techniek. Zo dachten ze eerst aan het ontwikkelen van een slimme douchekop die zou opgloeien als je te veel water gebruikt, totdat ze ontdekten dat het produceren van een stuk biefstuk tweeduizend liter water kost. ‘Eén biefstuk!’ zegt Caspersen. ‘Daar kun je een maand van douchen!’ Dus ze besloten: we gaan kijken naar eten. Ze nodigden chef-koks uit, voedselexperts, boeren, en ontwikkelden een gehaktbal gemaakt van insecten.

Hij is optimistisch, vooral over de onbeperkte mogelijkheden. Neem urban farming: het idee om voedselproductie weer dichterbij te brengen. In de kelder van hun eigen lab ontwikkelden ze een hydrocultuur – waarbij geen aarde nodig is en negentig procent minder water wordt gebruikt – in een ovale houten constructie voor fruit, groente en kruiden. Het groeide drie keer sneller dan in het veld. Het ontwerp is nu te downloaden. ‘We waren dat ding overal heen aan het slepen voor tentoonstellingen, tot we bedachten: wat een verspilling.’

Op de muur in het oude trappenhuis zitten nog de gele tegels van de visfabriek, de oude betonnen trap leidt naar ‘the makery’ en ‘the farm’ in de kelder waar nu nieuwe voedselexperimenten – met microalgen deze keer – in grote bakken onder speciale lampen staan. Space10 heeft afgelopen jaar ‘Sprout’ ontwikkeld; een interface waarmee je kunt praten met de planten via Google Home. De sensoren monitoren de gezondheid – parameters als pH-niveau, temperatuur, voeding en vochtgehalte zijn toegevoegd – en geven dat door aan de spraakassistent. Zo kunnen hydrocultuurboeren aan de planten vragen wat ze nodig hebben en de planten antwoorden dan zelf.

In de loop van de middag druppelen steeds meer mensen binnen, klapstoelen worden in de benedenruimte gezet. Zo begint een bijeenkomst over ‘shared living’, iets waar Denemarken in voorop loopt. Hoe wonen we in de toekomst? Kunnen we steden anders bouwen? Ruimte zal steeds spaarzamer zijn. Ook al is het prachtig weer, de ruimte is snel gevuld; zo’n veertig mensen luisteren met een Royal Okologisk Pilsner in de hand naar presentaties over hybride woonvormen, zoals een eigen huis gecombineerd met gedeelde plekken, circulaire economie (‘gemiddeld wordt een boor in zijn leven maar achttien minuten gebruikt…’), een futuristisch bijenkorfachtig flatgebouw, een net opgericht vrouwenhuis voor ouderen in Londen, een gedeeld zomerdorp in Kroatië. Over co-building (‘er zijn nu maar twee producten op de vastgoedmarkt: een gezinshuis of een appartement’) en de stand van zaken in het onderzoek. ‘This is important shit’, zegt de Deense futurist Lars Lundbyu. ‘This is what we dream about.’

Ik kan dit stuk ook eindigen met waar ik begon. Als Chang Choo op zijn werk zit, kan hij zijn huis via zijn smartphone in de gaten houden. Als iemand aanbelt, de voordeur opengaat, infraroodsensoren detecteren dat er iemand in huis loopt, de wasmachine lekt of hij een lamp vergeten is uit te doen, kan hij dat alsnog doen. Als hij ’s avonds thuiskomt, roept hij tegen Alexa: ‘turn on home-scene’, en gaan de lampen in woonkamer en keuken aan. Hij heeft ook een ‘away-scene’ en ‘movie-scene’. Hij bouwt steeds verder aan zijn netwerk. Zo heeft hij onlangs zijn oude bakelieten telefoon gekoppeld aan de deurbel, en zijn oude filmprojector aan Alexa. ‘Hoe versimpel je het leven’, daar gaat het hem om.

En Alexa is nog maar het begin. Amazon werkt in het diepste geheim aan een huisrobot, zo concludeerde business-newssite Bloomberg onlangs uit de enorme hoeveelheden vacatures van het bedrijf voor specialisten in robotica. Het zou gaan om een mobiele Alexa, een robotje dat je volgt in huis. Codenaam: ‘Vesta’ – naar de Romeinse godin van het haardvuur.